De genade van de rock

Light of Day. Regie: Paul Schrader. Met: Michael J. Fox, Gena Rowlands, Joan Jett. Uitgebracht op video door CNR Video.

Een streng christelijk milieu in het midden-westen van de Verenigde Staten, het dagelijks leven van fabrieksarbeiders en vergeving en verlossing aan het sterfbed van een ongeneeslijk zieke moeder, dit alles gehuld in rock 'n' roll-idioom, maken van Light of Day een bijzonder moeilijk verkoopbare film. Tegelijkertijd draagt die combinatie van elementen onmiskenbaar het stempel van schrijver-regisseur Paul Schrader, die gezien zijn nederlands-gereformeerde achtergrond misschien alleen bij ons op begrip van het publiek zou kunnen rekenen. De film die Schrader in 1987 (dus nog voor Patti Hearst en The Comfort of Strangers) maakte, mag het echter enigszins verlaat alleen op video proberen, een droef lot voor de eerste calvinistische rockfilm. Je zou je af en toe wanen in Almelo of Emmen, maar Light of Day is gesitueerd in Cleveland, Ohio. Een van de lokaties is ook Flint, Michigan waar Schrader zijn debuutfilm over arbeiders in de automobielindiustrie Blue Collar maakte, niet ver van zijn door Hollandse emigranten bewoonde geboorteplaats Grand Rapids.

De openingsbeelden, onder muziek van Bruce Springsteen, tonen het te weinig in film getoonde landschap van schoorstenen, dominees en heavy metal-rock. Voor de liefhebber zijn de kleine verwijzingen naar het calvinistische gedachtengoed om van te smullen: Michael J. Fox leert zijn neefje dat je elke van de televisie geplukte tekst op muziek kunt zetten en het eerste wat uit het toestel komt is de vermaning van een evangelist: “There's no way you can get out of this”. En de postmoderne band die vroeger The Sins heette, luistert nu naar de naam The Problems. Voor Patti (zeer goed gespeeld door de echte popmuzikante Joan Jett) is rock niet alleen een manier om zich af te zetten tegen de religieuze dweperij van haar moeder (Gena Rowlands), maar ook een pendant van de geloofsextase. Schrader toont het verband overduidelijk aan door in de montage over te snijden van gebed naar concert. Als Jett en Fox, zus en broer, samen spelen in hun semi-professionele band, zien ze er met hun identieke haardracht ook uit als een twee-eenheid. Samen voeden ze ook haar bastaardzoon op, en van het begin af aan suggereert Schrader wat Fox later letterlijk zal opmerken: dat hij in zijn onhandige gescharrel met onbetekenende meisjes wel stuk moet lopen, omdat ze nooit kunnen tippen aan de sterke persoonlijkheid van zijn zuster.

Elk van beiden staat ook voor een klassiek type gereformeerde: de slappe, gezagsgetrouwe jongen met een hoogstaande moraal die voortdurend tracht de zonden van anderen te compenseren en voor de continuiteit in het familieverband zorgt; en de vurige afvallige, vloekend op de hele bende, die toch de lievelingsdochter zal blijken en de stervende moeder belooft haar uiteindelijk te zullen volgen in het hemelrijk. Die kathartische scene van Rowlands en Jett is een juweeltje, waarin Schrader en de beide fantastische actrices larmoyantie op miraculeuze wijze weten te vermijden.

De persoonlijke betrokkenheid bij en liefde voor dit milieu spreekt voortdurend uit Schraders film. Misschien koos hij juist daarom voor een fletse dramatische vorm: er gebeurt volgens klassieke normen weinig opwindends in de verhaallijn en we weten dat de scenarist van Taxi Driver en Raging Bull het ook anders kan. Waarschijnlijk kon hij zich in die impressionistische vorm beter bezig houden met de tekening van details en sfeer. Daarin excelleert Light of Day, een sleutelfilm in het oeuvre van Schrader en een curieus bewijs dat er nog wel degelijk een auteurscinema bestaat in Hollywood.

    • Hans Beerekamp