Niemand wint, niemand verliest en niemand neemt beslissingen; Russisch volkscongres in impasse

MOSKOU, 2 april - Het congres danst niet, het congres huilt niet. Het congres is in verwarring. Al vijf dagen is het parlement van Rusland bezig met zijn eigen agenda. Het aantal besluiten dat het heeft genomen is letterlijk op een hand te tellen. Maar tot nu toe is er geen Tom Poes opgestaan die de buitengewone zitting met een list naar zijn hand heeft weten te zetten.

Vandaag zou het volkscongres volgens plan afgesloten moeten worden.

Maar als dat gebeurt, is het machtvacuum in de grootste deelrepubliek van de Sovjet-Unie nagenoeg compleet. De democraten rond Boris Jeltsin hebben dan gewonnen noch verloren, de oppositionele communisten verloren noch gewonnen. En het politieke midden, dat garen had kunnen spinnen bij de stuurloze polarisatie, kan helemaal nergens op bogen want dat ontbeert een leider die als deus ex machina het pleit voor de ene of andere vleugel kan beslechten.

Ordedebatten over de vergaderorde zijn overal en altijd de geheime agenda van politici. Ook in Rusland. Maar in het Russische parlement vieren de tactici van de opportuniteit waarlijk hoogtij. Zelfs over de sprekerslijst moet op gezette tijden gestemd worden. En dat zijn er voorwaar geen routineklussen maar hoog oplopende emotionele aangelegenheden.

Donderdagmorgen leek Jeltsins fractie Democratisch Rusland een doorbraak te hebben bereikt. Het congres nam met overtuigende meerderheid een motie aan waarin de uitzonderingsmaatregelen terzijde werden geschoven die president Gorbatsjov van de Sovjet-Unie en diens premier Pavlov terwille van de openbare orde in Moskou hadden genomen.

Ze waren te ver gegaan, ook in de ogen van veel tegenstanders van Jeltsin.

Maar, zoals de sociaal-democraat Oleg Roemantsjev toen al opmerkte, dat succes zou wel eens een schijnoverwinning kunnen blijken te zijn.

De communistische fractie, die ongeveer een kwart van de gedelegeerden onder haar hoede heeft en volgens de democraten op afstand wordt gestuurd door het politburo even verderop in Moskou, herstelde zich.

Haar voornemen om Jeltsin met een motie van wantrouwen te wippen (het eigelijke doel van de sessie van het parlement) werd ver weggestopt.

De communisten gingen op een andere toer: het blokkeren van de besluitvorming. En daarin slaagden ze omdat ze zo de coalitie met de centrum-rechtse fractie Rossia en de agrarische groep der kolchozen-bestuurders wisten te herstellen. Vrijdag werd aldus het voorstel verworpen van de democraten om een wet op de rol te zetten, die de rechtsstreekse verkiezing van een president (lees: Jeltsin) zou moeten regelen.

Sindsdien is er in positieve zin niets meer gebeurd. De enige die de chaotische apathie nog even kon doorbreken, was Ruslands premier Ivan Silajev. Die hield zaterdagmiddag een rede over zijn nieuwe economische programma richting markteconomie. Hij kreeg de lachers op zijn hand met zijn uitroep dat het land de rand van de afgrond nabij was omdat het via bijvoorbeeld het massaal importeren van graan veel te lang had vastgehouden aan zijn “socialistische maagdelijkheid”.

Maar tot een serieus debat over zijn plan, dat toch tal van valkuilen bevatte, kwam het niet.

Want kort daarvoor had de uit het niets opgekomen nieuwe aartsvijand van Jeltsin gesproken, de afgevaardigde Vladimir Isakov. Isakov (vertegenwoordiger van het Kirov-district uit Jeltsins eigen thuisbasis Sverdlovsk, voorzitter van een van de twee kamers van het Russische parlement) had in een kwartier alle frontlinies door elkaar weten te gooien. Twee weken geleden was hij bij een lokaal referendum door zijn kiezers teruggeroepen als gedeputeerde. In het Kremlin probeerde enkele leden van de Democratisch Rusland hem op grond hiervan op de valreep alsnog van de sprekerslijst te halen. Die poging mislukte. Dat zijn aanval op Jeltsin vervolgens onbeschroomd zou zijn, liet zich dan ook raden. Hij verweet Jeltsin niet alleen “populisme”, “democratische hysterie', “financieel avonturisme”

(een verwijzing naar de 140 miljard roebel-affaire die zijn adviseur en voormalige vice-premier Gennadi Filsjin vorige maande kop heeft gekost) en “misdaden tegen het volk”. Het verwarrende van zijn aanval lag verscholen. Isakov liep namelijk ook dwars door de tot nu toe zo heldere scheidslijnen heen door in een moeite ook even het aftreden van Gorbatsjov te eisen. Die kon maar beter naar een diplomatieke post worden weggerangeerd, aldus Isakov.

