Nuance is zoek in wielerland

Hein Verbruggen is met Anton Geesink een der weinige Nederlanders die een internationale bestuurspost bekleedt.

De laatste zorgt als lid van het Internationaal Olympisch Comite met zijn aandoenlijke gedrag regelmatig voor hilariteit. De manier waarop de eerste als voorzitter van de profsectie van de internationale wielrenunie (FICP) zich manifesteert, roept bij de een respect op bij de ander louter toorn. Verbruggen durft het aan traditionele bolwerken in de wielersport aan het wankelen te brengen. En daarvan is niet iedereen gediend.

Nu weer is hij door renners verantwoordelijk gesteld voor de 'plotselinge' invoering van de pothelmen. Toonaangevende profs als Fignon, LeMond en Roche meenden dat Verbruggen (lees: de FICP) daarover eerst met hun overleg had moeten plegen. Dat daarvoor in ruime mate gelegenheid is geweest, ontkennen zij. Hun kritiek is vergelijkbaar met de klaagzang die in elke Tour de France wordt aangeheven: pas tien maanden na de presentatie.

Dat LeMond de FICP een 'one-man-federation' noemt, Roche zegt dat 'Verbruggen tot nu toe nog niets goeds heeft gedaan' en Fignon hem vergelijkt met een 'dictator' is onschuldig vergeleken bij wat de Spaanse ploegleider Carrasco heeft gezegd voor het radiostation Catalunya Radio: “Verbruggen is een gek of een dictator, die zal eindigen als Saddam Hussein.”

De voorzitter van de profsectie doet er verstandig aan hierop niet te reageren. In elk geval niet zo driest als hij ten aanzien van Fignon deed. “Fignon is een opgebrande renner die zijn frustraties moet afreageren. Een gevaarlijke gek.”

Intussen hebben de twee elkaar als volwassenen toegesproken en is het helmen-reglement ten minste weer bespreekbaar. Maar de wederzijdse ongenuanceerde uitlatingen duiden op diepere achtergronden, op angst iets te verliezen. De renners zijn bang de greep op verworven zekerheden te ontglippen. Verbruggen, een marketing-man, heeft zo ontzettend veel plannen met de wielersport - en veel goede - dat hij via alle mogelijke kanalen op meer lijkt uit te zijn dan modernisering. Hij ontkent dat hij allerhande zaken aangrijpt omdat hij met de Duitser Gohner en de Italiaan Omini in een machtstrijd is gewikkeld om het vacante voorzitterschap van de internationale wielrenunie (UCI). Alleen al door de schijn te wekken, roept de man van de snelle omwenteling bij zijn 'volgelingen' weerstanden op.