Het belastingoproer is er al

Belastingoproer is geen alternatief, zoals redacteur Steven Adolf in deze krant op 18 maart schreef, het is er al. Vrijwel de enigen die dit niet beseffen, zijn de politici. Evenmin beseffen zij dat zij er zelf de oorzaak van zijn.

Toen het verbond van Griekse steden een van zijn vele oorlogen voerde, werd de Athener Aristides tot bevelhebber benoemd. Hij legde elke stad belastingen op om de oorlog te financieren en deed dit met nauwgezette integriteit en rechtvaardigheid op zo'n manier, dat iedereen tevreden was en hij de naam Aristides de Rechtvaardige kreeg. Aldus Plutarchus in zijn beroemde biografieen.

Rechtvaardig zijn belastingen volgens velen allang niet meer. Ze zijn te hoog, vindt men, en veel te ingewikkeld - voor de belastingplichtigen en de uitvoerende ambtenaren. Dat leidt tot verzet dat het karakter van een - veelal nog min of meer verborgen - oproer krijgt.

De Franse Revolutie had een sterk fiscaal aspect. Veel later ontstond, weer in Frankrijk, het 'poujadisme', genoemd naar de politicus Poujade die openlijk het fiscale oproer predikte. In Denemarken vormde een advocaat een anti-belastingpartij die veel succes had. Californie moest belastingverhogingen teniet doen wegens het openlijke verzet van de burgers.

In ons land breekt men zijn hoofd over de bestrijding van o.a. fiscale fraude, zonder naar de oorzaken te vragen. Weliswaar bestond er jaren geleden in Leiden een leerstoel, bezet door de hoogleraar Vinke, die zich met de psychologie van de belastingbetaler bezighield. Resultaten waren er nauwelijks en hebben in elk geval geen verbetering gebracht.

Niemand vindt het betalen van belasting prettig. Toch is vrijwel iedereen bereid zijn bijdrage te leveren. Mits: de burger redelijk aan zijn aangifteplicht kan voldoen, het gevoel heeft dat er met zijn belastinggeld nauwgezet en rechtvaardig wordt omgesprongen en de belasting dus niet hoger is dan strikt nodig is. Een tiental jaren geleden ging de fiscus van Pakistan het land rond om het nut van belastingen en het gebruik ervan uit te leggen. De belastingopbrengst steeg enorm en de ontduiking daalde navenant.

Over het weinig verheffende van de 'tussenbalans' is al veel gezegd en geschreven. Een kabinet dat niet de tering naar de nering durft te zetten; een Kamer, die niet alleen de meest dwaze voorstellen slikt (de regeling der twee-verdieners is een zielig voorbeeld) doch telkens weer vereenvoudiging uit de weg gaat en in onhanteerbare regels omzet.

Dan komt de verbazing en verontwaardiging over de fraude, een vergieten van krokodilletranen. Na veel geharrewar komt er eindelijk een verlaging van inkomsten- en vennootschapsbelasting, ten dele een schijnvertoning. Reeds na ongeveer een jaar wordt deze verlaging weer teruggedraaid. Is het wonder dat de mensen dit gebrek aan serieus handelen niet accepteren?

De Nederlander gaat niet gemakkelijk de barricaden op; de laatste keer was waarschijnlijk ter gelegenheid van Alva's tiende penning. De oproergeest is er echter wel degelijk. Er wordt veel zwart gewerkt en lang niet altijd alleen door mensen met een uitkering. Veel diensten worden zonder nota, dus zonder btw, verricht. Inkomsten worden verzwegen of rentedragend kapitaal wordt naar het buitenland gebracht.

Velen bedienen zich van constructies die zich nauwelijks van het zwart van de fraude onderscheiden. Het komt voor dat een salarisverhoging een straf is vanwege de financiele achteruitgang die er het gevolg van kan zijn. Er zijn wegen om dit gevolg te omzeilen, wettig en onwettig.

De vraag hoe dit alles komt, wordt door politici niet gesteld; men houdt zich uitsluitend met fraudebestrijding bezig, repressief dus.

Het is tijd dat zij zich ernstig met deze vraag naar de oorzaken bezighouden. Van het antwoord zouden zij schrikken. Want het belastingoproer is er, stilzwijgend, maar wel in grote omvang.