NMB-Postbank: een plus een is nog niet echt drie

AMSTERDAM, 4 APRIL. Bijna is de cirkel gesloten. Over anderhalf jaar zal het nieuwe hoofdkantoor van Internationale Nederlanden Groep (ING) gereed zijn. De holding-staf van een man of dertig zal dan zijn intrek nemen in een van de nieuwe torens die worden gebouwd vlak achter het Atrium, het voormalige hoofdkantoor van de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) naast het World Trade Centrum in Amsterdam.

Dan is W.E. Scherpenhuijsen Rom als voorzitter van Nederlands grootste financiele instelling fysiek weer bijna terug op de plek waar hij een paar jaar geleden vertrok als voorzitter van de kleinste van de toen vier grote banken. De top van de Postbank, die eind 1989 werd overgenomen van de Staat der Nederlanden, kon nog aanschuiven in het indrukwekkende nieuwe kantoor van de NMB in Amsterdam ZuidOost. Maar de holding ING zal leiding geven aan een heel palet van dochterinstellingen.

Nationale Nederlanden, NMB en Postbank zijn maar delen van de nieuwe groep, die ook kleine dochters beheert zoals ziekenzorgfinancier C & E bank in Utrecht, de Nederlandse Merchant Bank (balanstotaal 745 miljoen) en zaken als de minderheidsdeelneming in commissionair Oudhof. Een gedecentraliseerd concept. Nu al komt een kwart van de nettowinst van de NMB-Postbank Groep van zes min of meer zelfstandig opererende dochters in Nederland, zo blijkt uit het gisteren gepubliceerde jaarverslag.

Na een jaar NMB-Postbank is het vroeg om al te concluderen hoe de combinatie het doet. De daling van de brutowinst van 1,7 naar 1,6 miljard is niet verbazend in een jaar dat de rente-ontwikkeling de banken tegenzit. En niet vergeten mag worden dat de Postbank van oudsher kwetsbaar is voor stijgende geldmarktrente, omdat een groot deel van de Postbank-gelden nog vastligt in oude laagrentende staatsobligaties. Die strategie dateerde uit de tijd dat de Postbank eigenlijk nog een spaarbank was, waar de klanten genoegen namen met een lage rente op hun spaarbankboekje.

Die tijd is voorbij. De klanten zijn mondiger geworden, zegt iedereen. Tekenend is hoe de Postbank vorig jaar 1 miljard aan spaargelden van minder mondige klanten verloor. Dat geld stond uit bij de Postbank als werkgeversspaarregeling voor mensen werkzaam onder de Wet Sociale Werkvoorziening. Nu beheert het GAK dat geld als een soort pensioenfonds.

De Postbank moet werken met minder goedkoop geld en fuseerde met de NMB om dat geld te investeren in projecten die meer opbrengen dan staatsleningen. Men zag in dat het te lang zou duren om op eigen houtje een plaats te vinden op de markt voor zakelijke kredietverlening, dus het werd fuseren. In het eerste jaar van de fusie blijkt van die haast weinig terug te vinden. “We waren selectief in de kredietverlening en stelden ons terughoudend op,” zo verklaarde Scherpenhuijsen Rom de beperkte groei van de binnenlandse zakelijke kredietverlening van nog geen 3 miljard gulden (plus 5 procent).

Dat is weinig in een jaar dat de Rabo sprak van een forse financieringsvraag als weerspiegeling van de goede gang van zaken in vrijwel alle sectoren van het midden-en klein bedrijf en buiten de landbouw 7 miljard (bijna 20 procent meer dan het vorig jaar) kredietgroei bijschreef.

Maar de NMB-Postbank scoorde in het buitenland. Daar waren de Amerikaanse en Japanse banken door krappe kapitalisatie noodgedwongen selectief en sprong de NMB-Postbank uitbundig in dat gat. De internationale zakelijke kredietverlening van de NMB groeide met maar liefst 35,5 procent tot 16,4 miljard. Vooral dankzij een sterke uitbreiding van de kredieten in Europa en het Verre Oosten.

