Obsessieve en kuise seksualiteit The European Gay ...

Obsessieve en kuise seksualiteit The European Gay Review 6+7, 258 blz. (f) 48,30. Boekhandel Vrolijk, Paleisstraat 135 Amsterdam, 020-6235142.

Liever sport dan lezen Bzzlletin 184, Literatuur op school. Uitg. Bzztoh, 80 blz. (f) 12,50.

Bos wordt donkerboos Maatstaf 1991-2. Uitg. De Arbeiderspers. 72 blz. (f) 14,50.

Obsessieve en kuise seksualiteit Het zag er lelijk naar uit dat The European Gay Review het loodje had gelegd, maar nu is er er toch ineens een zeer dik dubbelnummer. Wat komt er uit de combinatie van 'homosexuality, literature and ideas'?

Sandro Penna bijvoorbeeld, Marguerite Yourcenar, Andre Gide, Pessoa, Klaus Mann en Christopher Isherwood, samen in dit dubbelnummer.

Schrijver en toneelregisseur John McRae interviewde Alberto Moravia vlak voor zijn dood, niet om hemzelf maar om meer te weten te komen over de dichter Sandro Penna en 'kuise, melancholieke schoonheid'.

Penna (1906-1977) schreef volgens Moravia uitsluitend over seks, “the desire, the act, the memory. Heterosexual sex is rarely obsessive; homosexual sex is often obsessive.” Moravia was klaarblijkelijk erg jaloers op het gemak waarmee Penna, net als Pasolini, talrijke losse contacten kon hebben. Hij plaatst Penna op even grote hoogte als Kafavis.

Het proza van Sandro Penna, waarmee hij niet zo veel roem verwierf, is anders dan zijn poezie heel expliciet homo-erotisch van aard. McRae vertaalde voor dit nummer beide genres en stelt in een kort essay dat Penna geen 'gay poet' genoemd mag worden. Als dat nou in The European Gay Review al niet mag...?

Uit een bijzonder intiem verslag van een ziektegeschiedenis (“I kissed every inch of his body as I inhaled its unmistakable fragrance”) blijkt waarom dit nummer zo lang op zich liet wachten: hoofdredacteur Salvatore Santagati verloor zijn geliefde Anthony Jennings, “my lover, my friend, my brother my father”. Desmond Hogan bestudeerde de vleselijke liefde in het werk van Marguerite Yourcenar.

“The area of sex is the most changeable, the meditation on it the most quixotic.” Onmerkbaar bijna stapt hij over van de liefde naar de dood in het werk van Yourcenar, maar die laat hij verder onuitgewerkt.

Tony Kahane beschrijft moeizame pogingen van de Britten om de oude Andre Gide tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Tunis tot een bezoek aan Engeland over te halen. Veel gedoe leidde tot niets, maar Kahane kwam in de archieven op het spoor van een ongepubliceerde hommage van E. M. Forster aan Gide uit 1943, en van een BBC-uitzending over Gide, waaruit de spreker, Forster, nauwlettend een verwijzing naar Gides 'gezond verstand' inzake homoseksualiteit wegpoetste. Forster waardeerde Gide om zijn geweten, zijn subtiliteit, emotionele internationaliteit, standvastigheid, en om zijn vrije geest: “How natural, that, today, such a mind should be with the Free French! But oh my Free French friends, you have with you a very unusual bird! His plumage is not political, and never will be!”

Armistead Maupin publiceert in The European Gay Review het laatste interview van Christopher Isherwood (1905-1986), “Hero Emeritus for the gay rights movement”. Wat was de eerste vraag die Maupin stelde aan de toen 80-jarige auteur? “Dus u ontmoette Don Bachardy (zijn geliefde sinds decennia) voor het eerst op het strand?” Maupins laatste vraag, gesteld aan Bachardy (50): “Do you and Chris sleep in the same bed?” Geen wonder dat geen enkel literair tijdschrift het vraaggesprek nog heeft willen plaatsen - Isherwood noemt hier, met zijn precieuze gezichtsuitdrukking, W. H. Auden z'n fuck buddy: “It was an enormous convenience because, quite aside from everything else, it was somebody to screw.”

Verder in dit dubbelnummer: teksten van Klaus en Thomas Mann over homoseksualiteit: “This is a love like any other, not better, not worse; with as many possibilities for the great, the sentimental, the melancholic, the grotesque, the beautiful, or the trivial, as the love between a man and a woman.” (Klaus) The European Gay Review 6+7, 258 blz. (f) 48,30. Boekhandel Vrolijk, Paleisstraat 135 Amsterdam, 020-6235142.

