Verademing

Het hoge woord moet er maar eens uit: het zou een verademing zijn indien niet PSV of Ajax landskampioen zou worden, maar de FC Groningen.

Deze gedurfde stelling dient natuurlijk onderbouwd te worden en daar is het volgende op gevonden. Eindhovenaren en Amsterdammers staan momenteel tegenover elkaar in de ring als twee boksers die punchdrunk zijn. Ze liggen niet uitgeteld op het canvas, maar hangen tegen elkaar aan in een wederzijdse poging niet knock out te gaan. De een heeft een open wenkbrauw, de ander een dichtgeslagen oog. Kortom: ze zien er niet uit als waardige toekomstige landskampioenen.

De tekenen van verval zijn bij sommigen duidelijk zichtbaar. In geen jaren was de timing van Hans van Breukelen dermate onzeker als tegenwoordig. Zelden hing bij PSV zoveel af van een speler, de grillige Zuidamerikaan Romario. Het is bij hem alles of niets en tevoren is zelden in te schatten naar welke kant de weegschaal zal doorslaan. Bij Ajax speelt een meerderheid een tamelijk stuk beneden de topvorm. Maandag belandde een zekere Uhlenbeek na een spectaculaire start op de rechtervleugel, aan de linkerkant waar hij met links de bekende deuk in het even bekende pakje boter niet vermocht te schoppen. Ajax, het wonderkind op het punt van techniek, met een rechtsbenige linkerspits!

Terwijl Ajax en PSV op routine en ontzag voor hun grote naam de resterende puntjes bij elkaar trachten te sprokkelen, is daar in het hoge noorden een pittige ploeg gegroeid, die fris en doordacht wordt geleid en die vaak fris en meermalen doordacht voetbalt. Afgezien van de Joegoslaaf Djurovski, die een zeldzame individuele begaafdheid bezit, zijn weinig FC Groningers tot klassieke hoogstandjes in staat, maar de technische basis is toch lang niet slecht, het ploegverband aanzienlijk en de instelling positief. Hun benadering roept in de verte herinneringen op aan de ploeg van Tottenham Hotspur, die in de jaren zeventig het 'push and run'-voetbal propageerde. Het was gebaseerd op het snel doorspelen van de bal, gevoegd bij een rappe positieverandering. Daar komt dan bij, dat ze daar in het Oosterpark een gezonde drang naar de goal bezitten en niet bang zijn voor een schot van 25 meter afstand.

Op die ene Joegoslaaf na zijn het ook geen vedetten - en dat is een zegen. Roossien, Van Dijk, Tencaat, Huizingh, Meijer: ze werken voor elkaar. En achter het elftal staat die nuchtere, maar tegelijkertijd orgininele trainer-coach Hans Westerhof. Die nog niet over een titel wil praten, maar het oog gericht houdt op het bereiken van Europees voetbal. Westerhof moet die houding zo lang mogelijk blijven koesteren, maar binnenskamers zal hij toch realist genoeg zijn om de ware situatie in zich op te nemen. Hij ziet PSV en Ajax in de touwen hangen. Hij weet dat zijn ploeg tegen beide concurrenten in uitwedstrijden 1-1 heeft gespeeld. Hij krijgt PSV nog thuis. Verder kunnen Amsterdammers en Brabanders aanstaande zondag onderling elkaar benadelen.

Natuurlijk zit er veel klasse in die ploegen, maar ze draaien niet en dan komt er in en rond zo'n selectie van alles bovendrijven, dat eigenlijk op de bodem van de vijver had moeten blijven liggen. Ik weet niet of de Groningers mentaal klaarstaan om de beide grootmachten naar de keel te vliegen. Wel lijkt duidelijk dat Mister Robson het niet meer weet en daarom tot van die vreselijke uitspraken overgaat: “Wie niet scoort, kan niet winnen”. Op den duur zal het grootkapitaal winnen, maar incidenteel kan een vlijtige, een moedige, initiatief ontplooiende middenstander wellicht zijn slag slaan. Op voorwaarde dat het een tikje meezit en men er werkelijk in gelooft.