Een eunuch aan het hoofd van de Verenigde Naties

Op de 37ste verdieping van de rechtopstaande glazen lucifersdoos waarin de algemeen secretaris van de Verenigde Naties huist, is de gebruikelijke lome sfeer verstoord door wat sommige bureaucraten de Brief van Sadruddin noemen. Anders dan andere vermaarde missieven zoals de Brief van Zinoviev en het Telegram van Zimmerman is deze brief niet omgeven door een duister mysterie. Het is een heldere, beleefde ontslagbrief van prins Sadruddin Aga Khan, die door senor Perez de Cuellar was aangesteld als zijn officiele diplomatieke vertegenwoordiger voor het vredesstreven in West-Azie.

(Ik huiver iedere keer weer als ik dat het Midden-Oosten hoor noemen.

Midden tussen wat en wat? Het is ooit begonnen met een cartograaf van het Britse wereldijk die, staande boven op de Nelson-zuil op Trafalgar Square in Londen, in de richting van Japan en de rijzende zon wees en zei: “Dat is het oosten. En dat woestijngebied is het Midden-Oosten of het Nabije-Oosten”).

Maar vergeeft u me deze al te persoonlijke uitweiding. Terug nu naar de brief van Sadruddin. Iemand die ontslag neemt is in de VN-bureaucratie een beetje een zeldzaamheid. Men is er doorgaans zeer gehecht aan zijn baan en bijkomende voordelen. Sommigen nemen pas ontslag als ze tegen de tachtig lopen. Maar dat is niet de reden waarom de brief van Sadruddin een nieuwe woestijnstorm heeft ontketend. Het is, zoals ik al zei, een beleefde brief, maar hij is doortrokken van bitterheid. Prins Sadruddin is niet de eerste de beste kantoorklerk wiens gevoel van eigenwaarde staat of valt met het behoud van een solide betrekking in de VN-bureaucratie. Hij was nog heel jong toen hij Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen werd, en nog altijd heel jong toen hij op zijn 42ste eigener beweging ontslag nam om zich te wijden aan het uitbannen van de kernwapens. Hij deed een gooi naar de post van algemeen secretaris toen die aan het eind van Kurt Waldheims kleurloze bewind vacant kwam, maar verloor met een neuslengte verschil. Voor zover ik weet was dat de enige echte wens die prins Sadruddin ooit had gekoesterd, niet omdat hij erdoor in aanzien zou stijgen, maar omdat hij meende de spinnewebben in de Verenigde Naties te kunnen opruimen en de internationale gemeenschap te kunnen bewegen tot stopzetting van de wapenwedloop.

In zijn brief verklaarde hij dat hij ontslag nam omdat de algemeen secretaris een ander, Martti Ahtissaari, ook een bekwaam, stijlvol diplomaat, had aangewezen als hoofd van een missie die de humanitaire noden als gevolg van de Golf-oorlog zou onderzoeken. Vanwaar die bitterheid? Perez de Cuellar had niet de moeite genomen prins Sadruddin er “ook maar beleefdheidshalve een verklaring” voor te geven, of hem even te waarschuwen dat hij zou worden gepasseerd.

Maar waarom zou Perez de Cuellar, die gewoonlijk zeer stipt is waar het om collegiale scrupules gaat, zo bruusk zijn opgetreden jegens een collega-diplomaat die hem in tal van kwaliteiten heeft gediend? Ik zoek een verklaring in mijn van jongs af beleden geloof dat alles om iets anders gaat. Dit soort dingen, vooral bij de Verenigde Naties, zijn nooit wat ze schijnen te zijn. In dit geval, zo wordt door scherpzinnige VN-kenners vermoed, zou dat 'andere' wel eens iets kunnen zijn wat zich steeds duidelijker manifesteert in internationale aangelegenheden: druk vanuit Washington. De Amerikanen hebben steeds meer de neiging het VN-apparaat op micro-niveau te beinvloeden en bij alle belangrijke benoemingen in te grijpen, zoals nog niet lang geleden wel heel flagrant, toen ze Perez de Cuellars benoeming van een zeer ervaren Indiaas diplomaat, Virendra Dayal, tot Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen blokkeerden.

De Amerikanen hebben altijd moeite gehad met prins Sadruddins visie op de wereld en hoe die zou moeten zijn. Zijn opvattingen over nucleaire oorlogvoering, zijn antipathie tegen kernenergie als middel tegen energieschaarste en zijn openhartige uitspraken over de onaanvaardbaarheid van oorlog als middel om de vrede te handhaven staan lijnrecht tegenover de beleidsleer van Washington. De prins zou moeilijk tot de orde te roepen zijn geweest, dat hadden ze al ondervonden toen hij als vertegenwoordiger van de algemeen-secretaris toezicht hield op het opruimen van de troep in Afghanistan. Hij zou weer even 'eigengereid' zijn als straks de Amerikanen proberen het Golf-gebied in vredestijd onder controle te krijgen zoals ze dat ook in oorlogstijd deden.

En dat is nog niet alles wat het 'andere' aangaat. Voorbij de actuele kwestie van vrede en oorlog in West-Azie wacht de vraag wie de volgende algemeen secretaris van de Verenigde Naties wordt. De ambtstermijn van Perez de Cuellar loopt over een jaar af. Nu president Bush heeft ervaren dat het mogelijk is de Verenigde Naties te gebruiken als een veelzijdig instrument ter bevordering van Amerikaanse belangen in een monopolaire wereld, zal hij vast geen algemeen secretaris willen accepteren die niet bereid is zijn organisatie voor het karretje van de grote mogendheden te laten spannen en te laten schofferen en verloochenen als ze zich daartegen verzet. En Sadruddin Aga Khan is weer in de race. Hij kan uiteraard worden weggebalotteerd, maar Washington zal zich wel tweemaal bedenken alvorens zijn toevlucht tot het veto te nemen, want dat riekt naar een wanhoopsdaad, en men zal liever proberen zijn kandidatuur niet tot in de Veiligheidsraad te laten komen.

Bovendien staat prins Sadruddin bekend als een goede vriend van kroonprins Hassan van Jordanie, wiens opvattingen over een vreedzame regeling van de nijpende problemen in zijn regio, Washington al meer dan eens onverteerbaar heeft gevonden. Veroordeling op grond van de kringen waarin iemand verkeert, is een primitief rechtsmiddel, maar als het 'pragmatisme' het vereist, wordt het toegepast.

Het voorbeeld van Dag Hammarskjold, die weigerde te buigen voor de grote mogendheden, heeft de Amerikanen ervan overtuigd dat zij liever een eunuch aan het hoofd van de VN hebben. Prins Sadruddin Aga Khan voldoet niet aan die functieomschrijving.