Voetbalseizoen zonder apartheid

PRETORIA, 2 april - Levensgrote reclameborden met 'Go well go Shell' worden afgewisseld met handgekalkte leuzen als 'Viva ANC', 'Viva Nelson Mandela' en 'Viva Oliver Tambo'.

Het voetbalstadion in het zwarte woonoord Atteridgeville, iets buiten Pretoria, ziet vanmiddag letterlijk zwart van de mensen. Er vindt een belangrijke wedstrijd plaats in de eerste divisie van het betaalde voetbal in Zuid-Afrika. De Sundowns uit Pretoria, vorig jaar als eerste geeindigd, spelen tegen de Pirates uit Soweto, het grootste en van zoveel drama bekende zwarte woonoord buiten Johannesburg, de lokatie waar enkele van de beste voetbalteams van Zuid-Afrika vandaan komen.

Het is het eerste seizoen van een geheel geintegreerd voetbal, voetbal zonder apartheid. Want als laatste heeft zich dit jaar nu ook de oorspronkelijk uitsluitend voor Indiers en kleurlingen bestemde competitie bij de rest van de eerste divisie aangesloten. De scheiding in competities voor blanken, voor zwarten, voor Indiers en voor kleurlingen - zoals die tot ver in de jaren '70 heeft bestaan - behoort daarmee voorgoed tot het verleden. Zuid-Afrika kan straks haar rentree maken in het internationale voetbal.

Omdat ik als gast van Deshi Bektawer ben meegekomen, in 1989 nog uitgeroepen tot de beste doelverdediger van het land en nog steeds de meest populaire keeper van Zuid-Afrika, kom ik vrij gemakkelijk langs de dampende meute die voor de zware roestbruin kleurige poorten van het stadion staat te wachten om naar binnen te mogen. Het publiek wordt tegengehouden door fors gebouwde en met zwepen uitgeruste kerels van het soort dat alleen in vechtfilms voorkomt. Samen met trainers, coaches, reservespelers, voetbalbobo's en politie-agenten (anders dan in het inmiddels mij vertrouwde Johannesburg hier allemaal zwart), mag ik plaatsnemen aan de rand van het veld.

Ik ben, zo te zien, de enige blanke toeschouwer (voetbal is in Zuid-Afrika de sport van de zwarten) en voel me gerustgesteld met de gedachte dat het publiek achter mij wordt tegengehouden door een hoog hekwerk. Enkele weken geleden nog kwamen hier bij ongeregeldheden in een voetbalstadion tientallen mensen om het leven. De wedstrijd begint tam, geen hoog niveau. Ze haalt het niet bij bij voorbeeld een Ajax-PSV. Maar het enthousiasme van het publiek, naar schatting enkele tienduizenden toeschouwers, is er niet minder om. Hier en daar wordt ritmisch gedanst op de vreugdekreten van de fans.

Het publiek wordt pas echt enthousiast als de Pirates in het begin van de tweede helft het enige en winnende doelpunt scoren. Mandla Sithole, de man die raak schoot, rent naar het rechter hoekvlaggetje op het veld en maakt kleine danspasjes en opgewonden heupbewegingen - onmiskenbaar afgekeken van de Kameroenese veteraan Milla, sinds het afgelopen wereldkampioenschap voetbal in Italie, het grote voorbeeld voor menig Afrikaanse voetballer. In de vakken van de Pirates-fans golft het enthousiasme nu zichtbaar over de tribune.

Na de wedstrijd, eenmaal buiten de muren van het stadion, wordt Deshi Baktawer door een uitzinnige groep toeschouwers op de schouders gehesen - de meesten gestoken in met piraten-emblemen beschilderde witte stofjassen en getooid met gehoornde brandweerhelmen. Hun gezang doet onwillekeurig denken aan liederen die je hoort bij politieke manifestaties. “Ik weet ook niet precies wat ze zingen”, moet doelman Deshi toegeven, zelf van Indiase komaf. “Het is geloof ik een overwinningslied van de Zulu's.”

De Pirates-fans willen hem allemaal aanraken, omarmen. Maar handtekeningen, nee daar vragen ze niet om. “Nee, zover zijn ze hier nog niet”, vertelt Deshi later. “Deze mensen zijn hier nog niet zo erg ontwikkeld”.