Ex-DDR-ologie

Berliner Journal fur Soziologie, nummer 1; vier maal per jaar verschijnend wetenschappelijk tijdschrift, uitgegeven door Akademie-Verlag Berlin, Leipziger Strae 3-4, Postfach 1233, O-1086 Berlin. Abonnement DM 80, losse nummers DM 25, exclusief verzendkosten.

Natuurkundigen vormen een uiterst nieuwsgierig volkje. Ze storten zich bij tijd en wijlen en masse op een zich plotseling aandienend onderzoeksgebied. Warme supergeleiding en in iets mindere mate koude kernfusie mochten zich binnen enkele weken in de belangstelling van vele duizenden fysici verheugen.

Uiteraard worden ze niet alleen door nieuwsgierigheid gedreven. Zo'n nieuw onderzoeksveld biedt ook kansen om snel te scoren en een ontdekking te doen waarmee de carriere wat meer vaart krijgt.

Een dergelijke vorm van openlijke nieuwsgierigheid is in de maatschappijwetenschappen uiterst zeldzaam. Ook in die wetenschappen dienen zich soms buitenkansjes aan voor onderzoekers, maar daarvan trekken die zich doorgaans niets aan. Neem nu het ineenstorten van de DDR, een van de interessantste maatschappelijke fenomenen van na de oorlog. Waren sociologen net zo nieuwsgierig geweest als natuurkundigen, dan zaten ze nu met duizendenin de oostelijke Lander.

Welnu, alle hotels en particuliere kamers zitten vol met managers, adviseurs, gelukszoekers en criminelen, maar er is geen socioloog te bekennen. Wie wil weten wat daar gebeurt kan beter Die Zeit of Der Spiegel lezen, want in de maatschappijwetenschappelijke vakpers is de onttakeling van de DDR nog nauwelijks opgemerkt.

Een gunstige uitzondering hierop vormt het Berliner Journal fur Soziologie, een gloednieuw tijdschrift dat op initiatief van enkele Oostduitse sociologen wordt uitgegeven. Dit voorjaar is het eerste nummer verschenen. Tot dan toe bestond er uberhaupt geen algemeen sociologisch tijdschrift in Oost-Duitsland. De autoriteiten vonden uitgeven van zulk een geschrift kennelijk te riskant. Sociologie is een gevaarlijk vak voor mannen met macht.

In de programmatische verklaring die bij het eerste nummer is gevoegd stelt de redactie dat de ineenstorting van de realsozialistische maatschappijen het sociaal-wetenschappelijk debat diepgaand zal beinvloeden. Het tijdschrift stelt zich onder meer de opgave dit proces te documenteren. Daarnaast wil het de sociale en economische problemen bediscussieren die zich in Oost-Duitsland voordoen door de Beitritt en het aaneengroeien van beide Duitse samenlevingen. Een interessant en ambitieus doel. Komt er iets van terecht, dat is de vraag.

Geheel nieuw voor de DDR is het houden van een heuse opiniepeiling en een publikatie van de resultaten. Twee medewerkers van de universiteit van Leipzig deelden met hun studenten vijfduizend vragenlijsten uit op de roemruchte maandagdemonstraties. Ze deden dat op vijf maandagen tussen oktober 1989 en februari 1990.

In de loop van enkele maanden traden grote veranderingen op in de samenstelling van de demonstraties: op 13 november behoorde nog 33 procent naar eigen zeggen tot de intelligentsia. Drie maanden later was dat nog maar 18 procent. Op 13 november liepen er nog 39 procent vrouwen mee, op 16 januari nog maar 23 procent.

Ook in de opvattingen van de demonstranten deden zich in drie maanden tijd opmerkelijke verschuivingen voor. De mening over Wiedervereinigung was half november nog niet uitgekristalliseerd: 41 procent voor, 31 tegen en 28 geen mening. Opmerkelijk is dat van de twintigers slechts 22 procent voor was en 50 procent tegen, terwijl van de vijftigers 62 procent voor was en slechts 14 tegen. In drie maanden zijn alle leeftijdscategorieen en alle maatschappelijke lagen opgeschoven richting onmiddellijke vereniging. Zelfs onder de twintigers, aanvankelijk de meest fervente tegenstanders van Duitse eenheid, was op 12 februari 53 procent voor vereniging nu, en 37 procent voor vereniging later.

In dezelfde periode verschoof de sympathie van de demonstranten van burgerbewegingen als Neues Forum naar de gevestigde politieke partijen. Het percentage demonstranten met sympathie voor Neues Forum daalde van 70 procent in november tot 47 procent midden februari. De sympathie voor de SDP-SPD bereikte in januari haar hoogtepunt met 86 procent, maar was een maand later al gedaald tot 50 procent. De inmiddels gevormde Allianz reikte toen meteen 53 procent. De Allianz-sympathisanten verschilden vooral van de overigen door hun overweldigende voorkeur voor onmiddellijke aansluiting bij de Bondsrepubliek. De woorden Vereinigung jetzt werd door 92 procent van de Allianz-sympathisanten positief gewaardeerd, door 50 procent van de SPD-sympathisaten en door 15 procent van degenen met sympathie voor een van de overige partijen.

Helaas staat er in dit eerste nummer geen enkel ander artikel met zo'n hoog empirische gehalte. De rest is studeerkamersociologie. Dat is niet bij voorbaat oninteressant, in tegendeel, het artikel over modernisering van de samenleving als socio-structureel probleem is zelfs spannend. Maar zulke verhalen kunnen altijd en overal worden geschreven en in elk tijdschrift worden gepubliceerd. Het Berliner Journal fur Sociologie zou zijn onsterfelijkheid zeker kunnen stellen door nu minutieus en uitgebreid te beschrijven en te verklaren wat er de afgelopen jaren in de DDR en in de rest van Oost-Europa is gebeurd en wat daar nu gebeurt. Daartoe biedt dit eerste nummer jammer genoeg onvoldoende aanzetten. Dat is een gemiste kans. Geen enkel ander tijdschrift doet het immers.

    • Dick van Eijk