De spectaculaire opstanding van de dollar

De dollar maakt een opmerkelijk herstel door. Mede dank zij de troebelen in Duitsland wint de Amerikaanse munt met de dag aan kracht.

De koers van de dollar vertoont de curve van een patient die aan toevallen lijdt. Een paar jaar geleden dreigde de dollar door het dak te gaan; vorig jaar zakte de Amerikaanse munt tot een historisch dieptepunt. Met de hulp van een verslagen Irak en een ruziend Duitsland is de dollar bezig aan een spectaculair koersherstel.

Maar de Amerikaanse munt is er nog lang niet. Ondanks de stijging van de afgelopen anderhalve maand is de dollar internationaal nog altijd ondergewaardeerd. Het bedrag in dollars dat nodig is om een hamburger in de Verenigde Staten te kopen, levert - omgewisseld in marken of guldens - in Duitsland of Nederland nog geen hele hamburger op. Als het aan de theoretici van de koopkrachtpariteit ligt - munten moeten na omwisseling dezelfde koopkracht hebben in de verschillende landen - moet de dollar een eind verder stijgen, van DM 1,70 (1,90 gulden) voor een dollar eind vorige week tot ongeveer DM 1,90 (2,15 gulden).

Pas dan zal de wisselkoers van de Amerikaanse munt de werkelijke koopkracht weerspiegelen.

1990 Was het jaar van de dalende dollar. Zelfs de Golfcrisis kon de mineurstemming niet doorbreken. Traditioneel staat de dollar bekend als veilige belegging in roerige tijden. De bezetting van Koeweit door Irak zorgde slechts voor een kortstondige opleving, het echte herstel van de dollar viel samen met het begin van het grondoffensief in de Golfoorlog. De greenback reageerde niet op onzekerheid, wel op het vertoon van Amerikaanse kracht.

Niet alleen het Midden-Oosten, ook Midden-Europa heeft grote invloed op het lot van de dollar. In 1990 was de Duitse mark op de golf van optimisme over de Duitse eenwording en de economische mogelijkheden die zich in Oost-Europa zouden voordoen, steeds sterker geworden ten opzichte van de dollar. Het hielp dat de Amerikaanse economie bezig was af te glijden naar een recessie, die zomer 1990 inzette, en dat de Amerikaanse centrale bank daarom geleidelijk de renteteugels in de VS liet vieren. De Bundesbank - bevreesd voor de inflatoire gevolgen van de Duitse eenwording - schroefde de rente in Duitsland ondertussen op.

Het was de slag bij Cannae voor de dollar. In de tang tussen een dalende Amerikaanse en een stijgende Duitse rente gaf de dollar in 1990 de strijd op. De D-mark triomfeerde.

Nog steeds is de reele rente - de rente verminderd met de inflatie - in Duitsland hoger dan in de Verenigde Staten. Niettemin is de marktstemming omgedraaid. De D-mark is uit de gratie. De recente kracht van de dollar is voor een belangrijk deel een teken van zwakte van de Duitse mark.

Het is gemakkelijk de schuld daarvoor in de schoenen van de communisten te schuiven. In de Sovjet-Unie is de laatste hervormingsgezinde econoom allang overgelopen naar het kamp van Boris Jeltsin. De hoop dat de Sovjet-markt binnen afzienbare tijd zou opengaan voor het Westerse, in het bijzonder het Duitse bedrijfsleven, is verdampt. De hooggespannen verwachtingen over snelle resultaten van de hervormingen in Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije zijn verdwenen. Hervormingen gaan langzaam, zijn pijnlijk en kosten aanvankelijk meer geld dan ze opbrengen. Het cowboy-kapitalisme in Oost-Europa trekt avonturiers die snel veel geld verdienen, maar geen gevestigde investeerders.

