Slapeloosheid voorkomt echec IRA-zaak

ROERMOND, 3 april - Een ouder echtpaar, dat een winkel drijft in een zijstraat van de Roermondse Markt, heeft ervoor gezorgd dat het IRA-proces in Roermond niet is uitgedraaid op een compleet echec voor officier van justitie mr. J. Laumen.

De winkelier leed jarenlang aan slapeloosheid en ging daarom 's nachts met zijn hond wandelen. “Hij heeft zich in die tijd ontwikkeld tot een geoefend waarnemer die de politie vaak heeft geholpen misdrijven op te lossen”, zo prees Laumen zijn cruciale getuige aan bij de rechtbank. Toen de man op 27 mei harde knallen op de Markt hoorde, zette hij meteen zijn scanner aan en liep met zijn vrouw snel naar het raam van zijn woonkamer op de eerste verdieping. Van daaruit zagen zij een bruine Mazda aankomen. “Ik wist wat me te doen stond: schrijf het kenteken op en fixeer je aandacht op een detail en probeer dat te onthouden”, heeft de vrouw voor de rechtbank verklaard.

Het detail dat zij en haar man onthielden was de zijkant van het gezicht van de man, die naast de bestuurder zat, op de plaats waar getuigen van de aanslag een van de twee gemaskerde schutters hadden zien instappen. De man had zich ontdaan van de camouflagemuts. Toen de politie hun een maand later een fotoboek met 32 portretten voorhield, herkenden zij beiden Gerard Majella H. als de man die zij in de auto hadden zien zitten.

Gerard H., die gisteren tot achttien jaar gevangenis is veroordeeld, wil in hoger beroep gaan om aan te tonen dat hij niet betrokken is geweest bij de IRA-aanslag in Roermond, die op 27 mei vorig jaar het leven kostte aan twee Australische toeristen. “Je kunt niet iemand tot achttien jaar veroordelen op grond van twee gammele getuigenverklaringen”, zei gisteren de raadsvrouwe van H., mr. M.J.

Hegeman. H. hoorde het vonnis gelaten aan en zwaaide lachend naar familieleden op de publieke tribune, toen hij werd teruggebracht naar zijn cel. Daar kwamen de emoties pas los: “Hij huilde. Hij bleef maar zeggen dat hij het niet gedaan heeft”, aldus zijn raadsvrouwe.

De rechtbank liet weinig heel van de poging van Laumen om de vier als medeplegers van de aanslag te beschouwen, omdat zij zich hadden aangesloten bij een samenwerkingsverband dat tot doel had Britse militairen te doden. Om op die manier te worden veroordeeld is volgens de rechtbank veel meer bewijs nodig. Uit de handelingen van de verdachte moet blijken dat het opzet gericht is op het misdrijf. Dat Donna M. paspoorten vervalste wil nog niet zeggen dat zij dat deed om moorden te laten plegen, aldus de rechtbank.

Dat de tenlastelegging nietig werd verklaard op het tweede punt, het deelnemen aan een organisatie die het plegen van misdrijven tot doel heeft (artikel 140 van het Wetboek van strafrecht), heeft zelfs de advocaten verrast. Het verweer dat de raadsman van Donna M., mr. G.

van Asperen, voerde tegen de manier waarop het feit in de tenlastelegging was geformuleerd, bleef door zijn tamelijk semantische karakter onopgemerkt.

Van Asperen had er bezwaar tegen gemaakt dat het 'deelnemen' niet nader was omschreven. De rechtbank erkende het bezwaar dat de verdachte daardoor de mogelijkheid ontnomen wordt zich behoorlijk te verdedigen. De inhoud van het 'deelnemen' dient ook feitelijk te worden omschreven, vindt de rechtbank, “omdat iedere verdachte een zodanige rol moet vervullen in het geheel van de voorgenomen handelingen dat de misdadige organisatie daardoor mede functioneert of kan functioneren”.

Of het openbaar ministerie in beroep gaat tegen het vonnis van de rechtbank, wordt volgende week woensdag bekendgemaakt. Als het daarvan afziet, worden de drie vrijgesproken verdachten waarschijnlijk uitgeleverd aan Duitsland. De Roermondse rechtbank heeft eerder de bezwaren van de verdedigers tegen de uitlevering verworpen, maar tegen die uitspraak is cassatie aangetekend bij de Hoge Raad.

Theoretisch is het ook nog mogelijk dat het openbaar ministerie de verdachten een nieuwe dagvaarding stuurt om het deelnemen aan een verboden vereniging opnieuw ten laste te leggen.

Officier van justitie Laumen verklaarde gisteren na afloop van de uitspraak voor de televisie-camera's niet aangeslagen te zijn door het vonnis. Hij verklaarde alleen de avond daarvoor “een Abdij-biertje”

te veel te heben gedronken waardoor zijn “constitutie” in de war was. De Roermondse hoofdofficier van justitie mr. W.J.B. Zeyl zegt desgevraagd dat hij naar buiten toe niet wil reageren op deze reactie van zijn medewerker. “Het zijn zeer persoonlijke uitlatingen”, aldus Zeyl.