Tragische anticlimax succesverhaal Rohwedder

BONN, 2 april - De eerste politieke veronderstellingen over de achtergrond van de moordaanslag, gisteravond, op Detlev Karsten Rohwedder zeggen veel over de kwaliteit van de timing en de keuze van het slachtoffer.

De aanslag kwam terwijl vele bewoners van de vroegere DDR ontmoedigd te hoop lopen tegen de sociale en economische ontbindingverschijnselen in hun nieuwe Oostduitse deelstaten. De gewezen Westduitse topondernemer, een SPD'er die vorige zomer de leiding van het gehate Treuhand-instituut op zich nam, werd in een bijna chirurgische actie geexecuteerd (van afstand in zijn privewoning beschoten met behulp van nachtzichtapparatuur). De permanente terroristische oorlog van achtereenvolgende generaties van de Rote Armee Fraktion (RAF) tegen het Duitse grootkapitaal en de spijtige woede over de teloorgang van de DDR lijken in de motieven voor de aanslag samengelopen.

De veronderstellingen in Bonn waren vanmorgen overeenkomstig. Zat de RAF of een onverzoenlijke kern van de vroegere Oostduitse staatsveiligheidsdienst (stasi) achter de moordaanslag op Treuhand-chef Rohwedder? Of hebben zij weer eens, net als in het verleden (zoals onlangs bekend werd), samengewerkt? Hoe dan ook; “gisteren” is in Oost- en West-Duitsland niet weg, dat moeten die geweerschoten in Dusseldorf iedereen duidelijk hebben gemaakt.

Rohwedders biografie tot vorige zomer is een succesverhaal. Hij werd geboren in 1932 in Gotha (in het Oostduitse Thuringen, waar ooit de SPD werd opgericht) en belandde na de oorlog met zijn ouders in West-Duitsland. Daar bezocht hij het gymnasium in Russelsheim en studeerde daarna in Mainz en Hamburg economie en rechten. In '61 promoveerde hij, na tussentijdse stages in Frankrijk en de VS en inmiddels getrouwd met de Dusseldorfse rechter Hergard Toussaint, op het gebied van het kernenergie-recht.

In '62, na een paar jaar ambtelijk werk als milieu- en belastingspecialist, vestigt hij zich als advocaat en treedt dan bovendien, als dertigjarige, in Dusseldorf in dienst bij de Kontinentale Treuhandgesellschaft. Vier jaar later is hij mede-eigenaar. Weer vier jaar later, als hij lid van de SPD is geworden en op het punt staat om de algehele leiding van het bedrijf te krijgen, haalt superminister Karl Schiller hem als staatssecretaris naar het toenmalige ministerie van economische en financiele zaken in Bonn.

Onder Schiller (en, tot 78, onder diens opvolgers Schmidt, Friderichs en Lambsdorff) zal Rohwedder vooral naam maken in het verkeer met de DDR, namelijk als discrete onderhandelaar en - toen al - snel reagerende troubleshooter in delicate Duits-Duitse economische zaken.

Takengebied: industrie-, atoom- en handelspolitiek. In '79 wendt Rohwedder de steven terug in de richting van het bedrijfsleven. Hij wordt plaatsvervangend topman bij het Dortmundse staalconcern Hoesch en belandt daarmee ook in de top van Estel, de Nederlands-Duitse staalgigant die Hoesch en Hoogovens samen in 1972 hebben opgezet. Al in 1980 krijgt hij de leiding bij Hoesch, bij Estel wordt hij dan plaatsvervangend chef. En saneerder-liquidator, want het Estel-avontuur is geen succes en leidt dan al jaren tot zeer grote verliezen bij de moeders in IJmuiden en Dortmund.

Ondanks vele interne twijfels en tegenwerking aan weerskanten van de Duits-Nederlandse grens, terwijl de staalmarkt almaar moeilijker wordt, rondt Rohwedder de sanering en liquidatie van Estel spectaculair bekwaam af. Het heeft vele honderden miljoenen gekost (inclusief nieuwe investeringen miljarden eigenlijk), maar na het einde van Estel, en na veel afslanking, modernisering en diversificatie, maken de weer gescheiden staalbedrijven Hoesch en Hoogovens in '85 alletwee weer winst. De vroegere noodlijdende staalzaak Hoesch is dan een winstgevend technologieconcern geworden, dat (cijfers '89) met 44.500 werknemers een omzet van 16 miljard mark haalt. Het renommee van Rohwedder als kunstenaar in economisch moeilijke operaties is dan allang gevestigd.

Het zal juist ook daarom zijn dat, juni 1990, kanselier Kohl hem vraagt om het Treuhand-instituut in Berlijn part-time te gaan helpen.

Kohl weet dan dat Rohwedder in feite zin heeft in iets nieuws. Als in augustus de even eerder Treuhand-chef geworden Reiner Gohlke (even eerder topman Bundesbahn), er al na een paar maanden de brui aan geeft, doet Kohl een volgend verzoek: of Rohwedder zich als eerste man, en full time, wil gaan wijden aan “de moeilijkste baan die in de Duitse economie te krijgen is”.

Terwijl Rohwedder voortdurend duidelijk maakt dat hij er niet voor voelt om zijn taak bij de Treuhand, namelijk de sanering en verkoop van zo'n 8.000 vroegere Oostduitse staatsbedrijven, zo te zien dat Westduitse bedrijven voor een appel en een ei schoongesaneerde Oostduitse dochters kunnen gaan kopen, groeit de kritiek in West- en Oost-Duitsland snel.

In de “oude” Bondsrepubliek krijgt de Treuhand veelvuldig het verwijt van traagheid en teveel gevaarlijke economische souplesse jegens de marode vroegere DDR-Kombinate en bedrijven. In de vroegere DDR wordt Rohwedder binnen een paar maanden daarentegen juist gezien als de belichaming van de harde kil-efficiente kapitalistische saneringspolitiek met nu honderdduizenden hopeloze werklozen als slachtoffers. Wat dat betreft kreeg het succesverhaal-Rohwedder gisteravond in zijn allerlaatste hoofdstuk een tragische anticlimax.