Geweld tussen zwarten ontaardt in burgeroorlog

JOHANNESBURG, 2 april - Het is nog donker in het zwarte woonoord Alexandra, iets buiten Johannesburg. Rouwende mensen vullen de kamer om te waken over het lichaam van Jane Ramakgola, een van de tientallen slachtoffers van het geweld tussen rivaliserende zwarte groeperingen in het woonoord. Jane zal vanmiddag worden begraven. Er wordt gezongen.

Plotseling zwaait de deur open. Drie mannen, gewapend met automatische geweren stormen binnen: “Jullie zijn van het ANC en wij zijn van Inkatha.” De mannen openen het vuur. Op overlevenden die geen kans zien te vluchten hakken zij met messen in. Resultaat: 14 doden en 16 gewonden.

De bloedige overval in Alexandra van afgelopen woensdag was de zoveelste slachtpartij in de reeks van onderlinge gewelddadigheden tussen zwarte groeperingen in Zuid-Afrika. Het geweld heeft het karakter van een burgeroorlog gekregen. Volgens nog onbevestigde berichten zouden na het bloedbad in Alexandra al ruim 50 mensen om het leven zijn gekomen bij onlusten over geheel Zuid-Afrika.

De zwarte krant 'Sowetan' sprak de dag na de moordpartij in Alexandra op zijn voorpagina van “barbarij” en schreef dat de “de beesten”

die dit op hun geweten hebben, “zichzelf buiten de maatschappij van beschaafde mannen en vrouwen hebben geplaatst”.

De twee belangrijkste zwarte leiders, ANC-leider Nelson Mandela en Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi, kwamen zaterdag in spoedzitting bijeen in een poging een einde te maken aan de spiraal van geweld.

Volgens hen is het geweld meer dan een conflict tussen de twee grootste zwarte politieke groeperingen, het Afrikaans Nationaal Congres en de Inkatha Vrijheidspartij. Meer ook dan een stammenstrijd tussen de in het ANC sterk vertegenwoordigde Xhosa's en de Zulu's van Inkatha. Mandela zocht de oorzaken van de bloedige botsingen onder meer bij de zogenoemde “third force”, een niet duidelijk omschreven groep blanke rechtse extremisten die door het aanwakkeren van het zwarte geweld de in gang gezette afschaffing van apartheid zouden proberen te stoppen.

Pikant in dit verband zijn berichten dat de blanke extremist Piet “Skiet” aan wie recent amnestie werd verleend, destijds op verzoek van een politiefunctionaris wapendepots heeft geplunderd en dat de politie de wapens onder Inkatha-aanhangers heeft verdeeld.

“Er is iets grondig mis gegaan met de zwarte gemeenschap in Zuid-Afrika”, zo zei bisschop Desmund Tutu afgelopen week in zijn preek in de St. George kathedraal te Kaapstad. “Het lijkt er op dat een cultuur van geweld in onze samenleving wortel schiet. We worden als dieren en accepteren wat totaal niet acceptabel is.” Tutu, die voor zijn aanhoudende strijd tegen apartheid in 1984 de Nobelprijs voor de vrede kreeg, riep zijn gehoor op om de oorzaken van het zwarte geweld niet altijd bij apartheid te zoeken en om ook eens de hand in eigen boezem te steken.

Hij somde een reeks van oorzaken op die volgens hem ten grondslag liggen aan het geweld: de snelle politieke veranderingen die instabiliteit en geweld in de hand werken, de sociale, politieke en economische achtergesteldheid van de zwarten en het optreden van politie en veiligheidsdienst in zwarte woonoorden.

Tutu lanceerde een programma voor vrede: meer verdraagzaamheid, meer discipline, minder agressieve taal (“killing talk”), ontwapening van alle groeperigen en letterlijk een grote schoonmaak van de zwarte woonoorden zodat de inwoners hun zelfrespect kunnen hervinden.

De oproep van Tutu kwam nauwelijks aan de orde tijdens ontmoeting tussen Mandela en Buthelezi afgelopen zaterdag, maar des te meer in de - door blanken gedomineerde - zondagskranten. De Sunday Times begon zijn commentaar met een dankwoord aan de aartsbisschop. “Hij heeft de verantwoordelijkheid gelegd waar ze hoort te liggen: bij de mensen die het geweld begaan.”

    • Geert van Asbeck