De gouden tijd van de superheffing is voorbij

De zeven vette jaren van de superheffing zijn voorbij. De prijzen dalen en in de koelhuizen van de EG ligt al weer een boterheuveltje. Voor de Nederlandse melkveehouder worden de kleiner wordende quota een steeds knellender band.

Als we het erf willen oprijden, moeten we even wachten op de truck met oplegger die de weg probeert op te draaien. Tom en Trix Maaijen, melkveehouders in de Lopikerwaard, huren regelmatig de mobiele yoghurt-installatie van zuivelhandelaar De Bruyn uit het nabijgelegen Waarder om melk om te zetten in yoghurt. De familie Maaijen heeft een bedrijf met zestig koeien en wat jongvee. Het quotum bedraagt 389.000 kilo melk.

Maaijen: “Zonder de yoghurt-produktie zou ik genoeg hebben aan vijftig koeien om mijn quotum vol te melken. Ik kan nu 40.000 kilo melk per jaar meer kwijt, tegen een prijs die op hetzelfde niveau ligt als de melkprijs die ik bij Campina Melkunie krijg.”

Deze uitweg om melk af te zetten in de vorm van zure melkprodukten wordt binnenkort afgesneden. Volgens de Europese Commissie heeft Nederland zich indertijd vergist door deze produkten - gemaakt op de boerderij - buiten de superheffing te laten vallen. Wat de gevolgen zijn voor zijn bedrijf weet Maaijen nog niet. “Ik hoop maar dat ik er quota bij krijg. Anders moet ik tien koeien opruimen. Of quota huren of kopen natuurlijk.”

Voor de superheffing op 1 april 1984 werd ingevoerd, vreesden vele veehouders het ergste. Kersvers Elfstedentochtwinnaar en veehouder Evert van Benthem wilde indertijd zelfs zijn medaille graag inruilen voor een beetje extra melkquotum. In de zeven jaar die sindsdien zijn verlopen, zijn de effecten van de superheffing erg meegevallen. De bergen boter en melkpoeder verdwenen in recordtempo en de prijs voor een liter melk steeg naar ongekende hoogte. In het topjaar 88-89 was de melkprijs maar liefst 81 cent per liter gemiddeld. Er waren zelfs afnemers die 86 cent melkgeld betaalden.

Ook de melkveehouders die om een of andere reden wilden ophouden, boerden niet slecht. Verkoop van quotum bracht in 1989-90 prijzen op die varieerden van 3,86 gulden tot het, tamelijk absurde bedrag van 5,99 gulden per liter in de kleigebieden van Friesland. Wie het tijdelijk even niet zag zitten kon zijn quotum verhuren voor veertig cent per liter.

Die gouden tijden zijn voorbij. De inkomens van de melkveehouders hollen hard achteruit. De kunstmatige vaststelling van vraag en aanbod blijkt uiteindelijk toch geen garantie te bieden voor een goed inkomen, zegt Eppo Bolhuis, directeur van de FNZ, de vereniging van cooperatieve zuivelondernemingen. De melkprijzen zijn afgelopen jaar met elf procent gedaald en het einde is nog niet in zicht. De rente is gestegen en de prijzen voor rundvlees zijn gedaald, mede door import uit Oost-Europa.

Veehouder Maaijen rekent voor dat hij er het afgelopen jaar circa duizend gulden per koe aan inkomen op achteruit is gegaan. Op zestig koeien dus 60.000 gulden. En dan hebben hij en zijn collega's nog als voordeel dat de prijzen voor het voer erg laag zijn geweest.

In het kielzog van de melkprijs worden ook de prijzen voor quota meegesleept. In plaats van bijna zes gulden, wordt nu voor een 'liter-quotum' (quotumprijs per liter) nog maar de helft of nog minder betaald. Het weekblad Boerderij rekende uit dat de Nederlandse melkveehouders alleen al daardoor anderhalf miljard gulden armer zijn geworden. Ook de stijgende rentelasten en de te verwachten milieu-investeringen temperen vooalsnog de neiging van de boeren om te investeren in quota.

Nu de vooruitzichten voor de Nederlandse zuivel ongunstiger zijn, neemt de kritiek op de superheffing weer toe. Voor veehouder Maaijen kan de hele superheffing opgedoekt worden. De verplichte produktiebeperking is volgens hem op de lange termijn de dood in de pot voor de Nederlandse zuivel.

Voorzitter Harm Schelhaas van het Produktschap Zuivel beaamt dat, zij het in wat diplomatieker bewoordingen. “Nederland kan, als belangrijkste zuivelland ter wereld, zijn technologische voorsprong niet uitbaten. We zijn gebonden aan een een beperkte hoeveelheid melk, een hoeveelheid die bovendien steeds kleiner wordt.”

Pag. 12:

Positie van Nederland als zuivelnatie staat op het spel

De Nederlandse zuivel voelt zich hoogst onrechtvaardig behandeld bij de uitvoering van de superheffing. Waar Nederland tot op de laatste kilo melk de boeken controleert, heeft de Italiaanse veehouder nog nooit van de superheffing gehoord, zegt Frank Kuiper, adjunctsecretaris van het Produktschap Zuivel.

