Medische fout bij sterilisatie moeilijk te bewijzen; Patient moet aantonen dat arts fout heeft gemaakt

DEN HAAG, 3 april - Mr. C. Stolker gooide eind 1988 de knuppel in het medische hoenderhok met zijn proefschrift 'Aansprakelijkheid van de arts, in het bijzonder voor mislukte sterilisatie'. Een vrouw die ondanks sterilisatie toch zwanger wordt en een kind krijgt, moet recht hebben op een schadevergoeding, luidde een van zijn stellingen, ten minste voor de kosten van de bevalling en die van een nieuwe sterilisatie-ingreep. “Ik werd aangevallen door artsen”, zegt Stolker, inmiddels als universitair hoofddocent verbonden aan de Afdeling Burgerlijk Recht van de Leidse Universiteit, “omdat ik Amerikaanse toestanden zou uitlokken.”

Vanuit San Francisco, waar hij tot augustus aan de Universiteit van Californie produkt-aansprakelijkheidsrecht en medisch-aansprakelijkheidsrecht doceert, reageert Stolker op het bericht dat een vrouw die na een mislukte sterilisatie toch zwanger raakte zonder tussenkomst van de rechter een schadevergoeding (75.000 gulden) van een verzekeringsmaatschappij heeft gekregen. Voor veel vrouwen die na een sterilisatie toch zwanger zijn geworden en gesteriliseerde mannen wiens vrouwen toch in verwachting raakten, is deze zaak aanleiding alsnog te overwegen een schadevergoeding te eisen. Schattingen van het aantal sterilisaties dat door medische fouten mislukt lopen uiteen van tientallen tot enkele honderden.

Stolker: “In principe is er reden om te juichen, maar praktisch gezien nog niet. Het klinkt allemaal erg fraai, maar het blijft zeer moeilijk te bewijzen dat de arts een fout heeft gemaakt”. Vrouwen die na een sterilisatie toch zwanger zijn geworden en vermoeden dat zij kans maken op een schadevergoeding, moeten er volgens Stolker om te beginnen rekening mee houden dat ziekenhuizen met zeer grote aarzeling de medische dossiers ter inzage geven - hoewel ze dat niet mogen weigeren. “Elke letseladvocaat zal dat beamen.”

“Ziekenhuizen zijn buitengewoon nalatig als het daar op aankomt”, zegt mr. D. Pessers van het Clara Wichmann Instituut voor vrouwen en recht. “Voor een deel komt dat voort uit de patriarchale hoogmoed die de medische stand nog steeds kenmerkt, vooral in de ziekenhuizen in de provincie. En zelfs als ze het medische dossier en het verslag van de operatie hebben opgestuurd, zullen ze nooit toegeven dat ze een fout hebben gemaakt. Bovendien krijg je bijvoorbeeld soms erg moeilijk leesbare kopieen opgestuurd. Dat zijn van die kleine treiterijtjes om de zaak te traineren.”

Maar ook uit de medische dossiers en operatieverslagen kan een gynaecoloog lang niet altijd opmaken of er sprake is geweest van een medische fout. Stolker: “De algemene regel is nog steeds dat de patient moet kunnen aantonen dat de arts een fout heeft gemaakt en niet andersom. Er is eigenlijk een kijkoperatie of laproscopie nodig om vast te kunnen stellen of een fout is gemaakt. En dat is een vrij ingrijpende handeling”.

Pessers heeft er goede hoop op dat door rechters de bewijslast billijker over arts en vrouw wordt verdeeld. Ze pleit voor een omgekeerde bewijslast, waarbij juist de arts moet aantonen dat hij geen fout heeft gemaakt. “De arts beschikt immers over het bewijsmateriaal”, aldus Pessers.

Toen Stolker zijn stellingen op schrift zette, was er in Nederland nooit een rechterlijke uitspraak over mislukte sterilisatie gedaan.

Dat gebeurde voor het eerst in februari 1990. De rechtbank in Arnhem veroordeelde het Radboudziekenhuis in Nijmegen tot het achttien jaar lang betalen van de opvoedingskosten van een kind dat na een mislukte sterilisatie werd geboren. De betrokken vrouw nam genoegen met 31.000 gulden. Volgens Pessers had deze vrouw een veel grotere schadevergoeding kunnen eisen, “want de werkelijke opvoedingskosten van een kind tot 18 jaar liggen veel hoger dan 31.000 gulden”.

De verzekeraars liggen volgens Pessers niet wakker van de bedragen die zij moeten uitkeren. “Die schadeclaims leveren de verzekeraars miljoenen guldens op, omdat het verhoging van de tarieven noodzakelijk maakt. De premies stijgen namelijk naar rato van het aantal schadeclaims.” Een woordvoerder van verzekeraar Nationale Nederlanden zei vorig week dat als gevolg van de in aantal en hoogte toenemende schadeclaims zeker niet moet worden uitgesloten dat ziekenhuizen hogere verzekeringspremies moeten betalen.

Vooral in de Verenigde Staten is die ontwikkeling ver doorgeschoten. Artsen, vooral in de 'snijdende specialismen', betalen in een aantal staten zeer hoge verzekeringspremies tegen het risico dat ze voor fouten aansprakelijk kunnen worden gesteld, soms tot 100.000 dollar per jaar. In Florida leidde dat er bijvoorbeeld toe dat artsen weigerden bevallingen te doen, totdat de staat een deel van de premiebetaling voor zijn rekening nam.

Stolker spreekt van “een heel ondoorzichtige business”. Tot 1975 waren de verzekeringsmaatschappijen in de VS zeer terughoudend met informatie over schadeclaims. Toen er sprake bleek van een hausse in claims bij conflicten over medische aansprakelijkheid werden ze juist heel open. Ze wilden daarmee duidelijk maken dat er een probleem was en dat de premies dus omhoog moesten.

In de Verenigde Staten, en dichterbij in Duitsland, zijn patienten altijd veel minder terughoudend geweest om bij medische fouten naar de rechter te stappen. Stolker wijst erop dat in Duitsland veel meer mensen dan in Nederland zijn verzekerd voor rechtsbijstand. In de VS werken advocaten op basis van “no cure no pay”. Als de patient een rechtszaak verliest is hij de advocaat niets schuldig, bij winst toucheert de advocaat een deel van de schadevergoeding. “In beide landen loopt de patient geen financiele risico's. Als je in Nederland een advocaat in de arm neemt moet je hoe dan ook betalen. En hoe langer een ziekenhuis met het vrijgeven van dossiers draalt, hoe hoger de kosten voor de patient oplopen. Je kunt in Nederland zelfs failliet gaan als gevolg van de kosten voor rechtsbijstand.”

Hoewel Amerikaanse rechters in het algemeen scheutig zijn met het toekennen van schadevergoedingen na medische fouten, zijn ze volgens Stolker juist erg terughoudend als schade wordt geeist bij zwangerschap na een mislukte sterilisatie. Rechters hanteren daar veelal hetzelfde argument dat in Nederland door advocaten van ziekenhuizen en verzekeraars naar voren wordt gebracht: een kind is behalve een financiele 'schadepost' ook een zegen. Stolker: “Het probleem is dat je immateriele voordelen weg moet schrappen tegen materiele kosten. Eigenlijk is dat een onmogelijke weging. Het is zoals een rechter in de VS ooit zei: hoe kan ik nou een prijskaartje hangen aan de glimlach van een kind. Er zijn ook rechters die de vrouw vertellen dat ze eigenlijk maar blij moeten zijn dat de sterilisatie is mislukt”.