Onmiddellijk gingen de democraten aan stuurboord hangen. Na vele massale demonstraties, waarin het aftreden van Gorbatsjov de centrale leuze was, besloten ze nu dat die eis niet meer opportuun was. Thans is alleen nog het presidentschap van Rusland aan de orde, een functie die op de ene of de andere manier gerealiseerd moet worden.

Burgemeester Anatoli Sobtsjak van Leningrad had daarvoor eind vorige week in een interview met het weekblad Moskovskije Novosti al een voorzet gegeven met zijn opmerking dat de “confrontatie tussen Jeltsin en Gorbatsjov wel eens een dramatisch resultaat zou kunnen hebben”. Gorbatsjov moet blijven, betoogde Sobtsjak. De “ervaringen leren namelijk dat de democraten nog steeds niet in staat zijn de macht uit te oefenen”. Als Gorbatsjov zou gaan, zou Jeltsin ook wel eens kunnen sneuvelen. “Zowel de conservatieven als de democraten hebben het presidentschap van Gorbatsjov nu nodig”, aldus Sobtsjak.

De Leningradse leider kon zijn benadering zondag toelichten. Sobtsjak, niet van enige grootstedelijke arrogantie gespeend, maakte van de gelegenheid gebruik om de omkering der allianties in sociaal-cultureel perspectief te zetten. Isakov, zo legde hij uit, lijdt aan het “Golik-syndroom”. Joeri Golik is een parlementariers uit Kemerevo in de Koezbass waar wordt gestaakt door de mijnwerkers, en behartigt in de Opperste Sovjet van de Unie namens Gorbatsjov de kwesties van recht en orde. In die hoedanigheid trok hij vorige week fel van leer tegen zijn stakende streekgenoten. “Dat is het syndroom van de kleine provinciale jurist die alleen aan zijn eigen carriere denkt, het syndroom van iemand die alleen op goedkeuring uit is”, aldus Sobtsjak.

Verontwaardiging was uiteraard zijn deel. Maar de bijdrage leidde voor het overige nergens toe. Ze was eerder koren op de molen van de communisten die de beledigingen aan het adres van de provincie met graagte noteerden.

De democraten gingen ondertussen dus maar over tot het uitwerken van hun alternatieve scenario's die, net als die van de communisten, nu ook allemaal uitgaan van het klassieke adagium 'de tijd de tijd geven'. Gisteren probeerde ze eerst via een achterdeur alsnog een grondwetswijziging op de agenda te zetten waarmee het directe presidentschap zou kunnen worden geregeld. Tevergeefs.

De andere plannen die ze in petto hebben zijn tweeerlei. Ten eerste overwegen ze een schorsing van het volkscongres voor te stellen om de redactiecommissies de tijd te geven een wet op het presidentschap nader uit te werken. Dat heeft als bijkomend voordeel dat de democraten dan weer wat lucht krijgen om de maatschappelijk druk op de weigerachtige afgevaardigden op te voeren. Ten tweede dreigen ze met het opnieuw bijeenroepen van het voltallige parlement in mei. Dat is een variant op de eerste oplossing, omdat de democraten het sociale tij de laatste maand mee hebben en mogen verwachten dat dit, met de prijsverhogingen die vandaag zijn ingegaan, niet snel zal veranderen.

En dan hebben ze nog een derde constructie voorhanden die eveneens op deze strategie voortborduurt: nieuwe verkiezingen. Maar de complicaties daarvan zijn nog niet te overzien. Het volkscongres is een jaar geleden gekozen. Anders dan bij de Opperste Sovjet van de Unie, dat in 1989 min of meer op basis van een een-partijstelsel is verkozen, heeft tot nu toe niemand het democratische karakter van de verkiezingen betwist. Bovendien: wie moet de beslissing daartoe nemen?

Een scheiding van machten bestaat in de Sovjet-Unie niet. Het land wordt monistisch bestuurd. Dus kun je ook de regering niet naar huis sturen in de hoop nieuwe verkiezingen te forceren. 'Constructieve moties van wantrouwen' zijn al helemaal onbekend. Het enige orgaan dat het parlement kan ontbinden is het parlement zelf. Maar dat wil in meerderheid vooralsnog juist niet toegeven dat ze niet tot regeren in staat is.

De cirkel blijft zodoende rond.

    • Hubert Smeets