RIK SMITS' NIET-GEDROOMDE DROOM

In 1984 stopt Rik Smits zijn basketbalschoenen in een koffer en verruilt het ouderlijk huis in Eindhoven voor een onderkomen in Poughkeepsie, een stadje in de Amerikaanse staat New York. Daar kan hij zich, naast een studie, helemaal toeleggen op zijn sport. Smits is dan 17 jaar en speelt het spel net twee jaar. Zeven jaar later behoort hij tot de beste tien centers van de zwaarste basketbalcompetitie ter wereld, de Amerikaanse NBA (National Basketball Association).

Een droom die werkelijkheid is geworden? “Niet echt”, zegt de Dunking Dutchman droogjes. “Ik droom niet. Heb ik ook nooit gedaan en een niet-gedroomde droom kan moeilijk werkelijkheid worden”.

In de Verenigde Staten kan de gemiddelde basketballiefhebber maar moeilijk begrijpen dat een jongen die op zijn vijftiende al 2,10 meter lang is nog nooit een basketbal heeft vastgehouden. “Iedere jongen van een jaar of tien die uitzonderlijk lang is, krijgt hier automatisch een basketbal in de handen gedrukt, of hij het nu leuk vindt of niet”, zegt een suppoost van de Indiana Pacers, de club waarvoor Smits nu ruim twee jaar speelt. “En als hij maar het geringste talent heeft, wordt hij begeleid en gekoesterd om er het maximale uit te halen.”

Smits toonde zelf ook nooit enige interesse voor de sport. Hij voetbalde een tijdje, probeerde judo, zwemmen, atletiek en rugby, maar geen van die sporten kon zijn aandacht lang vasthouden. Min of meer toevallig kwam de Eindhovenaar met basketbal in aanraking. Een vriend van de familie Smits trainde de jeugd van de plaatselijke club PSV Almonte. Toen een tekort aan spelers dreigde, werd Smits gevraagd of hij niet eens een balletje wilde gooien. Waarom ook niet, dacht Smits en ging naar een training. De eerste ballen die hij gooide, misten weliswaar nog richting, maar Smits wist meteen dat dit zijn sport was.

Eindelijk had hij iets gevonden waarbij zijn lengte in plaats van een handicap een uitgesproken voordeel was. En in plaats van getreiterd en uitgelachen werd hij nu met ontzag bejegend. Een natuurtalent noemt Smits zichzelf niet. “Maar ik vond het hardstikke leuk. Ik trainde hard, ook buiten de eigenlijke training om”.

Met resultaat. Want nog geen jaar na het eerste basketbalcontact zat hij al in het Nederlands jeugdteam. Nog een jaar later vertrok Smits op advies van de voormalige international Kees Akerboom naar de Verenigde Staten. Marist College in Poughkeepsie had hem een scholarship aangeboden. Vier jaar speelde Smits voor Marist. Vier jaar waarin hij 24 schoolrecords vestigde. En onder het publiek bevonden zich steeds vaker scouts van gerenommeerde profclubs. Na drie jaar college-basketbal had Smits al de stap naar de NBA en het grote geld kunnen maken, maar hij gaf er de voorkeur aan zijn studie af te maken, “want het is altijd goed wat achter de hand te hebben”.

In 1988 behaalde Smits zijn diploma en werd hij door de officiele scouts van de NBA als de op een na beste college-speler gekozen. De Indiana Pacers die dat jaar de tweede keus hadden bij het contracteren van een speler, kozen voor de inmiddels 2,24 meter lange center, de langste speler uit de geschiedenis van de club uit Indianapolis.

Smits zette zijn zijn handtekening onder een vierjarig contract. Op zijn bankrekening werd - inclusief tekengeld - een kleine 7,5 miljoen dollar overgemaakt. In het contract is een clausule opgenomen die de Pacers het recht geeft op een vijfde jaar Dunking Dutch. Kosten: 2 miljoen dollar. De kans is echter groot dat zijn contract aan het eind van dit seizoen (Smits derde bij de Pacers) wordt opengebroken.

De Pacers zijn immers meer dan tevreden over Smits. Na zijn eerste jaar werd hij gekozen in het NBA All Star Rookie Team, waarvoor de beste eerstejaars professionals worden geselecteerd. In zijn tweede jaar bereikten de Pacers de play-offs en de kans is aanzienlijk dat dat dit jaar opnieuw lukt.

