Geldmarktrente loopt op

AMSTERDAM, 4 APRIL. De tarieven op de Nederlandse geldmarkt vertoonden in de verslagweek een verdere stijging. Zo liep het interbancaire tarief voor driemaandsdeposito's op van 9,16 procent tot 9,30 procent gisteren.

De koppeling van de gulden aan de Duitse mark is een van de factoren die hebben bijgedragen aan de rentestijging op de Nederlandse geldmarkt. De aanhoudende onzekerheid over de Duitse conjunctuur en de mogelijke beleidsreacties van de Duitse centrale bank houden met name de geldmarktrente hoog. Daarnaast werden de Duitse en de Nederlandse geldmarkt verkrapt door interventies. Zowel de Bundesbank als De Nederlandsche Bank achtten aan het einde van de vorige week interventies in de valutamarkt noodzakelijk om de dollarstijging af te remmen. Uit de weekstaat blijkt dat De Nederlandsche Bank dollars verkocht, met een tegenwaarde van ongeveer 90 miljoen gulden. Ofschoon de dollar op 1 april met circa 3 cent is gedaald, is het sentiment ten gunste van de dollar nog niet gekeerd.

Mogelijk dat ongunstige cijfers over de Amerikaanse werkgelegenheid, die morgen worden bekendgemaakt, het stelstel van centrale banken in de Verenigde Staten bewegen tot een verlaging van de officiele rente.

Hiervan zou de dollar een neerwaartse druk kunnen ondervinden. Een andere factor die de Nederlandse korte rente opdreef, is het Paasreces van de geldmarktpartijen. De twee extra vrije dagen, waarin geen actie kon worden ondernomen om het verbruik van het contingent te sturen, bracht eind vorige week onzekerheid in de markt. In het bijzonder de daggeldrente ondervond hiervan de gevolgen. De onzekerheid in de markt bleek evenwel ongegrond. Dit blijkt uit het feit dat de banken in de afgelopen week nog een procentpunt besparing op het contingentsverbruik wisten te realiseren. De besparing liep hierdoor op tot 4 punten. Jongstleden dinsdag hadden de gezamenlijke banken 71 procent van het contingent verbruikt, terwijl 75 procent van de contingentsperiode was verstreken. Deze besparing van de banken bleek mogelijk, ondanks een toeneming van de bankbiljetten in circulatie met 724 miljoen gulden. De verkrappende werking die hiervan op de geldmarkt uitging, werd meer dan gecompenseerd door het verruimende effect van betalingen door het Rijk, die tot uiting komen in een daling van het saldo van de schatkist. Aangezien De Nederlandsche Bank voorts de speciale belening ter grootte van 1.643 miljoen gulden, die op 28 maart afliep, verving door een fractioneel hogere belening (1.770 miljoen gulden), konden de banken volstaan met een minder groot beroep op de centrale bank.

Gisteren steunde De Nederlandsche Bank de geldmarkt met een nieuwe speciale belening, waarop 2.398 miljoen gulden werd toegewezen. De belening loopt tot 12 april. De rente is onveranderd op 8,70 procent gehouden. Op basis van de verwachte toeneming van het saldo van de schatkist, door belastingafdrachten, wordt de jongste belening krap geacht. Bij deze inschatting is rekening gehouden met het feit dat de kasreserve, die de banken dienen aan te houden bij de centrale bank voor de periode van 3 tot 12 april, met 735 miljoen gulden is verlaagd tot 3 miljard gulden.

Bron: NMB Postbank Groep