Kind

In de woonkamer bevinden zich vijf personen. De volwassenen, twee ouders en een bezoekend echtpaar, zitten in stoelen en op banken zo dat een cirkel met een straal van 1,5 meter als verbindingslijn kan worden getrokken. Het kind staat bij de deur.

Kind: 'Nou, doeg.'

Moeder: 'Waar ga je naar toe?' Kind: 'Naar de Hut, dat had ik toch al gezegd.'

Moeder: 'Je weet wat we afgesproken hebben?' Kind: 'Ja-aaa, maak je maar niet ongerust.'

Vader: 'Je bent om een uur thuis.' Kind: 'Daar heb ik het met mama al over gehad. Wat een gezeur, zeg.'

Vader: 'Een beetje vriendelijker graag.' Bam, kind weg - stilte.

Bezoek: 'Wat is de hut?' Moeder: 'Een soort jeugdsocieteit.'

Vader: 'Het is gewoon een kroeg: veel pubers, veel lawaai en veel bier. Je wordt er doodziek van. Ieder weekend hetzelfde geduvel.'

Bezoek: 'Hoe oud is ze nu?' Vader: 'Vijftien, doet net of ze groot is, maar blijft wel mooi zitten.'

Bezoek: 'Ze wordt mooi, het is een knappe meid.' Vader: 'Nou, fijn, volledig over het paard getild.'

Moeder: 'Je wordt er hopeloos van. Ze heeft altijd goed geleerd, nooit hebben we problemen gehad, altijd vrolijk. En nou is er geen land mee te bezeilen.'

Vader: 'Ik snap er trouwens niks van. Had jij gezegd dat ze weg mocht?'

Moeder: 'Je kunt zo'n kind toch niet opsluiten.' Vader: 'Wat hadden we nou afgesproken? We hadden toch gezegd dat ze dit weekend thuis moest blijven. Waarom doe je nou zoiets? Ik word hier doodzenuwachtig van.'

Het bezoek neemt een slokje koffie. Moeder: 'Laat nou maar, ze is nu weg. Wat gaan jullie met de vakantie doen?'

Vader: 'Geef mij eens eerst antwoord.' Moeder: 'Laten we geen scene maken. Ze heeft vanmiddag lopen bidden en smeken. Ze heeft me beloofd op tijd terug te zijn. En ik geloof haar dit keer.'

Vader: 'En waarom zou ze nu opeens wel op tijd zijn?' Moeder: 'Nou ja. Die Gijs was hier vanmiddag en die zei, dat hij er voor zou zorgen.'

Vader: 'Gijs? Wie is Gijs?' Moeder: 'Heb ik het er niet over gehad? Nou, ik geloof dat het een soort vriendje is.'

Vader: 'O nee, is het zover?' Moeder: 'Het is niet de eerste hoor, dat moet je niet denken.'

Vader: 'Wat is het voor een snoeshaan?' Moeder: 'Nou, heel aardig wel, een leuke knul om te zien. Hij zit op de HTS.'

Vader: 'HTS! Hoe oud is dat joch dan wel niet?' Moeder: 'Nou, we praten er straks nog wel verder over. Dit is toch ongezellig voor Carla en Wim? Wat willen jullie drinken of moet je nog een kopje koffie?'

Bezoek: 'Alles went behalve een vent.'