Nieuwe methode van niertransplantatie werkt bij ratten

Als niercellen van een donorrat bij een ontvangende soortgenoot in de thymus (zwezerik) worden ingespoten, kan daarna een nier van donorrat naar ontvanger getransplanteerd worden zonder dat daarbij de afweer noemenswaardig hoeft te worden onderdrukt.

De donornier functioneert ondanks het ontbreken van middelen die het afweersysteem onderdrukken en wordt niet afgestoten. Normaal wordt een niet passende donornier vanwege de vreemde eiwitten ogenblikkelijk afgestoten. In dit onderzoek gebeurde dat bij een aantal controle-dieren binnen tien dagen. Dat proces kan aanvankelijk alleen tegengegaan worden met gevaarlijk hoge doses immunosuppressiva - donorpatienten moeten hun verdere leven onderhoudsdoseringen immunosuppressiva blijven gebruiken. In dit geval werd alleen de twee dagen voor de transplantatie het afweersysteem van de rat met immunosuppressiva onderdrukt. Het feit dat na transplantatie van donorcellen in de thymus geen afweeronderdrukking meer nodig is, werd ontdekt op het Italiaanse Mario Negri Instituut. Deze ontdekking kan verstrekkende consequenties hebben voor orgaantransplantatie bij mensen (The Lancet, 30 maart).

De thymus is een orgaan dat gelegen is achter het borstbeen. Hier leren bepaalde afweercellen (T-lymfocyten) om alleen op vreemde eiwitten te reageren en lichaamseigen eiwitten te ontzien. De donorcellen die in de thymus worden ingespoten hebben blijkbaar tot gevolg dat het transplantaat niet meer als 'vreemd' wordt gezien. Er ontstaat tolerantie voor die specifieke donor-eiwitten het donororgaan kan zonder noemenswaardige immunosuppressie worden getransplanteerd.

Het klinkt eigenlijk te mooi om waar te zijn. Weliswaar is het al heel lang bekend dat het afweersysteem aan vreemde eiwitten kan wennen en er een blijvende tolerantie voor kan ontwikkelen (clonal anergy), maar daarbij ging het steeds om hele jonge proefdieren - meest zelfs om embryo's - waarbij het afweersysteem nog volop in ontwikkeling was.

Toch staat het Italiaanse onderzoek niet op zichzelf: al een jaar geleden deden onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania een vergelijkbare ontdekking (Science 1990;249:1293). Zij hadden bij volwassen ratten met suikerziekte vreemde pancreascellen in de thymus getransplanteerd. Die donorcellen bleven daar in leven. De zieke ratten genazen volledig door de insuline die de nieuwe pancreascellen uitscheidden. Toen de onderzoekers vervolgens bij diezelfde ratten pancreascellen in de nier transplanteerden, bleek tot hun verbazing dat ze daar nu ook gewoon bleven functioneren. Er was blijkbaar een immuuntolerantie voor de donor-pancreascellen ontstaan.

Het lijkt na deze resultaten heel waarschijnlijk dat het afweersysteem vreemde donor-eiwitten pas als 'eigen' kan beschouwen als er eerst in de thymus contact mee is geweest. Misschien ligt er dus een nieuwe weg open, die op den duur het gebruik van immunosuppressiva bij transplantaties volledig overbodig maakt. Er moet natuurlijk eerst nog aangetoond worden dat deze techniek ook werkt bij grotere dieren. Dan pas kunnen ook mensen op deze wijze behandeld worden. Het probleem daarbij is natuurlijk de tijd: een donororgaan komt meestal pas uren voor een transplantatie beschikbaar, terwijl de thymus dagen nodig heeft om aan de vreemde cellen te wennen.

    • Bart Meijer van Putten