Schatten van Schliemann herenigd

ESSEN, 3 april - Voor het eerst sinds 1939 zijn de overblijfselen van de Trojaanse opgravingen van de Duitse archeoloog Heinrich Schliemann weer op een plaats te zien: in het Ruhrlandmuseum in Essen.

Profiterend van de Duitse hereniging, en financieel bijgestaan door de Kruppstichting, slaagde directeur Ulrich Borsdorf er als eerste in om de Troje-collecties van de musea voor prehistorie in voormalig Oost- en West-Berlijn bij elkaar te krijgen.

De discussie over de authenticiteit van Schliemanns vondsten is opnieuw aangewakkerd door het bericht, als zou de 'Schat van Priamus' in een geheime opslagplaats in de Sovjet-Unie liggen. Schliemann zou vondsten hebben vervalst en vindplaatsen hebben verzonnen. Zijn felste critici noemen hem een pathologische leugenaar. Een conservator van het Ruhrlandmuseum, de Essense hoogleraar Justus Cobet, noemt Schliemann een burgerlijke avonturier die moeilijk waarheid en onwaarheid kon scheiden. Van Schliemanns beroemdste en meest omstreden vondst, de Schat van Priamus, bestaande uit gouden sieraden, schalen en bekers, zijn in het museum getrouwe kopieen te zien. De originele stukken kunnen niet getoond worden, omdat ze sinds de Tweede Wereldoorlog worden vermist.