'Ik weet: een partij is beter dan twee'

TIRANA, 2 april - “Zeg me niet wat ik moet doen”, schreeuwt de 66-jarige Sali Osmanlliu zondagavond om acht uur in het stemlokaal van kiesdistrict 218 van de Albanese hoofdstad. “Zesenveertig jaar lang hebben anderen voor mij bepaald wat ik moest denken; nu laat ik me door jullie vuile communisten niet meer de wet voorschrijven.”

De zeven leden van de kiescommissie reageren gelaten op de woedeuitbarsting. “We leggen u alleen maar de procedure uit”, zegt de voorzitter van het stembureau en overhandigt Osmanlliu zijn stemformulier.

Ondanks het vroege tijdstip heeft het grootste deel van de 509 kiesgerechtigden in dit district in Tirana al zijn stem uitgebracht.

Tijdens de eerste vrije verkiezingen die ooit in Albanie zijn gehouden, hebben veel kiezers het zekere voor het onzekere genomen en zich al om zes uur 's ochtends bij het kieslokaal gemeld.

In de meeste districten kan op vier kandidaten worden gestemd. De kiezer maakt zijn voorkeur kenbaar door drie van de vier namen en de organisaties of partijen die ze vertegenwoordigen, door te strepen.

Als geen der kandidaten een absolute meerderheid behaalt, volgt in het desbetreffende district over twee weken een tweede ronde.

De bevolking van Tirana lijkt overduidelijk op de hand van de oppositie. Mensen begroeten elkaar door het V-teken te maken - het symbool van de Democratische Partij - en de stad ademt een revolutionaire sfeer. “Het heeft 46 jaar lang gesneeuwd en nu zie je voor het eerst de zon”, zegt een vrouw voor de deur van het kieslokaal.

In het dorp Peza e Madhe, ten zuidwesten van Tirana, heerst rust. Voor het stemlokaal staat het standbeeld van de partizaan Peza, destijds een vertrouweling van Enver Hoxha en lid van het Centraal Comite.

Binnen prijken diverse sociaal-realistische schilderijen aan de muren, met voorstellingen van juichende vrouwen, rode vlaggen en met geweren zwaaiende, gespierde soldaten. De 60-jarige Bajame Karaj is analfabete. Ze wordt bij het stemmen geholpen door haar dochter. Ze heeft geen moment geaarzeld op de communisten te stemmen. Van de Democratische Partij zegt ze niets af te weten. “Ik ben geen ontwikkeld persoon, ik werk de hele dag op het land”, zegt ze. “Wat ik wel weet is dat een partij beter is dan twee.”

Pag. 5:

'Hier gelden nog de regels van Stalin'

De 53-jarige Tasim Celmata is lid van de Partij “en ik zal die tot het einde toe verdedigen”. Hij meent dat Albanezen hun verleden niet moeten verloochenen. “Onze held Enver Hoxha heeft het nieuwe Albanie gecreeerd”, zegt hij. Op de vraag wat democratie is antwoordt hij: “De democratie is al 46 jaar geleden door de partij geintroduceerd.”

Onder dictatuur verstaat hij “de dictatuur van het proletariaat, die noodzakelijk is”. Repressieve dictatuur omschrijft hij met slechts een woord: pluralisme.

De 30-jarige Chajpe Kola, werkzaam in een kantine, zegt desgevraagd trots te zijn op alles wat de partij heeft bereikt. Albanie mag dan veruit het armste land van Europa zijn - iets waar haar overigens niets van bekend is - “maar als we keihard doorwerken in plaats van te discussieren zullen we binnenkort bij Europa behoren”. Haar landgenoten die naar Italie zijn gevlucht beschouwt ze als landverraders en de honderdduizend mensen die het standbeeld van Enver Hoxha in Tirana naar beneden hebben gehaald zijn “gemanipuleerd door vijandelijke, buitenlandse elementen”.

Rudolf Koka die sprekend op Gorbatsjov lijkt, is lid van de Democratische Partij en een van de zes waarnemers op het stembureau in Peza. Hij verwacht niet dat de oppositie in het dorp ook maar enige voet aan de grond zal krijgen. “Er wonen hier veel analfabeten.

Beinvloeding is dus niet uitgesloten”, meent hij. “Bovendien zijn de mensen hier bang. U kent de redenen.”

Op 40 kilometer afstand van Tirana - ruim drie uur rijden over de bochtige weg - ligt het stadje Kavaja. Vlak buiten Peza maken de gebalde vuisten van de voetgangers en de paardemenners al plaats voor het V-teken: Kavaje is een Democratisch bolwerk. Hier begon op 26 maart 1990 een van de eerste opstanden tegen het communistische bewind. De bevolking van Kavaja werkt in de plaatselijke moeren- en spijkerfabriek, de glas- en de tapijtindustrie. Maar de fabrieken lijden verlies, er zijn nauwelijks voldoende grondstoffen en de stad biedt een deplorabele aanblik, zelfs voor Albanese begrippen.

Op het centrale plein bevindt zich de belangrijkste winkel van het plaatsje. In de etalage ligt een kistje verrotte, groen uitgeslagen tomaten. Op enkele potten jam na zijn de schappen leeg. De komst van buitenlanders leidt tot chaotische taferelen. Honderden mensen duwen elkaar opzij in hun verlangen duidelijk te maken onder welke dramatische omstandigheden ze leven. Ze houden vervuilde kinderen omhoog, die geen schoenen aanhebben en in lompen gehuld gaan.

'Enver: Hitler' staat op een muur geschilderd. Aan een lantaarnpaal bungelt nog altijd het touw waaraan het afgehakte hoofd van het plaatselijke Hoxha-standbeeld is opgehangen. “Wij hebben gras in zijn bek gestopt en zijn zwijnekop in de fik gestoken”, zegt de 36-jarige Pullumb Hasa, refererend aan Hoxha's uitspraak dat “Albanezen nog liever gras eten dan het pad van het marxisme-leninisme te verlaten”.

In stemlokaal 17 is het rustig. Om een uur 's middags hebben 353 van de 355 kiezers al hun stem uitgebracht. De inwoners van Kavaje zullen massaal op de Democratische Partij stemmen, maar ze realiseren zich dat in de dorpen de communisten de meerderheid zullen behalen. “Toch zullen we hun zege niet accepteren”, zegt de 64-jarige Kadri Cara.

“Hier in Kavaje hebben we niets meer te verliezen”. Van de 28.000 inwoners zijn er inmiddels 5000 naar Italie gevlucht. “Bij een overwinning van de communistische honden, zal de stad helemaal leeglopen”, voorspelt hij. Wegens de voortdurende censuur en de intimidatie door de partij beschouwt hij de verkiezingen bij voorbaat al als illegaal. “Vrije verkiezingen? Onmogelijk, zolang hier nog de regels van Stalin gelden en niet die van Helsinki”.