Minimum... ...en maximum

MET EEN HARDE KLAP hebben de Verenigde Staten de deur achter zich dicht getrokken. Er zal geen directe militaire inmenging zijn in de burgeroorlog in Irak. Als gevolg daarvan wordt de formele afsluiting van de succesvolle interventie van de Alliantie ten behoeve van Koeweit overschaduwd door de gevoelens van onmacht en ontreddering die worden opgeroepen door het Koerdische drama.

Met Cambodja, Sri Lanka, Soedan, Ethiopie, Somalie, Oeganda, Rwanda, Liberia staan het Iraakse deel van Koerdistan en Iraks shi'itische zuiden in het teken van dood en ontwrichting. In al deze gevallen is de volkerengemeenschap aan de zijlijn gebleven. Maar haar passiviteit kan nu niet meer worden verklaard uit de chronische verlamming van weleer. Na de bemoedigende eensgezindheid die de Verenigde Naties in de kwestie-Koeweit ten toon hebben gespreid, is de kater des te groter.

De belangrijkste leden van de Veiligheidsraad hebben zo hun eigen redenen om het hierbij te laten - al zal op Franse aanmoediging verder worden gepraat over wat er, afgezien van direct ingrijpen, kan worden gedaan om de Koerden, en Iraks sji'ieten, nog enigzins te hulp te komen. De Sovjet-Unie heeft haar eigen minderhedenvraagstuk en herbergt zelf Koerden binnen haar grenzen. Zij is er niet op gebrand separatistische tendenzen aan te moedigen. Voor China geldt in een wat minder acute vorm hetzelfde. De Verenigde Staten voelen er niets voor nog meer kastanjes uit door anderen gestookte vuren te halen - een activiteit waarvan bovendien het islamitische fundamentalisme zou kunnen profiteren.

DE AMERIKAANSE president wil zijn herverkiezing volgend jaar niet in gevaar brengen door zich verder in de Iraakse moerassen te wagen, de natie stelt tevreden vast dat haar supprematie, althans in militaire zin, niet meer ter discussie staat en dat de nachtmerrie Vietnam is overwonnen. De critici van de president in het Congres en in de pers die de Koerden wel terzijde zouden willen staan, hebben veel weg van de critici die nog niet zo lang geleden verzet aantekenden tegen Amerika's gewapende optreden in de Golf.

De vraag rijst desondanks of president Bush mogelijk een eigen en bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor de tragedie in Iraks Noorden en Zuiden. Bush heeft bij verschillende gelegenheden het conflict om Koeweit een persoonlijke klank gegeven door Saddam Hussein met Hitler te vergelijken en de wens uit te spreken dat de man zou worden afgezet. De opstandige bewegingen in Irak wilden dat laatste nu juist bevorderen en het lijkt aannemelijk dat zij zich door de presidentiele verklaringen aangemoedigd hebben gevoeld om de wapens op te nemen toen Bagdads strijdkrachten onder Amerika's mokerslagen desintegreerden.

Overigens kwam het bevel uit Washington om het vuren te staken op een moment dat, zoals inmiddels is gebleken, Saddam nog over de middelen beschikte om met rebellieen korte metten te maken. Wat men in het Witte Huis ook voor ogen heeft gehad, de regie heeft te wensen overgelaten. Ook al mocht Bush op bijval rekenen toen hij aan de daadwerkelijke vernietiging van tienduizenden Iraakse soldaten een einde maakte.

VOLKENRECHTELIJK heeft de Veiligheidsraad een streep getrokken. Het mandaat dat de Raad de lidstaten had verstrekt om tegen Iraks annexatie van Koeweit met “alle noodzakelijke middelen” (resolutie 678) op te treden is uitgeput en strekt niet tot ingrijpen in de burgeroorlog binnen Irak. Maar daarmee is niet het arsenaal middelen dat de VN ter beschikking staat uitgeput. Zelfs als wordt geconcludeerd dat de Koerdische en shi'itische opstanden en Saddams optreden daartegen niet 'de internationale vrede en de regionale veiligheid' (678) in gevaar brengen, blijft er het punt van de grootscheepse schending van de rechten van de mens door het optreden van Bagdads strijdkrachten.

Bemoeienis met zogenoemde 'binnenlandse aangelegenheden' is internationaal een allang aanvaard beginsel (denk bijvoorbeeld aan de maatregelen tegen Zuid-Afrika en China en aan het mechanisme van 'Helsinki'). Irak moet aan die internationale bemoeienis onderworpen blijven. Dat is wel het minimum.

DE TELEURSTELLING over de nasleep van de nederlaag van Saddam Hussein laat onverlet de betekenis van de resolutie die de Veiligheidsraad gisteren heeft aangenomen. Irak wordt opgelegd de in 1963 met Koeweit overeengekomen gemeenschappelijke grens als definitief en onschendbaar te aanvaarden. Daarmee wordt Saddams voorstelling van zaken als zou Koeweit een historisch en rechtmatig onderdeel van Irak zijn en dat het dat zelfs voor de periode van de bezetting feitelijk is geweest, onvoorwaardelijk en voor goed van de hand gewezen. Een door de Verenigde Naties in te stellen gedemilitariseerde zone zal de grens garanderen.

De Volkerenorganisatie heeft met deze resolutie vastgesteld dat de grenskwestie niet langer aan de twee buurlanden kon worden overgelaten - zoals voor 2 augustus vorig jaar nog algemeen werd aangenomen.

Zijzelf zal in de persoon van de secretaris-generaal er op toezien dat de grens samen met de twee betrokken staten zal worden gemarkeerd, ervan uitgaande dat de overeenkomst van 1963 voortkwam uit de soevereine wil van Irak zowel als van Koeweit en als zodanig bij de VN staat geregistreerd. De inspanning sinds de zomer van vorig jaar gedaan, schept internationale jurisprudentie.

MAAR ER is meer: Irak worden niet alleen de middelen uit handen genomen tot massale vernietiging, het krijgt ook opgelegd het aangerichte leed te compenseren en de veroorzaakte schade zoveel als mogelijk te herstellen. Het zal internationaal toezicht moeten aanvaarden op de naleving van een lange reeks nieuwe verplichtingen.

In ruil daarvoor wordt in het vooruitzicht gesteld dat aan de vorig jaar ingestelde handelsboycot een einde komt, zij het dat levering van wapens aan restricties blijft onderworpen. Krachtige inperking van Iraks soevereiniteit is het resultaat.

Mocht het regime in Bagdad weigeren zijn medewerking te verlenen aan de opgelegde grensregeling en aan de ontmanteling van zijn arsenaal dan mag het rekenen op een voortzetting van de volstrekte uitsluiting uit de volkerengemeenschap zoals die sinds 2 augustus bestaat. Met de aanvaarding van de resolutie heeft de Raad het maximum gedaan waartoe hij zichzelf in staat acht.