Gemengd huwelijk trotseert Brits opportunisme

Het huwelijk dat ongelegen kwam. Ned.3, 20.25-22.00u.

Van alle soorten documentaires is het zogenaamde docu-drama misschien wel het meest riskant. Door scenes uit hun verhaal en door acteurs na te laten spelen, lopen de makers immers het gevaar dat een averechts effect wordt bereikt: de kijker blijft achter met het gevoel dat wat hij gezien heeft geacteerd werd, met andere woorden, niet echt is gebeurd. De Engelsman Michael Dutfield, die de vanavond door de NOS uit te zenden documentaire The Marriage of Inconvenience ('Het huwelijk dat ongelegen kwam') vervaardigde naar zijn eigen, gelijknamige boek, lijkt zich bewust te zijn geweest van dit gevaar.

In zijn relaas over de politieke machinaties van de Britse regering tijdens de beginjaren van de Apartheid nemen de acteurs eerder kleine sfeerschetsen voor hun rekening dan belangrijke dramatische scenes; de rest van het schokkende verhaal wordt verteld door de echte hoofdrolspelers, een commentaarstem en beelden uit oude bioscoopjournalen, zodat niemand zal twijfelen aan het waarheidsgehalte.

De werkelijkheid is dan ook dramatische genoeg: na de Tweede Wereldoorlog wordt Seretse Khama, stamhoofd in spe van de Bamangwato-stam in Bechuanaland, het huidige Botswana, tijdens zijn studiejaren in Londen hals over kop verliefd op het Engelse meisje Ruth Williams. Hun huwelijk in 1947 stuit aanvankelijk op verzet uit de stam van Khama, zodat de Britten, die Bechuanaland als protectoraat regeren, min of meer gedwongen zijn een voet dwars te zetten. Maar wanneer de moeilijkheden zich na verloop van tijd vanzelf oplossen en Ruth Williams door de Bamangwato hartelijk wordt onthaald als de echtgenote van hun nieuwe stamhoofd, wordt hun geluk opnieuw verstoord; de regering van het naburige Zuid-Afrika mengt zich in de zaak.

De gedachte van een zwart stamhoofd met een blanke vrouw in een buurland is voor de regerende Nationale Partij onverdragelijk en de Engelsen worden op alle mogelijke manieren onder druk gezet om Khama's installatie als stamhoofd te dwarsbomen. Wat dan volgt is het ene staaltje van Britse hypocrisie na het andere, die door Dutfield stuk voor stuk effectief in beeld worden gebracht. Gedreven door politieke belangen - Zuid-Afrika bezit het door Engeland begeerde uranium, waarmee de atoombom kan worden gemaakt - laat de Labour-regering van Attlee geen middel onbeproefd om Khama te beroven van de positie waar hij recht op heeft.

Het stamhoofd en zijn zwangere vrouw worden van elkaar gescheiden en het paar krijgt in de media na verloop van tijd steeds meer de allure van een moderne Romeo en Julia. Alleen loopt het met hen wel goed af; in weerwil van alle oppositie worden Khama en Williams uiteindelijk herenigd. En het kan niet op: in 1966 wordt Seretse Khama de eerste president van Botswana, Ruth Williams leeft tot op de dag van vandaag als lady Khama onder de Bamangwato en alle kinderen uit dit geruchtmakende gemengd huwelijk zijn nog goed terecht gekomen ook.

Khama's bewind komt in deze documentaire niet aan bod en zijn eventuele kwaliteiten als bestuurder blijven geheel en al onbelicht.

De regisseur concentreert zich op de strijd van het jonge paar voor hun geluk en dat levert een even schrijnend als ontroerend verhaal op over een hartstochtelijke liefde die wordt geconfronteerd met politiek opportunisme aan de ene en onverbloemd racisme aan de andere kant.

Vooral op het moment dat de onderkoelde lady Khama, die haar verhaal van begin tot eind in understatements probeert te vertellen, even overmand raakt door haar eigen emoties, wordt de kijker deelgenoot van haar vergeten drama.