Maar of die groei van de buitenlandse uitzettingen nu het winstgevend terrein is waar de Postbank naar op zoek was, mag worden betwijfeld.

Die buitenlandse kredieten blijken immers lagere marges te kennen dan de binnenlandse, want hoewel het buitenlands bedrijf nu bijna een kwart van de balans uitmaakt, zorgt het maar voor 20 procent van de brutowinst.

Opmerkelijk genoeg acht de NMB-Postbank die buitenlandse kredieten minder riskant dan uitzettingen dichter bij huis. Al lag de groei van de kredietportefeuille vooral in het buitenland, toch kon via een 50 miljoen lagere dotatie aan de voorziening algemene risico's de uiteindelijke nettowinst een fractie hoger uitkomen dan het jaar tevoren, zij het niet genoeg om de winst per aandeel op peil te houden. Al had de bank vorig jaar niet de 25 miljoen kosten van de fusie op te vangen.

Dat NMB en Postbank gebundeld in het binnenland sterker zijn geworden, is na het eerste jaar van de fusie nog niet te merken. De zakelijke credit-saldi van de Postbank liepen verder terug. Op de hypothekenmarkt lijkt de combinatie vorig jaar wat marktaandeel te hebben verloren, net als op de markt voor consumptief krediet. Alleen het lease-bedrijf en het buitenlands bedrijf oogden sterk.

Scherpenhuijsen Rom zag echter wel de eerste tekenen van synergie-winst. De combinatie van marketingkracht van de Postbank en kennis van het effectenbedrijf van de NMB zorgde volgens hem voor de succesvolle introductie van het inmiddelds 575 miljoen gulden grote Postbank-beleggingsfonds, waar 120.000 deelnemers sinds februari vorig jaar gemiddeld 5.000 gulden in staken.

Daar stond tegenover dat veel van dat geld spaargeld was dat de Postbank verloor en dat een aandelenfonds als het NMB Dutch Fund vorig jaar fors inkromp. En de verwijzing van Scherpenhuijsen naar de know how van de NMB op effectengebied was wat pijnlijk in het licht van de affaire Newtron. Deze door de NMB naar de beurs gebrachte onderneming is niet alleen opgebouwd rond voormalig NMB-dochter Alpha Computers.

Zowel de NMB-Postbank als de tweede man van de bank, drs. A.A. Soetekouw, hadden aandelen in Newtron voordat het naar de beurs kwam.

Volgens Scherpenhuijsen was er echter zorgvuldig gehandeld, al gaf hij toe dat de bank een krediet van 40 miljoen aan Newtron in aandelen heeft omgezet, mede om haar reputatie te herstellen.

De aandelen van de NMB- Postbank zelf noteren inmiddels ruim 10 procent hoger dan een maand geleden, toen het omwisselingensbod van ING sloot. Veel staan er niet meer uit. Inmiddels zijn nog wat na-aanmeldingen binnengekomen waardoor nu ruim 97 procent van de NMB-stukken binnen is (ruim 96 procent van de Nationale-aandelen en 89 procent van de warrants NMB). Het beursbestuur onderzoekt volgens Soetekouw in hoeverre er nog wordt gehandeld in de aandelen NMB- Postbank en het zou hem niet verbazen als de beursnotering binnenkort wordt gestaakt.

Het is voor de NMB-Postbank overigens veel makkelijker werken als ook de laatste aandeelhouders zouden aanmelden, zodat 100 procent in handen van ING komt. Dat bespaart de bank veel kosten en moeite. Toch heeft ING volgens Soetekouw geen plannen om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid minderheidsaandeelhouders uit te kopen. Dat vergt een juridische procedure waarbij de rechter de prijs van de aandelen vaststelt, zo legde hij uit. Zo'n waarde in contanten kan een hele andere zijn dan de waarde in aandelen bij een omruilbod.

Blijkbaar voelt het ING-bestuur er niets voor de discussie over de waarde van de aandelen nog eens over te doen, zo kort nadat deze is afgesloten.