Cabaretfestivals willen toch niet samenwerken

AMSTERDAM, 4 april - De vier Nederlandse cabaretfestivals gaan niet samenwerken. De organisatoren waren gisteravond op uitnodiging van het Amsterdams Kleinkunstfestival bijeen voor een openbare discussie, maar alle ideeen over coordinatie of over het afperken van ieders gebied werden verworpen. Ook een plan voor een jaarlijkse “super-finale”, met de winnaars van de vier festivals, verdween van tafel.

Harry Kies, organisator van het Leids Cabaretfestival, vindt vier festivals per jaar “teveel van het goede”. Hij pleitte voor sanering: “Er is niet voldoende aanbod van kandidaten. De festivals moeten te vaak putten uit mensen die eigenlijk niet geschikt zijn om aan zo'n festival mee te doen.” Veel kandidaten doen aan meer dan een festival mee; menigmaal is de winnaar van het ene festival voordien bij het andere niet door de selectie gekomen. Kies meent bovendien, dat het gevaar van “prijzeninflatie” dreigt: “Het begint voor de schouwburgen steeds minder interessant te worden om een groep te boeken die een prijs op een festival heeft gewonnen, want het winnen van een prijs is langzamerhand niets bijzonders meer.”

Geen van de vier festivals - Cameretten in Rotterdam, het Leids Cabaretfestival, het Amsterdams Kleinkunstfestival en het Gronings Studentencabaretfestival - is echter van plan vrijwillig af te zien van de landelijke pretentie. Ze vinden het aanbod van kandidaten groot genoeg en wijzen erop, dat voorronden en finale-avonden steeds een omvangrijk publiek trekken. “Het publiek blijft het leuk vinden zo'n wedstrijd mee te maken,” aldus directeur Rob Wiegman van het Luxor-theater in Rotterdam, die Cameretten in huis heeft, “en de kans te hebben de geboorte van een nieuw talent te zien.”