Ministers in de clinch over omvang veestapel

DEN HAAG, 4 april - De ministers Alders (milieubeheer) en Bukman (landbouw) liggen met elkaar overhoop over de vraag of nu al uitspraken over de noodzaak tot inkrimping van de veestapel kunnen worden gedaan. Alders liet gisteravond doorschemeren dat vermindering van het aantal dieren onvermijdelijk lijkt. Bukman reageerde daar vanochtend op door te zeggen “dat het nog rijkelijk vroeg is dergelijk geschut in stelling te brengen”.

In het kabinet is afgesproken dat in 1992 wordt bekeken of het met de tot nu toe getroffen maatregelen zal lukken de mestoverschotten in 1994 voldoende terug te dringen. Is dat niet het geval, zo luidt de afspraak, dan komt volgend jaar inkrimping van de veestapel aan de orde. Zoals het er nu naar uitziet lukt dat niet, zei Alders gisteravond. De bedoeling is dat mestverwerkingsinstallaties in 1994 een capaciteit hebben van zes miljoen ton. Het lijkt erop dat dit niet meer zal zijn dan vier miljoen ton. “We staan er niet best voor met de mestverwerking. We koersen daarom in de richting van een volumebeleid. Niemand is er gelukkig mee, maar alle signalen wijzen in dezelfde richting. Als er geen verandering in komt dan zal de veestapel moeten worden ingekrompen”, zei Alders.

Minister Bukman vindt dat Alders met zijn uitspraken onnodige onrust heeft veroorzaakt. “Mijn collega moet oppassen steeds nieuwe dingen te roepen, terwijl de sector nog volop bezig is met de oplossing van het mestprobleem.”

Alders wees er gisteravond op dat de mestwetgeving tot nu toe is gebaseerd op de schadelijke werking van fosfor. Maar inmiddels liggen er aanbevelingen ook het stikstofgehalte mee te rekenen, waarmee het mestoverschot groter wordt dan tot nu toe gedacht. Ook de ammoniakuitstoot, een van de oorzaken van de zure regen, is groter dan destijds werd aangenomen.