Coach Bob Hill over Smits: “Hij heeft zoveel potentieel, daar word je bang van. Rik speelt een grote rol in onze plannen voor de toekomst.

Voor mij mag hij nog tien jaar blijven. Hij is het zout in de Pacers-pap''.

Ondanks de lovende woorden van Hill maakte Smits een wisselvallig seizoen door. Tegen Miami Heat, een laag geklasseerd team, komt hij nauwelijks aan de bak. Na twee scores vlak achter elkaar vermeldt het enorme scoreboord in de nok van de Market Square Arena, thuishaven van de Pacers, weliswaar 'Dutch he is hot', maar dat kan niet verhelpen dat Smits er wat verloren bij loopt. In totaal speelt hij die avond slechts veertien minuten.

“Dit was Rik zijn wedstrijd niet,” zegt Hill na afloop van de match. “Miami speelt een spelletje dat hem niet ligt. Ze hebben geen echte center, waardoor Rik geen directe tegenstander had. De afgelopen vijf wedstrijden speelde hij daarentegen heel goed. Rik moet nog wat constanter worden. Zijn ontwikkeling stagneert momenteel een beetje, maar dat is niet ongewoon.”

Smits zelf heeft geen directe verklaring voor zijn wisselvallige optreden dit seizoen, maar vermoedt dat een elleboogblessure (afgelopen zomer tijdens een gewichttraining opgelopen) hem parten speelt. “De hele zomer heb ik er last van gehad. Vlak voor het begin van het seizoen, in oktober, verdween de pijn. Maar in januari kreeg ik er weer last van. Een botje bleek te zijn scheefgegroeid. Dat is toen operatief verholpen. Maar alles bij elkaar heb ik er wel vijf weken door gemist.”

Het basketbalseizoen in de Verenigde Staten loopt van oktober tot eind april. Voor de teams die de play-offs halen komen daar nog een paar weken bij. Gemiddeld staan er vier wedstrijden per week op het programma. Maar vijf in zeven dagen is evenmin ongewoon. Op de dagen waarop niet wordt gespeeld, wordt getraind. Als het team goed presteert, krijgen de spelers een keer per week een vrije dag. Door het wisselvallige spel van de Pacers is dat dit seizoen nog niet vaak voorgekomen.

“Het is heel zwaar”, zegt Smits. “Basketbal, basketbal en nog eens basketbal. En niet te vergeten het reizen. Vorige week speelden we in het westen. Vijf wedstrijden in zeven dagen: In San Francisco, Sacramento, Los Angeles, Denver en Phoenix. Dat betekent vliegtuig in en vliegtuig uit. Gelukkig hebben we dit seizoen voor het eerst een eigen toestel tot onze beschikking. Met extra beenruimte.”

Ondanks het zware programma heeft Smits het in Amerika uitstekend naar de zin. Hij heeft er zijn vrienden en een Amerikaanse vriendin. “Soms mis ik mijn familie in Nederland. En het is altijd leuk om weer even naar huis te gaan. Maar eenmaal terug bemerk je pas echt hoezeer je gewend bent geraakt aan de Amnerikaanse manier van leven: wil je 's avonds nog even een boodschap doen, stap je in de auto en realiseer je je halverwege dat de winkels al om zes uur dicht zijn gegaan.”

Smits heeft in Amerika ook een hobby gevonden waarin hij veel van zijn geringe vrije tijd stopt: auto's. Hij verzamelt klassiekers en heeft al een aardige collectie opgebouwd. Negen in totaal. In Nederland sleutelde hij graag aan brommers. Nu sleutelt hij aan oude Cadillacs en Oldmobiles. Als hij tijd heeft gaat hij graag naar een 'Classics Car Show' “om te kijken of er wat tussen zit. Het lijkt me leuk een een prijs met een van mijn auto's te winnen. Maar dat zal nog wel even duren. Daarvoor heb ik meer tijd nodig”. Vanwaar eigenlijk die interesse voor Amerikaanse auto's? Rik Smits lacht. “In Nederland, in die kleine autootjes, zat ik met mijn hoofd tegen het dak en kon ik mijn benen nooit kwijt. De eerste auto waar ik hier in reed was een Cadillac, een 1976 Coup de Ville. Opeens had ik de ruimte. Dat was een mooie gewaarwording.”

    • Paul de Lange