Japanse zakenwereld verdeeld over kansen in Sovjet-Unie; Dagelijks wijden Japanse kranten halve voorpagina's aan scenario's

TOKIO, 3 APRIL. Japan is een dichtbevolkte eilandengroep zonder natuurlijke grondstoffen, zo begint elk schoolboekje over Japan. De Sovjet-Unie, en met name het zo dicht bij Japan gelegen Siberie, herbergt schatten aan onontgonnen grondstoffen. Maar het ontbreekt de Russen aan know-how en geld om deze gas-, kolen-, en olievoorraden lucratief te exploiteren, terwijl geld en de technologie in Japan juist weer rijkelijk voorhanden zijn.

De zo voor de hand liggende krachtenbundeling wordt verhinderd door het territoriale dispuut over vier kleine eilandjes ten noorden van Japan, dat al sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog een vredesverdrag tussen de twee landen in de weg.

Het bezoek dat president Gorbatsjov half april aan Japan brengt kan een doorbraak betekenen voor de al jaren stagnerende bilaterale verhouding. In Japan wordt er in ieder geval veel van verwacht.

Dagelijks worden halve voorpagina's in kranten gewijd aan de scenario's voor compromissen die het bezoek van Gorbatsjov - de eerste leider van het Kremlin die Japan aandoet - kan opleveren. Daarin figureert steevast een indrukwekkend bedrag aan yens - suggesties varieren tussen (omgerekend) 15 en 50 miljard gulden - dat Tokio aan Moskou zou verstrekken voor economische en technologische hulp in ruil voor teruggave van de eilanden.

Het zijn scenario's die het Japanse bedrijfsleven erg aanspreken. Normalisering van de Sovjet-Japanse betrekkingen zou het einde betekenen van de moeizame reguleringen waaraan de handel met de Sovjet-Unie nu is onderworpen. De technologische en economische steun die de Japanse overheid aan haar grote buur wil geven, zou een aanzienlijke verlichting zijn voor de infrastructurele problemen waar het bedrijfsleven onvermijdelijk mee te kampen krijgt als ze eindelijk activiteiten kan ontplooien in de Sovjet-Unie.

Zakelijke activiteiten van het Japanse bedrijfsleven in de Sovjet Unie worden momenteel gecoordineerd door een gezamelijke commissie van de Japanse Kamer van Koophandel en de Keidanren, Japans machtige federatie van economische organisaties. “Coordinatie is zo belangrijk”, zegt Hiroshi Nakayama van Keidanren, “omdat de problemen zo specifiek zijn. Een eventueel project voor grondstofontginning is zo grootschalig, dat geen bedrijf dat op eigen kracht kan doen. Een aantal subcommissies voor zulke projecten zijn feitelijk joint ventures tussen Japanse bedrijven. Bij groen licht kunnen ze zo aan de slag, bij wijze van spreken.”

Voorkomen moet daarbij worden dat men in de Sovjet-Unie de kans krijgt Japanse bedrijven tegen elkaar uit te spelen. Een praktisch probleem waar iedereen steeds op stuit is het eigendomsrecht. Vaak claimt meer dan een partij in de Sovjet-Unie de eigendom van grond, mijnen en fabrieken. “Met wie sluit je dan een contract? En waar haal je je verhaal als zich een volgende eigenaar aandient?”, meent Nakayama.

De drang naar zelfstandigheid die de Sovjet-republieken aan de dag leggen maakt het er alleen maar moeilijker op, niet alleen zakelijk maar ook politiek. Gaishi Hiraiwa, de voorzitter van Keidanren, heeft vorig jaar regelmatig zijn steun uitgesproken voor Gorbatsjov en zijn perestrojka. Maar sinds de onlusten in de Baltische republieken in januari valt het Hiraiwa moeilijker om zich achter Gorbatsjov op te stellen. De positie van Boris Jeltsin, de 'president' van de Russische republiek, als opponent van Gorbatsjov is reden tot extra zorg. De eilanden maken deel uit van de Russische Republiek en Jeltsin heeft zich al tegenstander verklaard van teruggave aan Japan.

Het is aan het Oost-Europa bureau van het Miti, Japans ministerie voor internationale handel en industrie, om de problemen die in de Keidanren te berde worden gebracht onder de aandacht te brengen van de Sovjet-autoriteiten. “Het is onze taak de handelsrelatie met de Sovjet-Unie te bevorderen, maar onze middelen zijn zeer beperkt door de politieke omstandigheden” zegt Hayao Takenaka, sous-chef van het bureau, wiens chef momenteel in Moskou zit ter voorbereiding van het bezoek van de Sovjet-president.

De problemen zitten volgens hem bij de huidige generatie bestuurders. Die zijn vastgeroest in het systeem. Takenaka: “De jonge generatie is wel werkwillend, als je ze maar een goede worst voorhangt. Dat zie aan het succes van McDonald's in Moskou.”

Nakayama is minder optimistisch. “Om te beginnen denk ik dat Japan veel te veel verwacht van het bezoek van Gorbatsjov. Maar stel dat er inderdaad een normalisering van de betrekkingen uitrolt, dan beginnen de moeilijkheden pas. Want er is echt niets. Wil je een project opzetten, dan moet je bij wijze van spreken onder nul beginnen. Geld ontbreekt. De infrastructuur ontbreekt. Distributiesystemen zijn ontwricht door een te grote zwarte markt. De dienstverlening is slecht. Alle technische kennis moet je zelf verzorgen. Het moeilijkste is misschien nog wel om hen besef voor niveau, voor kwaliteit bij te brengen. Ik denk dat China, als het zich ertoe zou zetten, beter in staat zou zijn zich tot een markteconomie om te vormen dan de Sovjet-Unie.”

De recente crisis in de Golf heeft Japan weer eens keihard geconfronteerd met zijn afhankelijkheid voor zijn energievoorziening van het instabiele Midden-Oosten. Daarmee is het zo nabije Siberie er weer eens te aantrekkelijker op geworden. Nakayama: “Gas uit de Sovjet-Unie is nu te duur. Internationale prijzen moeten wel heel sterk stijgen voordat er rijen ontstaan voor produkten uit Siberie.

Gezamelijke ontwikkeling zou uitkomst bieden. Maar momenteel staan politieke kwesties dat in de weg. En als die zouden verdwijnen, dan kamp je nog steeds met een enorm kostenprobleem.''

In Parma gebeurt dat ook. Op de bijeenkomst van de Lega zijn de twee kandidaten van Forza Italia aanwezig, op de eerste rij. Zij krijgen een groot applaus. “Wij hebben hier geen problemen met de Lega,” zegt Paola Martinelli, de 38-jarige directeur van een familiebedrijfje dat zich bezighoudt met cartografie en kandidaat is voor Berlusconi. Zij heeft het applaus met zichtbaar genoegen in ontvangst genomen. “Ik geloof dat het een goede alliantie is om een echt nieuw Italië op te bouwen, een nieuwe samenleving. Ons hoofddoel is de verhouding tussen burger en staat te veranderen. De staat moet weg uit de economie. De interventie van de staat belemmert de markt en remt het vrije initiatief van de burgers. De staat moet een nieuwe rol krijgen, met duidelijke en precieze regels. Voor het onderwijs en de gezondheidszorg moet er een concurrerende particuliere sector komen. Zodat de burger kan kiezen.”