Pleidooi voor homo-beleid krijgsmacht

DEN HAAG, 3 april - Bevelhebbers moeten zich in de toekomst positief uitlaten over een homobeleid in de krijgsmacht en de uitvoering daarvan. Uit personeelsadvertenties van Defensie moet duidelijk worden dat seksuele voorkeur geen punt van onderscheid is.

Dat zijn de voornaamste aanbevelingen in het rapport 'Homoseksualiteit en krijgsmacht' dat vanmiddag aan minister Ter Beek van Defensie is overhandigd. In het rapport vraagt de Maatschappelijke Raad voor de Krijgsmacht verder om te onderkennen dat van het benoemen van homo's en lesbische vrouwen op sleutelposities een positief emancipatoir effect uitgaat. De stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht zou van het ministerie van Defensie de kans moeten krijgen om zich verder te professionaliseren. Aan homoseksualiteit binnen de krijgsmacht moet structurele aandacht worden besteed door middel van speciale lessen bij opleidingen en informatiedagen voor hen die de lessen hebben gemist.

Vooral officieren en lager beroepskader moeten doordrongen worden van de modelfunctie die zij hebben ook wat betreft het omgaan met homoseksualiteit. De maatschappelijke raad, een niet-ambtelijk adviescollege van de minister, hoopt dat een nieuw beleid zal resulteren in een werkomgeving en een werkklimaat waarin homoseksueel en lesbisch personeel adequaat kan functioneren. In 1988 heeft de toenmalige staatssecretaris Van Houwelingen, belast met personeelszaken bij Defensie, om het advies gevraagd.