Afvalakkoorden dwingend

ROTTERDAM, 4 APRIL. Het lang verwachte nieuwe convenant tussen de overheid en de Nederlandse verpakkingsindustrie zal waarschijnlijk nog deze maand tot stand komen. Het zal een convenant 'nieuwe stijl' zijn dat 'kracht heeft naar burgerlijk recht'. Dat heeft minister Alders van VROM vanochtend bij de opening van de Huishoudbeurs in Amsterdam bekendgemaakt. Het convenant beoogt de stroom verpakkingsafval te verminderen.

Het nog te ondertekenen convenant is het sluitstuk van het Project Verpakkingen waarbinnen al ruim een jaar door overheid, de Stichting Verpakking en Milieu (SVM) en betrokken consumenten- en milieuorganisaties wordt gediscussieerd. Soortgelijke 'strategische discussies' lopen voor een reeks andere afvalsoorten - die voor autobanden, kunststoffen (plastics) en autowrakken zijn eveneens in een vergevorderd stadium.

De laatste weken vonden en vinden de besprekingen over de inhoud van het verpakkingsconvenant bilateraal plaats tussen VROM en SVM. Opzet was ondertekening van het convenant voor 1 april, maar de veelheid aan te regelen details zorgde voor vertraging. Ook kostte het de SVM, die 120 bedrijven vertegenwoordigt, veel tijd om steeds opnieuw ruggespraak te houden met de verpakkingsindustrie. Consumenten- en milieu-organisaties hebben begrip voor de vertraging.

In het convenant wordt aangegeven langs welke weg de industrie denkt te komen tot het doel dat Alders al eerder heeft gesteld: tien procent vermindering van verpakkingsafval in het jaar 2000 ten opzichte van het niveau van 1986 en 60 procent hergebruik. (De rest van het afval zal worden verbrand, het storten behoort in 2000 te zijn gestopt.) De verpakkingsindustrie heeft het gestelde doel, na enig verzet, vorig jaar geaccepteerd. Voor eind 1995 zal al 50 procent hergebruik moeten zijn verwezenlijkt.

Tot nu toe was de juridische status van de milieuconvenanten tussen rijksoverheid en industrie, die vooral onder minister Nijpels tot stand kwamen, onduidelijk. Vooral de eerse convenanten waren 'herenakkoorden' die de industrie slechts tot een zekere inspanning verplichtten maar de overheid geen sancties verschaften. Latere convenanten waren meer gedetailleerd en bevatten peildata waarop de voortgang van de activiteiten werd getoetst. “Toch wordt bijvoorbeeld het convenant drankverpakkingen uit 1985 met voeten getreden”, aldus een woordvoerder van de Consumentenbond.

Alders heeft zich aanvankelijk een tegenstander getoond van de convenanten a la Nijpels. Dat nu expliciet gesteld wordt dat de afvalconvenanten-nieuwe-stijl 'kracht van overeenkomst naar burgerlijk recht' hebben, wordt als een belangrijke vooruitgang gezien.

Het nieuwe verpakkingsconvenant kent jaarlijkse peildata (tot aan 2000). Maar Alders wil het resultaat van de afspraken 'nog dit jaar in de supermarkt kunnen zien'.

De inhoud van het verpakkingsconvenant is nog niet openbaar. De toespraak van Alders doet vermoeden dat er onder (veel) meer een retoursysteem voor plastic draagtasen komt en dat het systeem van statiegeld zal worden uitgebreid tot wijn- en andere drankflessen.

Alders wenst overbodige verpakkingen ('omverpakkingen' om al reeds verpakte produkten) zoveel mogelijk af te schaffen. Toepassing van moeilijk te scheiden grondstoffen in verpakkingen (zoals in de beruchte laminaten) zal moeten verminderen. Toepassing van zware metalen (als kleurstoffen) en van PVC in verpakking moet worden beperkt of beeindigd.

Het gebruik van eenmalige verpakking zal, waar mogelijk, worden vervangen door meermalige, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit geen milieuwinst oplevert. Een zeer belangrijk punt, aldus de Consumentenbond, tot nu toe werd dat steeds andersom geformuleerd.