Go-video voedt anti-Japan sentimenten in Amerika

ROTTERDAM, 4 APRIL. Is de Amerikaanse firma Go-Video een chanteur, die handig gebruik maakt van anti-Japan sentimenten in de VS, of is het bedrijf slachtoffer van een Japans complot? Vaststaat dat de onderneming sinds haar oprichting bijna zeven jaar geleden meer geld heeft verdiend met schadeclaims dan met de verkoop van elektronica.

Voor de districtsrechtbank in het Amerikaanse Phoenix is gisteren een juridische strijd ontbrand, die op papier wel heel ongelijk is. Aan de ene kant staat Go-Video, in het laatste boekjaar goed voor een omzet van 239.914 dollar. Aan de andere kant verrijzen 's werelds grootste fabrikanten van videorecorders: Matsushita, Sony en Victor. Drie Japanse topconcerns met een gezamenlijke omzet van meer dan 60 miljard dollar.

Go-Video beschuldigt de drie Japanse giganten ervan, dat ze afspraken hebben gemaakt om de concurrentie te weren. Eerst zouden de Japanse elektronicabedrijven hun Amerikaanse concurrenten met behulp van dumping en kartelvorming uit de markt hebben gedrukt. Het resultaat is dat er nog maar een zelfstandige Amerikaanse tv-fabrikant over is: Zenith. Het gevolg is ook dat de videorecorder die in de VS is uitgevonden, nergens in de VS meer wordt gemaakt.

Amerikaanse bedrijven die aan dat monopolie proberen te tornen, zegt Go-Video, stuiten op goed georkestreerd verzet. Dat ondervond Go-Video in 1984 toen het een 'dual deck'-videorecorder had ontwikkeld (voor twee videobanden tegelijk; handig voor kopieren) en daarvoor een fabrikant probeerde te vinden. Met het Japanse NEC-concern had Go-Video al een voorlopige overeenkomst gesloten, toen de onderhandelingen plotseling en zonder opgaaf van reden werden afgebroken. Vervolgens weigerden ook alle andere Japanse bedrijven met Go-Video in zee te gaan.

Volgens Go-Video is sprake van oneerlijke concurrentie en kartelvorming. De firma heeft de rechtbank bewijsmateriaal overlegd, waaruit blijkt dat het Japanse Verbond van videorecorder-fabrikanten zijn leden heeft verordonneerd geen 'dual deck'-apparaten op de markt te brengen. Dat gebeurde overigens nadat het Amerikaans Verbond van filmproducenten zich tegen zulke apparaten had gekant. Het Verbond was bang dat ze het illegaal kopieren van videofilms massaal in de hand zouden werken.

Al in 1987 heeft Go-Video een aanklacht wegens kartelvorming gedeponeerd. Destijds ging het nog om 14 Japanse en 3 Zuidkoreaanse bedrijven. Intussen heeft Go-Video met een aantal van die bedrijven een minnelijke schikking getroffen. De Japanse firma's NEC en Sanyo betaalden een schadevergoeding van 3,5 miljoen dollar. Het Koreaanse concern Samsung stapte over zijn aanvankelijke bezwaren heen en maakt nu 'dual deck'-videorecorders voor Go-Video.

Het gebeurt in de Verenigde Staten regelmatig dat firma's klachten indienen wegens oneerlijke concurrentie, maar hoogstzelden komt het tot een rechtzaak. Meestal wordt zo'n conflict tijdig bijgelegd. Vaak ook wordt zo'n klacht door de rechtbank niet ontvankelijk verklaard.

Amerikaanse handelsdeskundigen en advocaten volgen daarom met grote belangstelling de confrontatie tussen Go-Video en het Japanse elektronica-trio. Ze voorspellen dat een overwinning van Go-Video tot een lawine van anti-kartel-processen zal leiden. De vrije handel in de Verenigde Staten staat op het spel, zegt R.T. Dunlap, eigenaar van Go-Video en van huis uit jurist.

Nu de Golfoorlog voorbij en gewonnen is maakt Japan weer aanspraak op de titel vijand no 1 in de VS. Japans premier Toshiki Kaifu, die vandaag in Californie president George Bush ontmoet, en de Amerikaanse minister van handel, Robert A. Mosbacher, die Tokio bezoekt, zullen olie op de golven moeten gooien.