De dollar krijgt verder steun door het failliet van de eerste en laatste boeren- en arbeidersstaat op Duitse bodem. De Duitse vereniging kost de schatkist in Bonn veel meer geld dan vorig jaar werd beweerd. Het gekrakeel daarover in Duitsland ondermijnt het vertrouwen in de D-mark, negen maanden nadat dit symbool van de succesvolle Westduitse sociale markteconomie in de toen-nog-DDR werd ingevoerd.

Pag. 16:

Duitse onrust geeft dollar kracht: Al twintig jaar kunnen de Verenigde Staten hun munt niet eigenhandig sturen

Het Duitse verwarringsoffensief begon twee weken geleden met de president van de Bundesbank, Karl-Otto Pohl. In een moment van onvoorzichtigheid, wellicht met de bedoeling om met terugwerkende kracht zijn gelijk te halen op bondskanselier Kohl, noemde Pohl op een EG-bijeenkomst de Duitse eenwording een “economische ramp”. De aanwezige journalisten van de financiele persbureaus grepen hun draagbare telefoons en minuten later zakte de D-mark op de financiele markten vijf pfennig weg ten opzichte van de dollar.

Daarbij bleef het niet. Minister van financien Theo Waigel zei met Beierse openhartigheid dat de Duitse eenwording de grootste economische uitdaging is sinds de oprichting van de Bondsrepubliek in 1949. Een opmerking van Waigel dat Duitsland met de huidige dollarkoers kan leven, werd beloond met een daling van de D-mark met drie pfennig.

Vervolgens zei Hans Tietmeijer, de ervaren directeur buitenland van de Bundesbank en een van de architecten van de monetaire en economische unie in 1990, dat oost-Duitsland afstevent op een diepe economische crisis. Tietmeijer erkende dat hijzelf en andere Westduitse functionarissen de ernst van de toestand in de DDR en de kosten van herstel hadden onderschat. In een financiele markt die hypergevoelig is voor negatieve signalen over de D-mark, kostte deze opmerking de Duitse munt opnieuw een paar pfennig.

En zo wint de dollar aan kracht dank zij de uitspraken van Duitse autoriteiten en de demonstranten in Leipzig.

De wederopstanding van de dollar heeft ook een fundamentele economische reden. In de verhoudingen tussen de drie belangrijkste valutablokken in de wereld - dollar, D-mark en yen - hebben zich het afgelopen jaar ingrijpende verschuivingen voorgedaan. Die blijken uit het naar elkaar toegroeien van de betalingsbalansen.

In de jaren tachtig vormden de oplopende tekorten van de VS en de overschotten van Japan en West-Duitsland een bron van voortdurende zorg voor de economische en monetaire autoriteiten. Tijdens het eerste presidentschap van Ronald Reagan was de dollar chronisch overgewaardeerd en bleven de Amerikaanse besparingen steeds verder achter bij de uitgaven. De gevolgen waren een stijgend financieringstekort, een stijgend handelstekort en een stijgend tekort op de betalingsbalans. De Verenigde Staten veranderden onder Reagan van het grootste crediteurenland ter wereld in het land met de hoogste schulden aan de rest van de wereld.

Japan en de Bondsrepubliek profiteerden van de Amerikaanse importhonger. De overschotten op hun handels- en betalingsbalans waren het spiegelbeeld van de Amerikaanse tekorten.

Aan het begin van de tweede ambtsperiode van Reagan (1985) werd James Baker minister van financien. Baker was pragmatischer dan zijn voorganger op financien, de Wall Street-bankier Don Regan. Hij had snel door dat de zwaar overgewaardeerde dollar naar beneden moest worden gebracht om te voorkomen dat de Verenigde Staten onder hun tekorten zouden bezwijken. Ter voorkoming van een financiele paniek diende de daling van de dollar zich geleidelijk te voltrekken, zonder dramatische renteschokken. Om dat te bereiken was overleg met de belangrijkste economische partners van de VS nodig.

