'De mensen zijn dronken van democratie'

TIRANA, 3 april - Sabri Ibro weet zich geen raad. Urenlang bestudeert hij al de tientallen lijsten met namen van naar Italie gevluchte landgenoten. Onder hen bevindt zich zijn 19-jarige zoon Vullnet maar hij slaagt er niet in diens naam te ontwaren in de met een Zuiditaliaanse slag geordende namenbrij.

Ibro is als boer werkzaam op een landbouwcooperatie zo'n dertig kilometer van Tirana. Hij is de halve dag onderweg geweest om hier te komen en hij maakt een wanhopige indruk. Vullnet is zijn oudste zoon, vertelt hij, en sinds diens vlucht heeft hij taal noch teken van hem vernomen.

Het zijn verwarrende tijden in Tirana. Na 46 jaar van orwelliaanse repressie en totaal isolement heerst er nu een sfeer van chaos. De agent die tot dusver zonder veel moeite de stroom voetgangers, fietsers en paarden op het Skanderbegplein in goede banen leidde heeft het overzicht verloren. Middenop het plein hebben verhitte discussies plaats over het verloop van de verkiezingen. Daar tussendoor spoeden de Joegoslavische huurauto's van internationale cameraploegen en persbureaus zich toeterend van hot naar haar.

Nu de leiding van de Partij van de Arbeid van Albanie heeft verklaard “die principes van het marxisme-leninisme die nuttig zijn voor volk en vaderland” niet te zullen verloochenen, heeft deceptie zich van de bevolking meester gemaakt. Veel onbegrip heerst er over de rol van de met grote snelheid verdwenen buitenlandse waarnemers.

Vertegenwoordigers uit diverse Europese landen verklaarden desgevraagd op de Albanese televisie dat de verkiezingen volgens hen correct en vrij zijn verlopen, zo ook de Nederlandse parlementariers Valk (PvdA) en Korthals (VVD).

Een Brits parlementslid liet zich zelfs ontvallen “dat ik zou wensen dat de verkiezingen in Groot-Brittannie zo oprecht en democratisch zouden verlopen als die in Albanie”. De voorzitter van de Partito Radicale uit Italie, Marco Panella, moest zich uit de voeten maken toen hij voor het hoofdkwartier van de Democratische Partij door woedende omstanders werd belaagd. In het algemeen luidt de kritiek dat de waarnemers uitsluitend hebben gekeken naar de verkiezingsprocedures zonder zich te hebben verdiept in de psychologische en soms fysieke intimidatie van de bevolking op het platteland.

Het openbare leven in de hoofdstad lijkt volledig tot stilstand te zijn gekomen. Ook al omdat de bevolking dagelijks vele uren in de rij moet staan, tijdens de jacht op levensmiddelen. In het centrum van Tirana staan tientallen mensen in de rij voor een winkel waar eieren en rotte appels te koop zijn. “Laat de wereld de waarheid weten”, zegt een vrouw van middelbare leeftijd. “Laat weten dat we hier als beesten leven.” Ze krijgt ruzie met een man die zegt: “Er heerst hier een algemene psychose. Er wordt veel te veel gepraat, niemand wil meer werken. De mensen zijn dronken van democratie.”

Vrijwel alle essentiele levensmiddelen zijn op de bon. Per gezin, ongeacht het aantal kinderen, hebben de Albanezen recht op een kilo vlees, tien eieren, een pakje boter, 75 cl. olie, 50 gram bonen, een kilo pasta en 50 gram bloem per week. Als deze produkten verkrijgbaar zijn, wat vaak niet het geval is.

Het gezin Godo woont met zeven mensen in een armzalige tweekamerwoning. Na jarenlang sparen hebben ze een zwart-wit televisie kunnen kopen, van het uit oude Philips-onderdelen samengestelde Albanese merk Iliria. Het fornuis bevindt zich in de woonkamer, overal slapen gezinsleden. Zoon Eduard staart nukkig voor zich uit.

Desgevraagd zegt hij zich thuis te vervelen want in de stad is nu eenmaal niets te doen, er zijn nauwelijks cafes en hij heeft er genoeg van steeds met luxe-artikelen op de Italiaanse televisie te worden geconfronteerd die hij zelf nooit zou kunnen aanschaffen. Bovendien zou hij graag zijn haar laten groeien, “because I am heavy metal”, maar dat staat zijn vader hem niet toe. “Hij mag niet te veel opvallen, dat kan problemen veroorzaken”, zo luidt zijn commentaar.

Toch is er inmiddels zo veel veranderd dat de weg terug definitief afgesloten lijkt. Veel inwoners van de grote steden hebben de angst van zich afgeschud en spuien openlijk hun kritiek op het regime. Sinds twee maanden is het bezit van particuliere auto's toegestaan en er is een vrije markt waar boeren hun produkten slijten. In Tirana zijn twee prive-restaurants geopend waar Westerse popmuziek wordt gedraaid en het V-symbool is het nieuwe teken van begroeting.

De meest populaire mop gaat over twee autobussen, een kapitalistische en een communistische, die naast elkaar over de weg rijden. Als ze in een modderpoel belanden rijdt de kapitalistische bus er dwars doorheen en blijft de communistische bus steken. De inzittenden stappen uit en spoeden zich te voet achter de kapitalistische bus aan. Slechts een passagier blijft achter en probeert tevergeefs de bus in zijn eentje door de modder te duwen. Op zijn rug staat 'Lang leve de Partij van de Arbeid van Albanie'.