Muziek van Schat lijkt soms al zo vertrouwd als Beethoven-sonate

Concert: Ellen Schuring en Lucia Meeuwsen (sopraan), Joan Berkhemer (viool) en Hakon Austbo (piano). Werken van Peter Schat. Gehoord: 29-3, De IJsbreker, Amsterdam.

Voorafgaand aan de premiere van het orkestwerk De hemel in het komende Holland Festival werd in de Componistenserie van De IJsbreker kamermuziek van Peter Schat uit de jaren '70 tot begin '80 belicht met de uitvoering van drie werken: Canto General voor sopraan, viool en piano uit 1974 naar een gedicht van Pablo Nerudo, de cyclus Kind en Kraai uit 1977 op teksten van Harry Mulisch en Polonaise voor piano uit 1981.

Het politieke engagement spreekt niet alleen uit Canto General dat als ondertitel In Memoriam Salvador Allende draagt, want de Polonaise, geschreven in opdracht van de Nederlandse regering “en van Frederic Chopin”, aldus een toevoeging van de componist, heeft de vorm van een allesoverspoelend allegro furioso e appasionato, geinspireerd door de revolutionaire beweging die vanaf de Leninwerf in Gdansk al spoedig geheel Polen in vuur en vlam zette. De Polonaise klonk mij ditmaal verrassenderwijze meer dichterlijk dan heroisch in de oren. Hakon Austbo benadrukte nogal pedaalrijk impressionistische aspecten die deze compositie eveneens typeren.

De tijd laat soms zo zijn eigen licht op werken uit het verleden schijnen, en dat kan klaarblijkelijk al op een slechts zeventien jaar oude compositie, want Canto General klinkt nu al zo vertrouwd als laten we zeggen een werk van Beethoven, bijvoorbeeld het Adagio uit de Hammerklaviersonate. En ook nu blijkt het poetische slot de opstandigheid als het ware te temperen.

Van een geheel andere orde is de liederencyclus Kind en Kraai, maar het kan zijn dat deze wervelwind ook eens van een melancholieke glans zal worden voorzien - stil liggen lijkt mij niet mogelijk. Jammer dat dit opus 26 zo hoog is genoteerd, te hoog voor sopraan Ellen Schuring, die meteen heeft in te zetten op een hoge b. Weliswaar laat de componist het toe dat een hoge d vervangen wordt door een fis, maar ondertussen zijn toch de a's, bessen en b's niet van de lucht.

Gelukkig werd de sopraan geleidelijk aan steeds overtuigender en in ieder geval bleef zij steeds goed verstaanbaar.

De avond overziend blijft voor mij Canto General Peter Schats meest overtuigende werk, en zeker niet alleen uit de jaren '70. Een meesterworp van zeldzaam indringende werking, want het is alsof dit trio geleidelijk aan gaat gloeien, alsof ongrijpbare energieen vrijkomen. En ook als de uitvoering niet in elk opzicht geslaagd is, komt die verinnerlijkte extase over, want sommige werken zijn eenvoudigweg niet stuk te krijgen.