Jaap Hoogstra als stervende man in een wit nachthemd

Vanavond gaat in De Balie in Amsterdam Een stuk monoloog van Samuel Beckett in premiere, veertig minuten lang gespeeld door Jaap Hoogstra, die bijna 55 jaar geleden zijn debuut als acteur maakte. De voorstellingen beginnen om 22.30 uur; op donderdag, vrijdag en zaterdag t-m 20-4.

AMSTERDAM, 4 april - “Geboorte...,” zegt de man in het kreukelige, witte nachthemd, “werd hem zijn dood.” Hij zwijgt even en herneemt: “Nog eens. Woorden schieten tekort. Sterven ook. Geboorte werd hem zijn dood.” De tekst werd in 1979 door Samuel Beckett geschreven op verzoek van een 82-jarige Amerikaanse acteur, die een mooie zwanezang wilde.

Jaap Hoogstra begint er zich in thuis te voelen: “Op je 76e kijk je anders tegen het leven aan dan wanneer je nog jong bent. Beckett gaat me steeds meer fascineren. Ik ben langzamerhand de oudste nog spelende acteur van Nederland. Een soort fenomeen. Maar ik ben blij dat ik nog functioneer en dingen kan doen waarmee ik affiniteit heb.”

Een stuk monoloog is de tekst van een al bijna onthechte man, die op het laatste moment nog wat fragmenten uit zijn verleden tracht vast te grijpen en probeert te beschrijven wat hij, stervend, ziet. Het leven bestaat uit 2,5 miljard seconden, stelt hij vast: “Haast niet te geloven zo weinig.”

Hoogstra speelt hem als een eenzame gestalte in een niemandsland, met een brokkelige voordracht en soms een enkel, hulpeloos gebaar. Niet meer dan dat. Het is, zegt hij, “een van de allermoeilijkste teksten” die hij ooit heeft moeten leren: “Ik heb gelukkig nooit tekstangst. Maar hier wel. Tekst moet in je onderbewustzijn zitten, is mijn persoonlijke theorietje. Ik vind dat dat nog steeds niet helemaal het geval is. Het is zo perfectionistisch geschreven - als je een woord te veel of te weinig zegt, raak je onmiddellijk uit het ritme.”

Hij is er maanden mee bezig geweest, samen met regisseur Jan van Westerlaak, om zich de woorden en hun betekenis eigen te maken.

Hoogstra begon zijn loopbaan in 1937 bij het Vereenigd Rotterdamsch Hofstad Tooneel, was verbonden aan diverse gezelschappen en werd in 1954 artistiek leider van Studio, waar de toenmalige toneelvoorhoede de nieuwe schrijvers speelde.

Zijn voorliefde voor het niet-traditionele toneel bleek sinds zijn pensionering uit gastrollen bij Baal, Fact, Hauser Orkater en incidentele produkties, zoals de recente voorstelling Een lek in het zwijgen, gebaseerd op teksten van autistische kinderen. Dat hij zich zoveel makkelijker dan veel leeftijdsgenoten aan de traditie onttrok, schrijft hij toe aan zijn 23 jaren als docent aan de Amsterdamse toneelschool: “Daar ligt, heb ik achteraf gedacht, de sleutel. Mijn ex-leerlingen werden gaandeweg mijn collega's of regisseurs. Daardoor heb ik die omschakeling heel makkelijk kunnen maken.”

Bij de gezelschappen van vroeger werd acteurs als Jaap Hoogstra meegedeeld wat hun volgende rol was, zelf hadden ze daarover niets te zeggen. Nu beslist hij zelf: “Ik hoef het niet meer om den brode te doen, ik heb mijn pensioen. Ik vind dat ik op mijn leeftijd niet meer dingen met tegenzin hoef te doen. Alleen wat ik leuk vind.”

“ Dat is heel prettig; als ik nu zie wat vroegere acteurs van Studio soms staan te doen op de televisie en zo - helemaal de commerciele kant op, terwijl ze het zoveel beter kunnen - dan ben ik blij dat ik daar niet aan mee hoef te doen. Zodat ik, als straks mijn deksel op de kist gaat, nergens spijt van heb.”