De wonderbare vloeistof die speeksel heet

Over enkele jaren zal biochemisch speekselonderzoek bij de tandarts standaard worden, voorspelt de nieuwe hoogleraar tandheelkunde A. van Nieuw Amerongen.

Het lijkt waarschijnlijk dat speekselonderzoek in de toekomst een belangrijke rol zal spelen als het gaat om het diagnostiseren van allerlei ziekten. Deze voorspelling wordt gedaan door de nieuwe hoogleraar in de orale biochemie, dr. A. van Nieuw Amerongen, aan de tandheelkundige faculteit van de Vrije Universiteit (ACTA).

'Spoorzoeken in speeksel' is de titel van zijn openbare les die hij morgen uitspreekt. Uit zijn rede wordt duidelijk dat enthousiaste speekselonderzoekers, of het nu tandartsen of chemici zijn, werkelijk kunnen watertanden en likkebaarden als zij op zoek zijn naar de wonderbaarlijke eigenschappen van deze onmisbare mondvloeistof.

AMYLASE

Speeksel is voornamelijk afkomstig uit drie paar grote speekselklieren, gesitueerd naast het oor, onder de tong en bij de onderkaken. Daarnaast zijn er nog honderden andere kleine speekselkliertjes aanwezig in de slijmvliezen van de mond, in de wang, lip, tong en het verhemelte.

Elke grote speekselklier heeft een aparte functie. Zo zien wij bijvoorbeeld dat de oorspeekselklier vooral eiwitten produceert, bijvoorbeeld het enzym amylase, dat betrokken is bij de afbraak van zetmeel en als zodanig een belangrijke rol speelt bij de spijsvertering.

De twee andere grote speekselklieren produceren vooral mucinen, langgerekte eitwitketens waaraan weer lange koolhydraatketens gebonden zitten die ervoor zorgen dat het speeksel slijmerig van aard is en niet als water uit de mond stroomt. Bovendien beschermen deze stoffen de slijmvliezen en de gebitselementen tegen uitdrogen en eveneens tegen bacteriele infecties.

Verder speelt het speeksel een belangrijke rol bij de wondheling en de remineralisatie van tandglazuur wanneer het, door zuurwerking, ontkalkt kan worden. Ook is bekend dat er factoren in het speeksel zijn die schimmelinfecties tegengaan.

Kortom, speeksel heeft een groot aantal al bekende functies en men verwacht dat er in de naaste toekomst nog meerdere zullen worden gevonden.

Het belang van het hebben van speeksel wordt vooral duidelijk wanneer door speekselklierafwijkingen de klieren zodanig beschadigd zijn dat zij niet meer in staat zijn het speeksel te synthetiseren en uit te scheiden. Dit bijvoorbeeld ziet men wanneer door radioactieve bestraling in verband met het hebben van tumoren speekselklieren niet meer functioneren. Het gevolg is een droge mond wat resulteert in chronische ontstekingen van de mondslijmvliezen en het versneld ontstaan van tandbederf en tandvlees- en kaakbotafwijkingen. Ook bijwerkingen van medicijnen op de speekselkliersecretie veroorzaken een tekort aan speeksel en als zodanig droge mondgevoelens.

DIAGNOSTICUM

Omdat speeksel zo gemakkelijk en pijnloos is te verkrijgen worden al tientallen jaren pogingen ondernomen om speeksel als diagnosticum te gebruiken in plaats van bloed. Toch blijken hier grote problemen.

Vooral omdat de samenstelling van deze mondvloeistof per persoon en van een en dezelfde persoon zo verschillend kan zijn en de concentratie van een bepaald speekseleiwit soms wel tienvoudig kan varieren.

De oorzaken hiervan zijn divers. Mensen produceren op verschillende momenten van de dag verschillende hoeveelheden speeksel. Er is sprake van een dag- en nachtritme. Smaak- en kouprikkels geven aanleiding tot speekselvorming. Maar er zijn ook allerlei zenuwprikkels die de speekselklieren kunnen stimuleren en ook de hormonale status, bijvoorbeeld de menstruatiecyclus, heeft invloed op de speekselvorming.

Gezien deze variabele houdt men zich binnen de vakgroep Orale biochemie vooral bezig met de analyse van speeksel van patienten die gebitsproblemen hebben. Zo heeft men al veel onderzoek gedaan naar de invloed van speekseleiwitten op de kolonisatie van bacterien die een rol spelen bij tandbederf. De diverse speekseleiwitten kunnen schadelijke bacterien binden zodat de kolonisatie ervan op de gebitsoppervlakte wordt tegengegaan.

