Witte kinderjuf

De hoogste belastingrechter (de Hoge Raad) heeft een ruimere aftrekmogelijkheid voor de kosten van kinderopvang gegeven.

Dat kan het aantrekkelijker maken de kinderjuf 'wit' te betalen. Toch doet de overheid nog van alles om mensen te ontmoedigen die stap te zetten. De hindernissen die een gezagsgetrouwe burger op zijn weg vindt, zouden zonder veel nadelen weggenomen kunnen worden. Met de belastingregels is het vreemd gesteld. Ze staan niet allemaal in de wet of in uitvoeringsbepalingen. Sommige regels komen voort uit de interpretatie die de rechter aan dergelijke bepalingen geeft. Die rechterlijke interpretatie kan een heel andere richting uitgaan dan de wetgever voor ogen heeft gehad. Minister Hirsch Ballin van justitie liet de Tweede Kamer onlangs weten dat de 'te geringe voorspelbaarheid van de rechterlijke uitleg van regels' een van de redenen is waarom het de overheid niet lukt 'wetten te maken die met het recht in overeenstemming zijn'.

Dat is dan niet de enige manier waarop het rechterlijke optreden onvoorzien kan uitwerken. Rechterlijke uitspraken hebben soms fikse gevolgen voor de schatkist. Toch worden die effecten niet doorberekend in de raming van de belastinginkomsten. De uitspraak van de Hoge Raad over de kinderopvang kost de schatkist volgens informele ramingen van Financien meer dan tien miljoen gulden. Overigens kan men veilig stellen dat minister Kok van financien de laatste jaren buiten alle becijferingen om honderden miljoenen meer heeft geincasseerd doordat de rechter veel besparingsconstructies onmogelijk heeft gemaakt.

Door het oordeel van de Hoge Raad over de kinderopvang is van de ene dag op de andere een aftrekmogelijkheid ontstaan waarvoor een Kamerlid jarenlang zou moeten vechten. Vermoedelijk zou hij struikelen over de budgettaire gevolgen. Als outsider in de democratische besluitvorming heeft de rechter dus een bijzondere positie. Hij kan zelfs een bedreiging vormen voor de veel besproken Oort-wetgeving. Financien is daarvoor zelfs wat benauwd.

Bij de uitspraak over de kinderopvang is de Hoge Raad er van uitgegaan dat de wetgever niet de mogelijkheid heeft een kostenpost belastingvrij door de werkgever te laten vergoeden en tegelijkertijd de werknemer die de kosten zelf moet dragen, te verbieden die kosten van zijn belastbare inkomen af te trekken. Een dergelijke ongelijkheid in behandeling is in internationale mensenrechtenverdragen verboden.

Het vervelende is dat in de Oort-bepalingen veel van dit soort ongelijkheden voorkomen. Dat is bij voorbeeld het geval bij de kosten voor personal computers, telefoonkosten, opleidingskosten en dergelijke.

Hoewel de situatie voor deze uitgaven nog onduidelijk is, weten we sinds kort dat een dergelijke ongelijkheid bij de kosten voor kinderopvang niet is toegestaan. Staatssecretaris Van Amelsvoort zit met deze situatie wat in zijn maag. Op vragen van het Tweede Kamerlid Vermeend hoe hij op de nieuwe situatie zal reageren, blijft hij nu al anderhalve maand het antwoord schuldig. Onlangs heeft hij nog wat meer bedenktijd gevraagd.

Van Amelsvoort heeft twee mogelijkheden. Het meest voor de hand ligt het oordeel van de Hoge Raad om te zetten in nieuwe regels voor de aftrek van kinderopvang die zullen gelden voor 1991 en volgende jaren.

De bewindsman heeft evenwel ook de mogelijkheid de bijzondere faciliteiten die de werkgevers nu hebben om de kosten van kinderopvang te vergoeden, af te schaffen. Ook dan is immers de ongelijkheid waartegen de Hoge Raad bezwaar heeft, opgeheven. De laatste keuze zou de Tweede Kamer evenwel in het verkeerde keelgat kunnen schieten.

Het baanbrekende arrest van de Hoge Raad is uitgelokt door de heer A.W. de Vries, die - toen deze zaak speelde - in Rijswijk woonde. Deze ambtenaar van Economische Zaken en zijn vrouw werkten beiden. Zij hadden 'wit' voor de hele dag een kinderoppas in dienst genomen.

Beiden weigerden principieel aan het 'zwarte circuit' mee te doen. Nu de Hoge Raad hen de aftrek van deze kosten heeft toegestaan, is de heer De Vries aan de kinderoppas evenveel geld kwijt als aan een 'zwarte' kinderjuf.

Toch heeft de 'witte' oplossing nog een afschrikwekkend nadeel: de rompslomp die je als werkgever over je heen haalt. De Vries kan er over meepraten. Terwijl zijn kinderen in bed lagen, zwoegde hij met formulieren om een weekje ziekte van zijn kinderoppas in de goede ambtelijke banen te leiden. Hij bleek zich uiteindelijk in de jaaroverzichten toch 120 gulden te hebben verrekend.

Dat leverde hem een bezoek van een controlerend ambtenaar op; overdag, dus dat kostte een vakantiedag. Hij voelde zich met al zijn goede bedoelingen ook nog eens behandeld als een oplichter. Kortom geen aansporing voor het pad van burgerzin.

Het is voor mij werkelijk een raadsel waarom we voor huispersoneel de verzekeringsplicht niet laten vervallen en volstaan met een loonheffing van 35 procent. Juist in de sector waar zwartwerken eerder regel dan uitzondering vormt, zal het gemis van bij voorbeeld de werkloosheidsverzekering niet al te zwaar wegen. Voor de 'werkgever'

is een simpele loonheffing nog wel uitvoerbaar. Maar een complete werkgeversadministratie is voor hem volstrekt afschrikwekkend. Deze manier om het zwarte circuit tegen te gaan, is mij heel wat sympathieker dan controle op identiteitskaarten en het koppelen van gegevensbestanden.