Een Holland Festival zonder risico's of avontuur

Het mooiste festival is het festival dat het publiek niet te zien krijgt. Tien jaar geleden legde Frans de Ruiter, de toenmalige directeur van het Holland Festival, in een interview in deze krant uit wat hij allemaal had willen organiseren maar wat om allerlei redenen helaas niet doorging: een spectaculair symfonisch concert met muziek van Frank Zappa, het controversiele Opera van Luciano Berio, een Titanic van Siebert, die met het publiek tenonder zou gaan, The Beauty and the Beast van Mickery, een enscenering van Jeanne d'Arc au bucher, een nieuw optreden van Pina Bausch, de herhaling van het succesvolle Relache, een Oresteia van de Berlijnse Schaubuhne, Chinees theater uit Sjanghai.

Soms waren de financien het struikelblok, in andere gevallen technische en organisatorische problemen, soms ook het ontbreken van geschikte zeer grote ruimten. Jeanne d'Arc kwam niet tot stand omdat het wegens lokaal-politieke overwegingen onmogelijk was in Straatsburg te repeteren in een gemeentelijk zwembad. En het Chinese theater kwam niet naar het Holland Festival omdat Nederland een duikboot had geleverd aan Taiwan.

Ondanks al die mislukkingen bracht De Ruiter in 1981 een opmerkelijk goed en omvangrijk Holland Festival. De Nederlandse Opera kwam met Parsifal en Fidelio, Ton Koopman leidde een uitvoering van de oudst bewaard gebleven opera: Euridice van Jacopo Peri, Antal Dorati dirigeerde Blauwbaards Burcht in Carre, De Tijd van festival-componist Louis Andriessen ging in premiere, net als een nieuw stuk van Klaus Huber en een strijkkwartet van Jan van Vlijmen. Colin Davis dirigeerde Berlioz' Te Deum bij het Concertgebouworkest.

Het Glasgow Citizens Theatre speelde drie stukken, het Schauspielhaus Bochum kwam met Vor dem Ruhestand van Thomas Bernhard in de regie van Claus Peymann en voerde De heilige Johanna van de slachthuizen van Brecht op spectaculaire wijze uit temidden van het publiek in de Beurs van Berlage. Er waren tal van concerten, een uitvoerig balletprogramma met dans uit Nederland, Denemarken, Duitsland en Amerika, niet-westerse muziek en dans. En op vier zondagavonden zond de VPRO-tv een door Freek de Jonge gepresenteerd programma rechtstreeks uit. Het was geruchtmakende tv, met als hoogtepunt daarvan de aangrijpende voorstelling Cafe Muller van Pina Bausch.

Er gebeurde veel, soms te veel in die Holland Festivals van Frans de Ruiter, die nooit meer leken te eindigen omdat enkele onderdelen van het officiele programma, zoals tentoonstellingen, nog lang na juni doorliepen. Naast triomfen waren er mislukkingen, het resultaat van de onvermoeibare pogingen om het onmogelijke toch te laten gebeuren.

Dergelijke pogingen worden de laatste jaren niet meer ondernomen. Tijdens het directoraat van Ad 's-Gravesande werd het Holland Festival steeds kleiner van omvang en conventioneler van karakter. Avant garde en marge verdwenen goeddeels, of werden in het inmiddels ook al verdwenen reservaat Off Holland ondergebracht. Artistiek tumult was er niet meer. Opwinding ontstond nog slechts in vergaderzalen over het toenemende tekort en het aftreden van het complete bestuur van het Holland Festival onder leiding van Frits Becht.

Jan van Vlijmen, sinds 1 januari de nieuwe directeur van het Holland Festival, heeft het festivalprogramma van dit jaar in slechts enkele maanden in elkaar gezet en vindt het nog nauwelijks representatief voor zijn nieuwe beleid, dat pas over enkele jaren zichtbaar zal zijn.

Opzienbarend en spannend wordt het festival dit jaar niet. De geringe omvang laat geen avontuur of risico's toe, het weinige dat er is, lijkt noodzakelijkerwijs van gegarandeerde kwaliteit. Het Holland Festival is een goed gesubsidieerd impresariaat geworden, dat trouwhartig de (internationale) kunstrecensies volgt en daarmee eigenhandige ontdekkingen en verrassingen systematisch uitsluit.

De beleidsnota van Van Vlijmen belooft bovendien een verregaande versmalling van de festivalprogrammering. De echte Van Vlijmen-festivals, na deze interim-editie, worden vooral muziektheaterfestivals. Hoewel Van Vlijmen opnieuw een 'Nederlandse toneelmanifestatie' wil, streeft naar een serieus jeugdtheaterprogramma en het beleid voor de dans “in grote trekken”

wil handhaven, wordt opera de 'spil' van de programmering. Daaromheen worden de andere onderdelen “zinvol gegroepeerd”.

Het lijkt erop dat Jan van Vlijmen, de weggewerkte intendant van de Nederlandse Opera, nu met het Holland Festival alsnog zijn gefnuikte ambities probeert waar te maken. Er is volgens hem te weinig opera in Amsterdam en hij acht het repertoire te beperkt. Het Holland Festival moet daarom in zijn ogen vooral zorgen voor een aanvullende programmering.

Maar als ze al gegrond zijn kan men zulke redeneringen ook toepassen op dans, op 'belangrijk toneel onder leiding van een vooraanstaand regisseur' en op allerlei andere kunstvormen, die de spil kunnen zijn van een “interessant en kwalitatief hoogstaand festival”. Bovendien is het geen interessant uitgangspunt in leemten te willen voorzien, dat is een ongewenste zelfbeperking.

Het Holland Festival moet een zelfstandige, markante en veelzijdige programmering verzorgen temidden van het reguliere aanbod. Zich beperken tot correcties daarop zou een belangwekkende instelling als het Holland Festival de eer te na moeten zijn. Temeer daar het nu eindelijk ruim genoeg in zijn middelen zit om overal in de wereld onbekende wonderen te ontdekken en ze in eigen land te veroorzaken.

Het bestaansrecht van het Holland Festival ligt in het organiseren van bevliegingen, het waarmaken van het onmogelijke.

Het Holland Festival van 1981 was opmerkelijk goed en omvangrijk. Met als hoogtepunt de aangrijpende voorstelling Cafe Muller van Pina Bausch.