De Nederlandse veehouders hebben de afgelopen zeven jaar circa twintig procent van de quota ingeleverd. In de Europese Gemeenschap als geheel is de hoeveelheid melk echter met minder dan tien procent afgenomen.

Naast extra quota voor bij voorbeeld Portugal en Griekenland heeft ook Italie meer melk geproduceerd in plaats van minder. In dat verband is de onlangs aan het licht gekomen 'fraude met oren' berucht.

Italie had indertijd grote problemen met het tellen van liters melk. Daarom werd in 1984 gekozen voor een slachtregeling. De vermindering van de melkproduktie zou gebeuren door de slacht van koeien te registreren. De boeren moesten van de geslachte dieren een oor afleveren bij de instantie die verantwoordelijk is voor de produktiebeperking. Onlangs is gebleken dat veel Italiaanse koeien een oor missen. De boeren melken lustig voort, want of een koe nu een, twee of geen oren heeft - melk levert ze toch wel.

In Nederland is het in tegenstelling tot Italie vrijwel onmogelijk geworden om de superheffing te ontduiken. Het 'zwarte melk'-circuit - waarbij boeren hun overschotten via de handel afzetten in Belgie - is volgens Kuiper van het Produktschap vrijwel verdwenen. “Ik geloof dat de Algemene Inspectie Dienst een week of wat geleden nog tweehonderd kilo melk heeft opgespoord. Maar daarmee houdt het wel op”, aldus Kuiper.

De vraag is of er een alternatief is voor quotering. En of zo'n alternatief haalbaar is. Schelhaas pleit al jaren voor de invoering van een Europees quotum in plaats van de huidige landenquota. Een dergelijk supra-nationaal quotum zou Nederland de mogelijkheid geven zijn 'comparatieve' voordelen uit te buiten.

De politieke haalbaarheid van het idee is - ook volgens Schelhaas zelf - gering. Maar zo zegt hij: “De Israeliers moesten indertijd ook zeven keer om Jericho heenlopen voor de muren instortten. Voorlopig geven we niet op.”

Maaijen, en met hem een flinke groep grotere melkveehouders willen van de hele quotering af. Ze pleiten voor een systeem van A- en B-prijzen, zoals bij suiker. Een beperkte hoeveelheid melkquotum per land - bij voorbeeld gelijk aan het binnenlands gebruik - voor een melkprijs die vergelijkbaar is met de huidige. Voor de rest een vrije produktie tegen wereldmarktprijzen.

De wereldmarktprijs ligt op 35 cent per liter, minder dan de helft van de huidige melkprijs. Maaijen is er redelijk zeker van, dat hij voor die prijs kan produceren: “Nu zou ik quotum moeten huren voor 40 of 45 cent en dan vang ik ook niet meer dan 35 cent per liter bij een melkprijs van 75 cent. Als dat uit kan, dan kan ook de wereldmarktprijs uit.”

Volgens Bolhuis van de FNZ onderschatten de veehouders de gevolgen van een dergelijk twee-prijzensysteem. Voor de melk die tegen wereldmarktprijzen wordt geleverd, brengen de melkveehouders alleen de marginale kosten in rekening, zegt hij, de kosten dus van een extra liter melk. De afschrijvingen op gebouwen en apparatuur komen dan ten laste van het quotum met A-prijzen.

In het algemeen vindt Bolhuis het weinig zinvol om te streven naar afschaffing van de superheffing. Het steeds maar verminderen van het quotum, zoals nu gebeurt, is echter ook geen oplossing. Vooral een op export gericht zuivelland als Nederland wordt daardoor onevenredig getroffen.

Bolhuis: “Quotering zorgt voor een verhoging van de kostprijs van een liter melk, omdat boeren quota gaan huren of kopen. Die verhoging bedraagt nu al een dubbeltje. Dat verslechtert je positie op de wereldmarkt natuurlijk.”

De exportrestituties - de EG-subsidies om het verschil tussen EG-richtprijs en wereldmarktprijs te overbruggen - werken maar tijdelijk.

Bolhuis: “Omdat de prijzen binnen de EG hoog zijn, moeten de restituties ook steeds verder omhoog. Op een gegeven moment gaan landen die niet zo op export zijn gericht - en dat zijn vrijwel alle 'grote landen' in de EG - vraagtekens zetten bij de exportrestituties.

Als ze zien dat vooral Nederland ervan profiteert, zullen ze al snel geneigd zijn om op die uitgaven te beknibbelen.''