Maar als speekseleiwitten al in grote mate op de tandoppervlakte aanwezig is kan die kolonisatie daar juist worden bevorderd en kunnen bacterien er hun schadelijke werking direct uitoefenen. Nu blijkt echter dat de eerste binding van bacterien in speeksel plaatsvindt en naarmate de concentratie van speekseleiwitten in de mondvloeistof hoger is, vindt er minder kolonisatie op het gebit plaats. Preventie van tandbederf kan dus via het speeksel plaatsvinden.

KUNSTGEBIT

Het speeksel van kunstgebitdragers is eveneens onderwerp van studie.

Vooral omdat speeksel een belangrijke factor is bij het houvast van het kunstgebit in de mond. Zo blijkt dat onder invloed van kauwkrachten de speekselsecretie, vooral vanuit de oorspeekselklier snel gaat toenemen.

Maar bij kunstgebitdragers zijn de kauwkrachten aanmerkelijk minder dan bij mensen die hun eigen tanden en kiezen nog hebben. Men ziet dan ook dat de speekselproduktie bij een groot aantal patienten te laag is voor een goed functioneren van de prothese. En eveneens dat voedselresten bij deze mensen minder snel worden weggespoeld en de natuurlijke mondhygiene eveneens minder is.

Een ander onderzoeksterrein is het zoeken naar het ontstaan van tandvlees- en kaakbotziekte, de zogenaamde parodontale afwijkingen.

Een groot gedeelte van deze patienten blijkt geinfecteerd te zijn met een of meer van de zogenaamde paro-pathogene bacterien. Speeksel van deze patienten is geanalyseerd op de eiwitsamenstelling en het vermogen tot klontering van bacterien.

Het blijkt dat er in de mondflora van paro-patienten stoffen aanwezig zijn die een belangrijk glycoproteine, afkomstig uit de oorspeekselklier, afbreken waardoor de natuurlijke bescherming van het speeksel tegen deze ziekte afneemt. Het onderzoek is er op gericht te komen tot een vroegtijdige diagnose van deze ziekten met als doel zoveel mogelijk afbraak van het kaakbot te voorkomen.

In Nederland wordt vooral in Amsterdam gericht onderzoek gedaan op het gebied van speeksel. Internationaal wordt speekselonderzoek veel verricht, wat blijkt uit de ruim 300 voordragen die er over dit onderwerp worden gehouden op het komende congres van de International Association for Dental Research. Dan blijkt ook dat speeksel vele kanten heeft die relevant zijn voor de genees- en tandheelkunde. Wij denken aan onderwerpen als diagnostiek van suikerziekte via speeksel, de bijwerkingen van geneesmiddelengebruik op de speekselvloed, veroudering van de verminderde speekselklierfunctie, het ontdekken van AIDS door speekselanalyse en aan het vervaardigen van kunstspeeksel en speekselsimulantia.

De veronderstelling lijkt daarom niet gewaagd dat over 25 jaar een tandarts over een klein laboratorium beschikt waarin hij speekseldiagnostiek bedrijft, al dan niet gekoppeld aan een voorziening voor bacteriologisch onderzoek.

tekening: Zes klieren, drie aan iedere gezichtszijde, produceren dagelijks 1 tot 2 liter speeksel. Microscopische preparaten van het klierweefsel tonen de verschillende bouw, die afhankelijk is van het soort speeksel. De grote klier naast het oor (boven) maakt vooral dunvloeibaar speeksel met zetmeelsplitsende enzymen. De klieren onderaan wang (midden) en onder de tong (onder) scheiden slijmeriger vloeistof met veel eiwitketens af. Ze beschermen vooral tegen uitdrogen en bacteriele infecties.

Maar wat maak ik me druk? Over dit soort filosofische bespiegelingen worden we het toch nooit eens, en bovendien, voor de praktijk van het leven en de wetenschap maakt het niet zoveel uit. Toch is er een gevaar. Mensen kunnen redeneren: als er dan geen objectieve werkelijkheid is, kan ik net zo goed 'het verhaal' vertellen dat mij politiek het beste uitkomt. Of ik kan, net als die Griekse retor, 'het kleine groot en het grote klein' voorstellen. In moderner termen: ik kan het onwelkome feit in een voetnoot wegstoppen, het welkome feit cursief in de tekst zetten.