'Saddams wraak zal verschrikkelijk zijn'

ERBIL (Irak), 2 april - In 'bevrijd Koerdistan' heeft de euforie plaatsgemaakt voor paniek.

De bevolking is massaal op de vlucht geslagen voor het offensief dat regeringsgetrouwe Iraakse troepen donderdag hebben ingezet. Vanaf de hoogten die Erbil omringen is te zien hoe eindeloze konvooien op weg gingen: personenauto's, vrachtauto's en tractoren, beladen met veelkleurige balen, keukengerei, kippen, schapen - en vrouwen en kinderen. De peshmerga, de Koerdische verzetstrijders, beroofd van hun aura van onoverwinnelijke soldaten, zijn plotseling zenuwachtige burgers geworden die vooral hun familie in veiligheid trachten te brengen. Aan het stuur van zijn tractor, met een Kalalshnikov-geweer omgehangen, zegt Abu Fayed: “De wraak van Saddam zal verschrikkelijk zijn. Vroeger probeerde hij ons uit te roeien omdat we een guerrilla voerden, wat denk je dat hij zal doen doen nu we een paar complete steden een paar dagen lang in handen hebben gehad?” Over smalle wegen proberen de konvooien nu te ontvluchten naar de veilige bergen. De Koerden keren nterug aar de dorpen die het Iraakse leger heeft verwoest. Massoud Barzani, zoon van de legendarische Koerdenleider Moestafa Barzani en hoofd van de Koerdische Democratische Partij PDK, schat het aantal Koerdische dorpen dat het Iraakse leger tussen 1975 en 1988 heeft verwoest op vierduizend. De bevolking van die dorpen, waaronder het met gifgas aangevallen Halabja en Barazan, werd overgebracht naar steden als Erbil, Dohuk en Zakho.

De vluchtende Koerden zijn nog steeds als de dood voor gifgas, al valt het gebruik ervan door Irak niet te bevestigen. 's Nachts verwarmen de vluchtelingen zich bij houtvuurtjes. De mannen slapen terwijl de vrouwen de wacht houden bij de voertuigen. “Zij verzamelen kracht om de tractoren morgen weer uit de modder te trekken”, zegt een Koerdische vrouw. Abdel Rahman, een jonge peshmerga die haar vergezelt, zegt als enige ontsnapt te zijn uit het dorp Qara Hanjir, vijftien kilometer ten oosten van Kirkuk. “Terwijl ik vluchtte heb al mijn 150 makkers gezien: ze waren allemaal de keel afgesneden. Een Koerdisch tegenoffensief is ondenkbaar. Ik vlucht naar Iran.” “Ik heb altijd gedacht dat ik altijd in de bergen zou moeten leven”, zegt de 18-jarige peshmerga Brusk, die drie weken geleden is afgedaald naar de vlakte. “Maar ik wist dat het te mooi was om waar te zijn. De Koerden zullen nooit in vrede en vrijheid op een eigen plek kunnen leven.” (AFP)