Liever sport dan lezen Literatuurdidacticus Wam de Moor verzorgde een themanummer van Bzzlletin over de kwetsbaarheid van de literatuur in het onderwijs.

Sinds Anbeek, Bekkering en Goedegebuure hun plan lanceerden om een reeksje van 21 boeken op middelbare scholen verplicht te stellen is het onrustig in het literatuuronderwijs. Met dit nummer wil Bzzlletin de discussies 'verdiepen.'

In 'De meester mag niet dalen, de scholier moet klimmen' haalt Harry Bekkering zijn gram bij de adviescommissie Vernieuwing Eindexamen Nederlands van Toine Braet, die hij vooringenomenheid en opportunisme verwijt. Er zit in het voorstel tot de verplichte leeslijst ('het suggestiepakket') minder dwang en onvrijheid dan tegenstanders in de media suggereerden, zegt Bekkering. Hij laat de gelegenheid niet voorbij gaan om wat af te doen aan het kernbegrip 'leesplezier': “Ooit gehoord van 'wiskundeplezier', 'geschiedenisplezier' of 'biologieplezier'?”

De Moor licht de moderne uitdrukking 'literaire competentie' toe. Inzicht in de ambachtelijkheid van het literaire werk is wat een leraar zijn leerlingen per se moet zien bij te brengen, en dat moet volgens De Moor nog wel lukken. Hij formuleert en passant zijn visie op het literatuuronderwijs van de nabije toekomst: “een Europeesgerichte canon met de eigen Nederlandse literatuur als kern en uitgangspunt en daarin ook aandacht voor de literatuur van de sterk groeiende allochtone minderheden”.

Koos Hawinkels doet meer praktische aanbevelingen, waarbij de verschillende talensecties met elkaar moeten gaan samenwerken.

Vanzelfsprekend voorziet hij bij die harmonisatie moeilijkheden, maar daar heeft hij iets op gevonden: “Bij onoplosbare verschillen van inzicht laat men een buitenstaander, bijvoorbeeld de concierge of een willekeurige passant, de knoop doorhakken, of men gooit een munt op.

Dit is geen flauwe grap. Ik bedoel dat nogal serieus.'' In dit themanummer: De Moor in gesprek met Maarten 't Hart, stukken over vertalingen, poezie en toneel in de klas, en Margitka van Woerkom over de leesgewoonten van jongeren: op de middelbare school krijgt de leeslust een lelijke knauw, vooral van sport en tv-kijken. Driekwart van de leerlingen leest alleen nog maar omdat het moet. Niet te gauw overboord dus, met die dwang.

Bzzlletin 184, Literatuur op school. Uitg. Bzztoh, 80 blz. (f) 12,50.

Bos wordt donkerboos In het elfde deel van zijn 'Gallische brieven' krijgt correspondent Rudolf Bakker van Maatstaf weer volop de gelegenheid om nu eens breedvoerig te zijn. En om woorden te gebruiken die in de GPD-kranten en bij Veronica Nieuwsradio liefst vermeden worden: poetasters, kermeseiken, urbanisten, efemeer, krullepraat (!).

Bakker verhaalt hier van een bezoek aan een Proven(c,)aals landschap dat veel te lijden heeft van 'schennershanden' en bosbranden: “Tezelfder tijd zagen we als een nieuw element in deze perfecte opvoering vanaf ons terras - en nu met een glas koele witte wijn in de hand - ook te midden der vlammen zilveren brandweerhelmen en bluswater fonkelen in de zon.”

Veel direkter zijn de badinerende en bijtende notities van de Rus Vasili Rozanov (1856-1919), vertaald en ingeleid door Kristien Warmenhoven: “Wat is een schrijver? Verschopte kinderen, verwaarloosde vrouw, en ijdelheid, ijdelheid... Een interessante figuur.” Of: “De hele literatuur is momenteel in handen van de joden - Geschreeuw om een pogrom is retorisch lijden van degene die de situatie beheerst.”

Opmerkelijk in Maatstaf is de verzameling karikaturen van Frederik van Eeden die - zoals noodzakelijk is - worden toegelicht door Nop Maas, en enkele sfeerrijke gedichten van Herman de Coninck: “Vijver wacht op kroos, - groot hoefblad op elfen. - Het bos wordt donderboos.”

Maatstaf 1991-2. Uitg. De Arbeiderspers. 72 blz. (f) 14,50.