Bijna alle inwoners Shkoder bij begrafenis

SHKODER, 4 april - Het hoofdkwartier van de Partij van de Arbeid van Albanie in Shkoder smeult na. De straten zijn bezaaid met stenen, glasscherven, blokken beton en documenten van de communistische partij. Aan een lantaarnpaal op het Vijf Heldenplein, vlak naast een gigantisch standbeeld van gewapende partizanen, bungelt een dode kat aan een stuk koperdraad, met aan zijn staart een foto van Enver Hoxha. Duizenden mensen lopen zwijgend door de straten: de Noordalbanese stad draagt nog overal de sporen van de opstand van dinsdag.

Shkoder is een traditioneel bolwerk van verzet tegen het communistische regime. Het was hier dat in december van het vorige jaar het eerste standbeeld van Enver Hoxha omver werd gehaald en het was in de volledig vervallen kerk, tot dan toe in gebruik als sporthal, dat voor het eerst na 23 jaar door de staat opgelegd atheisme weer een katholieke mis werd opgedragen. Nergens in Albanie zijn zoveel mensen wegens 'politieke agitatie, belediging van het vaderland of vandalistisch gedrag' voor vele jaren in een werkkamp beland.

Dat verklaart waarom juist de inwoners van Shkoder de straat opgingen toen de Albanese televisie de uitslagen van de verkiezingen bekendmaakte en de mensen zich realiseerden dat het districtenstelsel en de intimidatie van de bevolking op het platteland tot een overwinning van de communisten hadden geleid.

Arbeiders legden spontaan het werk neer en enkele tientallen studenten begonnen een sitdown-staking voor het gebouw van de partij. Binnen een half uur waren er zo'n 15.000 mensen op de been. Toen de 27-jarige Arben Broci, een van de plaatselijke leiders van de oppositionele Democratische Partij, vanuit de ramen van het partijgebouw in de rug werd geschoten sloeg de vlam in de pan. Politiemannen en leden van de Sampista, de gevreesde elite-eenheid van de Sigurimi, schoten nog twee andere demonstranten dood.

De plaatselijke leiders van de communistische partij vluchtten via de ondergrondse gangen onder het gebouw. Tegelijkertijd sloten volgens ooggetuigen tientallen soldaten en politiemannen zich bij de demonstranten aan. De situatie in het communistische hoofdkwartier werd onhoudbaar en de massa bestormde het gebouw.

Nu lijkt niemand meer nog enig gezag in Shkoder uit te oefenen. De oproerpolitie heeft zich teruggetrokken rondom het stadhuis en het politiebureau, hier en daar lopen nog met kalasjnikovs gewapende mannen rond. “Boeren uit dorpen in de omgeving die door het bewind zijn ingehuurd”, aldus een omstander. De plaatselijke leider van de communistische partij is per helikopter naar Tirana gevlucht. De overige partijbonzen laten zich niet zien.

Van het communistische hoofdkwartier is vrijwel niets meer over. Uit de smeulende politie- en partijauto's slopen oudere mannen onderdelen.

Binnen slaan opgeschoten jongeren alles kort en klein. Slechts enkele loodzware kluizen hebben de aanval overleefd, maar met mokers en bijlen proberen de tieners ook die open te krijgen. Overal liggen stapels verbrande documenten. Een klein jongetje verscheurt het door Ramiz Alia geschreven boekje 'De realisering van de taken die de Partij heeft gesteld ten aanzien van de verbetering van de veeteelt vereist een bijzondere inspanning'.

Van de winkels en kantines in de omgeving is geen ruit heel gebleven. Overal zitten kogelgaten in de muren. Omstanders vertellen dat partijleden deze gebouwen binnenvluchtten, achternagezeten door de demonstranten, die op hun beurt door de politie en het leger werden beschoten.

Om drie uur ziet het centrale plein zwart van de mensen. Vanuit verschillende richtingen komen begrafenisstoeten met familieleden van de slachtoffers langzaam aangelopen. De kisten zijn geopend. De lichamen zijn met de Albanese vlag bedekt. Uiteindelijk zijn er naar schatting 75.000 mensen op de been, vrijwel de gehele bevolking van Shkoder.

Sali Berisha, leider van de Democratische Partij, roept de mensen op geen slogans te roepen. “We zijn hier om onze martelaren te herdenken. Laten we het regime in stilte veroordelen”, klinkt het door de luidsprekers. “Arben Bishanjaku, Besnik Ceka en Arben Broci, jullie zijn slachtoffers van een repressieve staat die zijn eigen onschuldige burgers om het leven brengt”, vervolgt hij. “Maar de democratie zal zegevieren en wij zullen nooit vergeten dat jullie je leven gaven voor een nieuwe lente die jullie zelf niet meer zullen meemaken.” Langs de stoet staan dikke rijen mensen die het V-teken maken. Op de daken van de huizen, in bomen, in de open laadbakken van oude Chinese vrachtauto's, overal bevinden zich mensen. Fluisterend geven ze elkaar het laatste nieuws door: een van de 58 gewonden is zojuist overleden.

De begraafplaats van Shkoder is tien kilometer van de stad verwijderd. Na anderhalf uur lopen arriveert de mensenmassa bij het kerkhof. Zelfs daar bevinden zich enkele van de naar schatting anderhalf miljoen schuttersputjes waarmee Albanie is bezaaid. De drie doden waren allen moslims en de dienst wordt geleid door de 76-jarige imam Hafiz Sabri Ko(c,)i, die in 1987 op vrije voeten kwam, na ruim twintig jaar in de gevangenis te hebben gezeten wegens “godsdienstige propaganda”.

Daarna roept een woordvoerder van de Democratische Partij de aanwezigen op het bericht te verspreiden om donderdag in heel Albanie als teken van protest het werk neer te leggen en 's avonds om 9 uur gedurende vijf minuten de lichten te doven. “Niemand ter wereld weet wat wij de afgelopen 46 jaar hebben meegemaakt”, zegt een bejaarde man geemotioneerd. “Maar we zijn bereid nog meer te lijden als de duisternis van deze dictatuur niet zal verdwijnen.” Dan sluit hij zich aan bij de stoet, die zich weer langzaam in de richting van het centrum van Shkoder begeeft.