Energieverzorging van de achterkleinkinderen

Karel Knip schreef in NRC Handelsblad van 21 maart in een artikel onder de kop 'Kweekreactor cruciaal voor kernenergie': “( ...)als men ooit op grote schaal kernenergie wil invoeren (bijvoorbeeld om het broeikas effect te vermijden) zal aan kweken niet te ontkomen zijn”. Dit is slechts ten dele waar.

In de jaren vijftig en zestig waren de bekende reserves aan uranium vrij klein terwijl het elektriciteitsgebruik met 10 procent per jaar steeg. Hieruit volgde de noodzaak om tot een efficient gebruik van de beschikbare voorraden uranium te komen en ontstonden de eerste ideeen over de kweekreactor. Ontwikkelingen in de jaren zestig die gesymboliseerd werden door het rapport van de club van Rome Grenzen aan de groei leidden tot de twee oliecrises in de jaren zeventig en tot een verminderde groei van de energieconsumptie. De groei in het elektriciteitsverbruik, die bijna een eeuw lang tien procent per jaar was geweest, daalde tot twee procent per jaar. Als gevolg van deze ontwikkeling werd een groot aantal bestelde centrales (waaronder veel kerncentrales, maar ook net zoveel kolengestookte centrales) gestorneerd.

Desalniettemin wordt nu ongeveer 15 procent van het elektriciteitsgebruik gedekt door kernenergie, wat overeenkomt met ongeveer vijf procent van het totale energieverbruik. Het totaal van de bekende reserves uranium buiten de Sovjet- Unie en China bedraagt nu 3.5 miljoen ton. Dit is voldoende om de bestaande reactoren honderd jaar in bedrijf te houden.

De energiediscussie wordt bemoeilijkt door een spanning tussen het verlangen naar zekerheid en de economische realiteit. We zouden graag willen weten waar de voorraden van de diverse energiedragers liggen en hoe groot ze zijn om zo tot een verantwoorde strategie te kunnen komen. De economie verlangt echter een rendement op gedane investeringen. Hierdoor zullen investeringen zolang mogelijk worden uitgesteld. Dit geldt natuurlijk in het bijzonder bij het zoeken naar delfstoffen zoals uranium. In het algemeen worden bewezen reserves voor tien jaar voldoende geacht, aangezien dat de termijn is waarin een mijn tot ontwikkeling kan worden gebracht. Door de grote bewezen reserves is het zoeken naar uranium vrijwel gestaakt en er wordt alleen daar gezocht waar de verwachting bestaat uranium te vinden dat tegen zeer lage kosten ontgonnen kan worden.

Er is een poging gedaan door middel van extrapolatie de totale winbare uraniumreserve in de wereld te schatten. De som van alle continenten bedraagt circa 15 miljoen ton, dus circa vijf maal zoveel als de bewezen reserves. Deze hoeveelheid is voldoende bij een opgesteld kernvermogen dat het tienvoudige is van nu voor vijftig jaar bedrijf.

Vermoedelijk is deze periode nog veel langer daar het bekend is dat de reserves altijd blijken mee te vallen (zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Nederlandse aardgasreserves in de afgelopen twintig jaar).

Japan heeft een aantal jaren een alternatieve weg gezocht. Dit land heeft een proces ontwikkeld om uranium uit zeewater te extraheren. Dit maakt de uranium reserves vrijwel onuitputtelijk zij het winbaar tegen de tienvoudige prijs van de huidige marktwaarde.

Naast besparingen en zonne-energie kan kernenergie de komende vijftig jaar een aanzienlijke bijdrage leveren aan de reductie van de CO2 emissies.

Tegen de achtergrond van de recente herdenking van honderd jaar elektriciteit in Nederland en vijftig jaar sinds de ontdekking van de kernsplijting lijkt het niet gepast nu uitspraken te willen doen over de energieverzorging van onze achterkleinkinderen.