De enige remedie tegen de huidige problemen in de zuivel is volgens Bolhuis het aanpakken van de overschotten via prijsverlaging. Het grote probleem van dit moment is volgens hem de boterprijs. Die is te hoog. Veertig procent van de melkproduktie in de EG bestaat uit botervet. Omdat dat vet zo duur is, kunnen de vervangende produkten - in casu plantaardige olien en vetten - steeds verder oprukken. Temeer omdat importheffingen ze aan de buitengrenzen van de EG niet tegengehouden. Berucht is het 'Gat van Rotterdam', waaruit plantaardige vetten - samen met grondstoffen voor veevoeder zoals tapioca en sojaschroot - ontsnapten aan invoerrestricties. Bolhuis pleit enerzijds voor prijsverlaging van boter, anderzijds voor het dichten van het gat van Rotterdam. Zo kunnen de prijs van boter en die van vervangende produkten weer wat meer met elkaar in evenwicht worden gebracht.

Ook het Produktschap Zuivel pleit bij monde van zijn voorzitter Schelhaas voor een politiek van prijsverlaging in plaats van quotumkorting. Wat dat betreft heeft het 'Witte Front' de rijen inmiddels vrijwel gesloten. Het enige dissidente geluid komt van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt. Het NAJK pleit al jaren voor quotering, ook voor andere dan zuivelprodukten. Zelfs het bestuur van de NAJK wordt echter beslopen door twijfel aan de juistheid van dat standpunt.

Jonge bedrijfsopvolgers zijn steeds meer geld kwijt, omdat bij overname van het bedrijf de broers en zussen niet alleen gecompenseerd moeten worden voor grond en gebouwen, maar tegenwoordig ook steeds vaker voor het quotum. Het NAJK stelt dan ook voor om, net als in Denemarken, de handel in quota aan banden te leggen.

Volgens Staf Depla van de NAJK slaan de melkveehouders dan twee vliegen in een klap. De korting op het quotum kan geheel of grotendeels worden gerealiseerd door melkveehouders die ermee ophouden en hun quotum dan moeten inleveren.

De discussies in Nederland over eventuele aanpassingen van het systeem van superheffing hebben plaats in een politiek vacuum. Behalve Denemarken en misschien Groot-Brittannie zijn de EG-landen in grote meerderheid tevreden over de quotering van de melkproduktie. Als het budget overschreden dreigt te worden - omdat er teveel melkpoeder en boter uit de markt moeten worden gehaald - dan knijpen we gewoon het quotum, is de algemene houding. De Duitse minister van landbouw, Walter Kiechle, voorziet zelfs een dermate omvangrijke inkrimping van het quotum dat melk een Luxusprodukt wordt. Dat het afknijpen van het quotum het hardste aankomt bij de gespecialiseerde melkveehouders in Denemarken en Nederland, lijken de grote landen minder belangrijk te vinden. En in de zuidelijke landen melken de boeren, mede dank zij de gebrekkige controle, gewoon door.

Afschaffen of zelfs maar wijzigen van de superheffing in een meer marktgerichte aanpak is op Europees niveau dus volstrekt niet aan de orde. Schelhaas: “Nederland mag dan een reus zijn als het gaat om zuivel; in de besluitvorming van de EG zijn we maar een Klein Duimpje.”

De hervormingsvoorstellen van Ierse EG-landbouwcommisaris Ray MacSharry gaan zelfs in tegenovergestelde richting. Om het platteland leefbaar te houden, stelde MacSharry begin dit jaar voor de kleine boeren - waaronder dus ook de kleine melkveehouders - extra te ondersteunen. Grotere boeren zouden juist extra moeten inleveren.

De hele Nederlandse zuivel is tegen de voorstellen van MacSharry te hoop gelopen. Of dat veel zal uithalen is onwaarschijnlijk. Voorlopig ziet het er naar uit dat de knellende banden van de superheffing alleen maar strakker worden aangedraaid.

Sinds de invoering van de superheffing is het aantal melkveehouders afgenomen met 13.000 (22 procent). Het aantal melkkoeien daalde met 670.000 (26 procent). De melkproduktie per koe steeg van gemiddeld 5270 kilo per jaar naar 6025 kilo per jaar (14 procent) en het areaal grasland in Nederland nam af met 7procent.

Nederland kent inmiddels een levendige quotumhandel. In 1990 is er in totaal circa 220 miljoen kilo verhuurd. Bij het Produktschap Zuivel hebben zich 3260 verhuurders en 5130 huurders gemeld. Het verschil tussen het aantal huurders en verhuurders ontstaat doordat verhuurders hun quotum aan meerdere huurders verhuren. Gemiddeld verhuren de verhuurders 65.000 kilo melk; de huurders huren gemiddeld 41.000 kilo.

De huurprijs lag vorig jaar op 37,3 cent per liter. Wat aan- en verkoop betreft, gaat het naar schatting om 1,5 miljard kilo melk die sinds de invoering van de superheffing in andere handen is overgegaan. De komende tien jaar zal nog eens twee a drie miljard kilo in andere handen overgaan, terwijl nog eens 3,5 miljard kilo doorschuift van vader op zoon (of dochter). Broers en zusters brengen bij bedrijfsovername steeds vaker een prijs voor het quotum in rekening, waardoor de kosten voor de bedrijfsopvolger stijgen. Volgens het Landbouw Economisch Instituut bedragen de quotumkosten op dit moment al zes tot tien cent per liter.