ABN-verzet tegen sociaal plan fusie

ROTTERDAM, 4 APRIL. Schamper lachend kijken ze wat om zich heen als voor de zekerheid vanachter de tafel nogmaals de vraag wordt gesteld hoeveel personen er voor het plan zijn. Maar in het bedompte conferentiezaaltje van Motel Brabant in Breda gaat geen hand omhoog. Niemand steunt de voorstellen die FNV-bestuurder Hamaker hier vanavond aan personeel van ABN en Amro voorlegt. “Inleveren? Dat is iets van de jaren zeventig, dat doen we nu niet meer”, klinkt het wat lacherig opstandig.

Hamaker telde gisteren twee Amro-medewerkers en voor de rest alleen maar ABN-personeel. Het was in Breda de derde van in totaal twaalf ledenraadplegingen van de Dienstenbond FNV over de voorstellen voor integratie van de arbeidsvoorwaarden van Amro en ABN. Op een onthouding na wezen 25 van de 26 aanwezigen het voorgestelde sociaal beleid van de gefuseerde banken duidelijk af. Eerder op de dag sprak Hamaker in Nijmegen een groep van elf Amro-medewerkers en een ABN-man toe. “Men was daar ruimschoots voor de plannen” aldus Hamaker.

ABN-ers, zoals ze zichzelf noemen, gaan er op vele gebieden op achteruit in de nieuwe plannen. Hun loonniveau ligt nu nog hoger dan dat bij de Amro, maar in de toekomst moeten de lonen naar elkaar toe worden getrokken. ABN-ers zien onder andere hun winstdeling bevroren worden. De arbeidsvoorwaarden van Amro-personeel gaan er over het algemeen op vooruit. Hun enige protest tegen de voorstellen is dat de achterstand op hun nieuwe collega's op bepaalde onderdelen te langzaam wordt ingelopen.

FNV-onderhandelaar D. Hamaker legde gisteravond het akkoord, dat na lang onderhandelen met de raad van bestuur ontstond, aan de vakbondsleden voor. Hij onderstreepte dat hij dat 'positief' deed.

Maar na Amsterdam (dinsdag), Nijmegen en Breda (beide gisteren) lijkt voor hem de conclusie al duidelijk: het ABN-personeel keert zich fel tegen de plannen, terwijl Amro-werknemers ze wel zien zitten.

“Laten we er geen doekjes om winden: de pijn valt naar een kant uit en dat is die van de ABN”, klinkt het uit de zaal. De aanwezigen in de kleine, benauwde ruimte zijn eerder verontwaardigd dan boos. De ABN-ers willen niet zomaar opdraaien voor de kosten van de fusie met de Amro.

Hamaker probeert het aanvankelijk nog met “We denken dat er globaal genomen een fatsoenlijk pakket arbeidsvoorwaarden ligt”, maar hij heeft al snel in de gaten dat de zaal niet is over te halen.

Een oud-vakbondsbestuurder bromt half in zichzelf, na een kwartiertje uitleg van Hamaker, dat het tijd wordt dat hij zich eens met de discussie gaat bemoeien. Hij steekt een sigaretje op, leunt wat over tafel, krabt zich over het hoofd en steekt van wal: “U wekt de indruk dat dit akkoord een positief plaatje is. Dat is het wel voor de Amro maar niet voor de ABN. Het is net of de Amro ons overneemt en de ABN als enige inlevert. Zo hou je straks een gefrustreerd deel van de bevolking over.” Zijn buurman valt hem bij: “Wat vooral slecht is, is dat er op deze manier twee kampen ontstaan. Het ene denkt: we hebben een goede slag geslagen terwijl het andere kamp denkt: mij is een oor aangenaaid.”

Als een grijsblauwe wolk van sigarettenrook de zaal vrijwel onbewoonbaar heeft gemaakt, is iedereen het erover eens waar de kern van het probleem ligt. “Er gaat minstens een generatie over heen voordat de verschillen in bedrijfscultuur tussen gefuseerde bedrijven volledig verdwenen zijn”, concludeert Hamaker.