Mijnstakers negeren bod van Kremlin

MOSKOU, 4 april - Het aanbod van de regering van de Sovjet-Unie aan de mijnwerkers om hun lonen te verdubbelen, heeft de stakingsbeweging vooralsnog niet kunnen indammen.

Niet alleen de mijnwerkers hebben hun acties vandaag voortgezet, de stakingen beginnen nu ook over te slaan naar andere sectoren. Volgens het persbureau Interfax is vanochtend in Minsk het werk op massale schaal neergelegd. De Arbeidersbond, die is gelieerd met het Volksfront van Wit-Rusland en die de stakingen zegt te organiseren, wenst net als de mijnwerkers niet alleen dat de lonen met 200 tot 300 procent worden verhoogd, maar eist ook het aftreden van president Michael Gorbatsjov.

De stakingsbeweging werd vanmorgen wederom gesteund door oppositieleider Boris Jeltsin, die in het parlement van Rusland verklaarde dat de concessies die de Sovjet-regering van premier Valentin Pavlov gisteren aan de mijnwerkers heeft gedaan, “onvoldoende zijn”, omdat zij weigert “werkelijke beslissingen te nemen”. Ook de centrale televisie maakte vanmiddag melding van toenemende sociale onrust die mede is veroorzaakt door de prijsverhogingen van afgelopen dinsdag waardoor de kosten van levensonderhoud met meer dan 200 procent zijn gestegen, maar die niet hebben geleid tot goederen in de winkels.

Pag. 13:

Officieel zwijgt men in Moskou over het bod van premier Pavlov

De president riep de leiders van de mijnwerkers zelfs op om zich niet te laten gebruiken door de politieke tactiek van “die krachten die achter hun rug” louter uit zijn op de val van het staatshoofd. Hij doelde daarmee in bedekte termen op oppositieleider Boris Jeltsin die de stakingen ondersteunt en vorige week in het Russische parlement heeft opgeroepen tot de vorming van een nieuwe coalitieregering.

Volgens het onafhankelijke, goed geinformeerde maar soms wat opgewonden persbureau Interfax kregen de mijnwerkers gisteren de toezegging dat hun salaris met terugwerkende kracht per kwartaal met 25 procent zou worden verhoogd, hetgeen neer zou komen op 100 procent over 1991. Maar tot vanmorgen is dit aanbod van de kant van de regering door niemand bevestigd. Het televisie-journaal Vremia maakte er gisteravond geen gewag van. En ook de vakbondskranten schrijven vanmorgen niets over deze concessie maar somberen slechts dat “het compromis nog ver weg is”.

De zwijgzaamheid over de materiele resultaten die in de onderhandelingen zouden zijn geboekt, wordt waarschijnlijk ingegeven door de angst voor een loongolf die alle sectoren van de industrie zou kunnen treffen. Sinds dinsdag zijn de prijzen van levensmiddelen en andere consumptiegoederen van staatswege verhoogd. Dit heeft geleid tot een gemiddelde prijsstijging voor voedsel van 240 procent. De werknemers die in staatsondernemingen tegen lage inkomens werken, hebben daarvoor een compensatie gekregen die oploopt van ongeveer 25 procent tot bijna 80 procent.

Tot nu toe is de sociale onrust over de prijsstijgingen zeer gering, althans niet groter dan anders. Dat komt vooral doordat er nog altijd nauwelijks voedsel te krijgen is in de staatswinkels. Maar paradoxaal genoeg begint het aanbod van duurzame goederen, zoals fietsen en linnengoed, wel weer op gang te komen. En dat maakt de prijsverhogingen des te schrijnender omdat de gewone burgers met een gemiddeld inkomen tegenwoordig al hun geld alleen nog maar aan eten kunnen besteden en nauwelijks iets overhouden voor andere aankopen.

Een loonexplosie zou de staatskas in grote problemen brengen nu het begrotingstekort, ondanks de voornemens, absoluut niet teruggedrongen blijkt te kunnen worden maar ten opzichte van de officiele cijfers van vorig jaar zelfs groeit. Het eerste kwartaal van dit jaar is de centrale staat al 31,1 miljard roebel tekort gekomen, bijna vijf miljard roebel meer dan in de begroting was voorzien.

De regering van de Unie dreigt in rechtsstreekse liquiditeitsproblemen te komen. De oorzaak van het tekort schuilt namelijk vooral in een enorme terugval van de inkomsten. Doordat de bedrijven en deelrepublieken niet meer afdragen aan Moskou zijn de inkomsten de eerste drie maanden van 1991 tot een derde teruggelopen. Geld in het buitenland lenen, kan niet meer omdat de Sovjet-Unie vorig jaar haar naam als betrouwbare debiteur is kwijtgeraakt. En in eigen land is de belangstelling voor staatsleningen minimaal nu de eerste vrije banken op de markt zijn gekomen en attractievere spaarvoorwaarden bieden.

Met het riante loonaanbod van Pavlov heeft de regering op dit moment voor alles een politiek doel voor ogen. De mijnen moeten weer aan het werk. Want de stakingen hebben nu al delen van de staalproduktie in met name de Oeral en Siberie in problemen gebracht. De premier hoopt er op dat hij met een materiele concessie een wig kan drijven in de stakingsbeweging en zo de angel uit het politieke karakter van de stakingen kan halen. De leiders van de mijnwerkers in de Koezbass, het centrum van de stakingsbeweging, leggen er steeds de nadruk op dat het aftreden van Gorbatsjov, de ontbinding van het parlement van de Sovjet-Unie en de overdracht van de staatsmijnen aan de deelrepubliek Rusland hun hoofdeisen zijn. Maar het is de vraag of zij de gevoelens van de 'basis' tot het bittere einde vertolken.

In de Oekraine hebben de actiecomite's vanaf de allereerste dag moeite om de stakingen te verbreden. Zelfs uit de Koezbass komen berichten dat de formulering van de politieke eisen grotendeels het werk is van de leiding van de mijnwerkers. Aleksandr Sergejev, een van de vice-voorzitters van de nieuwe onafhankelijke mijnwerkersbond in de Koezbass, liet zijn angst voor die tactiek van Pavlov gisteren in een interview voor het Jeltsin-gezinde Radio-Rusland blijken. “De regering is bezig zich van de mijnwerkers te ontdoen door kleine concessies te doen. Het is nu onze principiele taak om het de stakingsbrekers niet toe te staan de leiding in de onderhandelingen over te nemen.”