Beleggers openen jacht op overname-fondsen

AMSTERDAM, 4 APRIL. Beleggers steken hun geld bij voorkeur in aandelen waarvan de koers flink kan oplopen. Koersen van aandelen lopen flink op bij overnemingen en fusies. Wat is er dus aantrekkelijker dan een beleggingsfonds dat zich specialiseert in ondernemingen die hiervoor op de nominatie staan. Zeker als het hierbij gaat om de laaggeprijsde Amsterdamse beursfondsen, die immers over enkele jaren een aantrekkelijke prooi vormen als de beschermingsconstructies waar Nederland zo rijkelijk mee bedeeld is, in Europees verband zijn geslecht.

Met dergelijke gedachten speelden het afgelopen jaar het commissionairsbedrijf Henkelman, Pontier, Van Drie & partners en de London Amsterdam Merchant Bank. Het resultaat van de overpeinzingen werd gisteren gepresenteerd: het beleggingsfonds Dutch Take-Over Targets (DTT), gespecialiseerd in beursgenoteerde ondernemingen in Amsterdam die voor een al dan niet vrijwillige overneming in aanmerking komen.

Het nieuwe beleggingsfonds zal hier en daar gemengde gevoelens oproepen. Beursgenoteerde bedrijven vinden het weliswaar prettig indien beleggers belangstelling tonen voor hun aandelen, maar als die belangstelling het karakter krijgt van het speculatief opdrijven van de koers van een overneming verkeert de trots snel in onverholen ergernis.

Daar zal het vooralsnog niet van komen met het nieuwe fonds, dat wordt genoteerd op de parallelmarkt en waar vanaf gisteren tot 12 april de inschrijving op openstaat tegen 50 gulden per aandeel. DTT hoopt om te beginnen zo'n 15 miljoen gulden uit de markt te halen, zo werd gisteren duidelijk. En hoewel de 'open-end' structuur van het fonds een grotere uitgifte bij oplopende belangstelling mogelijk maakt, blijft het vooralsnog bij bedragen waar geen serieuze koerseffecten van uit dreigen te gaan.

Wie bij de presentatie echter had gehoopt op een lijst van fondsen waar DTT de komende tijd zijn geld in gaat stoppen, kwam bedrogen uit.

Tussen de vijftien en twintig take-over targets staan genoteerd, zoveel wilden de initiatiefnemers nog wel kwijt. Maar de beleggingen zullen pas achteraf, bij de presentatie van (half-) jaarcijfers, bekend worden gemaakt.

“Als wij de namen bekendmaken”, aldus directeur drs. G.A.R. Bloemers, “dan wordt het een soort self-fulfilling prophecy. We willen geen meelopers creeren.” Met de Amsterdamse beurs, die zich de afgelopen jaren graag wil profileren als het gaat om de gelijktijdige verschaffing van informatie aan alle beleggers, waren overigens geen bijzondere afspraken gemaakt, verklaarde Bloemers.

Bij de selectie van de beleggingen zal het nieuwe fonds overigens weinig rekening houden met “de babbels en roddeltjes op de beurs”, zo onderstreepte initiatiefnemer H. Pontier. Om iedere schijn van nattevingerwerk te vermijden, presenteerde hij een wetenschappelijk ogende methode die speciaal voor het beleggingsfonds werd ontwikkeld.

Met de “Multivariatie Discriminant Analyse” wordt een eerste selectie gemaakt van beursfondsen op basis van een aantal financiele gegevens. Gekeken wordt ondermeer of het beursfonds in verhouding tot de markt goedkoper is, en hoe de koers-winst verhouding, de financiering en de rentabiliteit afsteken ten opzichte van het marktgemiddelde.

Op die selectie, een soort groslijst aldus Pontier, wordt vervolgens “een meer kwalitatieve toetsing” losgelaten. Gekeken wordt of er ook strategische argumenten zijn voor een fusie of een overneming.

Dat deze selectieprocedure de grillige werkelijkheid nog niet perfect kan voorspellen, bleek echter al uit het objectief samengestelde groslijstje van de afgelopen twee jaar: van de fusiekandidaten Amro Bank, ABN en Nationale-Nederlanden, Postbank en NMB bleek alleen laatstgenoemde bank genoteerd als potentiele kandidaat in de voorselectie opgenomen.

Pontier onderstreepte dan ook dat het succes niet direct verzekerd is. “Onze beleggingsportefeuille bestaat straks niet voor 100 procent uit bedrijven die worden overgenomen. Maar de kans op het aantreffen van een kandidaat voor een buy out of een overneming is wel groter”, aldus Pontier. De andere kant van de medaille is natuurlijk dat de fondsen waar DTT in belegt door omstandigheden niet worden overgenomen en in dat geval juist een extra kwetsbare investering vormen. Maar volgens Pontier is het risico van grote koersschommelingen bij DTT beperkt.

Dat geldt overigens ook voor de resultaten die zouden zijn behaald als DTT de afgelopen twee jaar reeds had belegd. Die lagen slechts 4 procent boven het marktgemiddelde, zo werd gisteren duidelijk.