Hurd in Peking, het hoogste Westerse bezoek na juni 1989

PEKING, 4 april - De Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, is op de eerste dag van zijn bezoek aan de Volksrepubliek China begonnen aan besprekingen in een verzoenende atmosfeer, maar over het heetste politieke hangijzer, Chinese instemming met de bouw van een nieuw vliegveld in Hongkong, is nog niets naar buiten gekomen.

Hurd en zijn Chinese ambtgenoot, Qian Qichen, hebben vanmorgen over de situatie in de Golf gesproken. Vanmiddag heeft Hurd de directeur van het Bureau voor Hongkong- en Macauzaken, Lu Ping, ontmoet en daarna voor een tweede ronde minister Qian.

Hurds komst naar Peking is het eerste bezoek van de minister van buitenlandse zaken van een belangrijk Westers land sinds het bloedige keerpunt in de Chinese politiek in 1989. Te oordelen naar de krachtige uitspraken die Hurd in Hongkong, voor zijn vertrek naar de Chinese hoofdstad, heeft gedaan moet zijn bezoek een nieuwe fase inluiden in de Brits-Chinese confrontatie over Hongkong, en wel samenwerking en vooruitgang in plaats van de gespannen impasse waarin het Chinese ideologische taalgebruik van de laatste jaren de schatrijke, maar kwetsbare kroonkolonie heeft gebracht.

Ter markering van die nieuwe tactiek is volgens de Hongkong-media in Londen een lobby in gang gezet om voor de eindjaren een ander type gouverneur te benoemen, niet langer een diplomatieke China-specialist, maar een politieke prima donna, die het prestige, de flair en de speelruimte heeft om communistische blaffers te weerstaan.

Bovenaan de lijst die de Hongkong-media het afgelopen weekeinde brachten staan minister van defensie Tom King, de minister voor Noord-Ierland, Peter Brooke, ex-minister Norman Fowler en SDP-leider David Owen. Britse diplomaten in Peking zeggen dat het idee prematuur en speculatief is, maar andere waarnemers wijzen naar twee precedenten: India, waar een top-militair, Lord Mountbatten, tot laatste onderkoning werd benoemd, en Rhodesie, waar een top-politicus, Lord Soames, als laatste gouverneur de soevereiniteitsoverdracht moest leiden.

In Hongkong wordt meer verwacht van Hurd dan van diens voorganger, Sir Geoffrey Howe, die de indruk heeft achtergelaten dat hij meer heeft beloofd dan waargemaakt. Wat weinigen weten is dat Hurd sinoloog is en voor zijn politieke loopbaan als jonge diplomaat enige jaren in Peking heeft doorgebracht. Over de Culturele Revolutie heeft hij in 1969 een politieke thriller, Smile on the Face of the Tiger, geschreven.

Hurd zei dat hij in Peking een krachtige houding zou aannemen en suggereerde dat het “alles of niets” zou zijn. Hij verzekerde dat China voor 1997 geen medezeggenschap in Hongkong zou krijgen, ook niet in het vliegveldproject. “Samenwerking betekent consultatie, met name over zaken die 1997 overschrijden. Maar consultatie met China betekent niet controle door China. Het vliegveldproject valt onder deze categorie.”

Hurd constateerde dat de voortgang in het uitvoeren van de Gezamenlijke Verklaring, het Brits-Chinese verdrag van 1984 dat de transformatie van de kroonkolonie tot een autonome kapitalistische Speciale Administratieve Regio van China in 1997 regelt, de afgelopen anderhalf, twee jaar in schildpaddenvaart is gegaan en dat als dat zo doorgaat Hongkong zal stagneren.

“Hongkong kan niet stilstaan. Hongkong is niet zo'n soort plaats (als China) en het nieuwe vliegveld is een deel van die vaart. Het is nodig voor de toekomst dat we de Chinezen zo ver krijgen dat in te zien”, aldus Hurd.

China blokkeert sinds enige maanden de bouw van het vliegveld en de daarmee samenhangende infrastructuur omdat het te duur zou zijn: 30 miljard gulden voor het hele vliegveld- en havenproject en 17 miljard voor het vliegveld alleen.

De Chinezen vrezen dat de Britten de schatkist in 1997 leeggemaakt zullen hebben en dat Peking dan met de onbetaalde rekeningen zal zitten. Verder willen zij niet dat, als gevolg van open aanbestedingen volgens het vrije-marktprincipe, een groot deel van de werken naar internationale bouwgiganten zal gaan en niet naar Hongkong-Chinese en Volksrepubliek-Chinese bedrijven.

Op het hoogtepunt van de controverse heeft Peking niet alleen geeist dat het twee leden met veto-bevoegdheid in de Airport Authority krijgt, maar ook dat het inspraak heeft in alle belangrijke zaken waarvan de reikwijdte 1997 overschrijdt.

Qian Qichen heeft vandaag expliciet verklaard dat China geen opzet heeft om zich tijdens de overgangsperiode in de dagelijkse gang van zaken in Hongkong te mengen. “Zoiets als Chinese controle of veto-macht bestaat niet”, aldus Qian. Dat klinkt bemoedigend, maar Hurd durfde geen doorbraak te voorspellen. “Doorbraken gebeuren niet zo vaak in het leven”, zei hij filosofisch.