De Amerikanen besloten de Groep van vijf - het informele overleg van de ministers van financien en centrale bankpresidenten van de VS, Japan, West-Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannie - een leidende rol te laten spelen in de coordinatie van het internationale monetaire beleid. Dat was een mooi woord voor dollar-beleid. De dollar moest gecoordineerd vallen.

In september 1985 kwam de Groep van vijf in het New Yorkse Plaza hotel een gezamenlijke strategie voor de dollar overeen. Van zijn hoogtepunt van vier gulden was de dollar eerder dat jaar al wat gezakt, maar daarna zette de daling versterkt door. De strategie was zo succesvol dat anderhalf jaar later, in februari 1987, de Groep van zeven - Italie en Canada hadden in 1986 een plaats bij de G-5 afgedwongen - besloot dat de dollar voldoende was gezakt. In het Franse ministerie van financien werd het Louvre-akkoord gesloten. De centrale banken verplichtten zich de dollar - destijds circa twee gulden - stabiel te houden met massale interventies op de valutamarkten.

In feite werd de dollar op een kunstmatige koers gesteund, wat de Westeuropese en Japanse centrale banken miljarden aan interventies kostte. Dat begon problemen voor het binnenlandse monetaire beleid te geven en toen de onenigheid hierover tussen de Bundesbank en de Verenigde Staten in de openbaarheid kwam, leidde dat in oktober 1987 tot de wereldwijde ineenstorting van de effectenbeurzen. Aan de crash van Wall Street lag een knetterende dollar-mark-ruzie ten grondslag.

Daarna hebben de centrale banken nagelaten om te trachten met interventies de dollarkoers te sturen. Renteverschillen en marktsentiment bepaalden de dollarkoers. Die zakte vanaf midden 1989 geleidelijk weg. De Verenigde Staten werden een goedkope munt-land.

Het effect daarvan begon geleidelijk door te werken in de handels- en betalingsbalanscijfers. Het handelstekort verminderde, de exportsector is al een paar jaar de motor van de Amerikaanse economie terwijl de import sinds de tweede helft van 1990 wordt afgeremd door de recessie.

Deskundigen verwachten dat binnen een a twee jaar de Verenigde Staten weer een overschot op hun handelsbalans zullen hebben. Het tekort op de betalingsbalans zal daardoor niet direct verdwijnen - maar wel drastisch verminderen. Het vormt in ieder geval geen bedreiging meer voor de internationale economische stabiliteit. Het verdwijnen van het Amerikaanse begrotingstekort is evenwel nog lang niet in zicht.

Aan de andere kant verminderen zowel het Japanse als het Duitse overschot op de handels- en betalingsbalans. In het geval van Duitsland is door de eenwording het overschot binnen een jaar tijd zelfs omgeslagen in een tekort. Westduitse goederen gaan naar de ex-DDR in plaats van naar de wereldmarkt, terwijl het land meer moet importeren om aan de vraag naar goederen voor het herstel van de ex-DDR te kunnen voldoen.

De lage dollar-strategie begint haar vruchten af te werpen. Het toenemend optimisme dat de Amerikaanse recessie kort en mild zal zijn, leidt tot een hernieuwde vraag naar dollars. Daardoor beweegt de koers zich omhoog. Een sterkere munt vermindert de import van inflatie.

Hersteld vertrouwen heeft nog een ander effect: het stelt de Federal reserve board in staat om de rente verder te verlagen zonder dat de munt onder druk komt. Ook dat bevordert het economische herstel.

En zo lijkt de dollar - nog geen twee maanden na zijn historische dieptepunt - als een Phoenix begonnen aan zijn herstel. Met dank aan de Westerse bondgenoten van de VS. Want al twintig jaar - sinds het loslaten van het stelsel van vaste wisselkoersen in 1971 - kunnen de Verenigde Staten de dollar niet meer eigenhandig sturen.

    • Roel Janssen