De revival van de autoped

Als je er iemand over aanspreekt, krijg je steevast enthousiaste verhalen te horen, maar het naadje van de kous weet niemand. We spreken over de autoped, de step waarover Wim Sonneveld in Ja zuster, nee zuster zong: Op de step, op de step, ik ben zo blij dat ik 'm heb.

De autoped werd in de jaren twintig glijder genoemd. Het populaire step is misschien een betere benaming omdat alle betekenissen die het woordenboek ervan geeft met de autoped geassocieerd kunnen worden: een schuivende voetbeweging die een danspas maakt en een ter zijde aangebracht uitsteeksel aan het achtergedeelte van een rijwiel, waarop men de voet kan zetten bij het op- en afstappen.

“Het ging om een Ruysdael”, zo zegt een kunsthandelaar. “Ken je het verhaal van de restaurateur en de autoped niet?” vraagt hij ongelovig. “Elke handelaar zal het bevestigen want het is echt gebeurd.” Een kunsthandelaar ontsloeg zijn restaurateur. Maar voordat het ontslag inging zou de restaurateur nog een schilderij van Ruysdael restaureren. Daar zouden ze geen van tweeen slechter van worden, want het doek was voor veel geld aan een Zwitserse verzamelaar verkocht. De handelaar betaalde de restaurateur na gedane arbeid, stuurde hem definitief de laan uit en reisde naar Zwitserland om het schilderij af te leveren. De verzamelaar bekeek het schilderij aandachtig en toonde zich uiterst tevreden. Hij riep er zijn vrouw bij die het schilderij ook al zo mooi vond. Ze sloeg uit bewondering haar handen ineen maar op datzelfde moment viel haar mond open van schrik. Ze ging een stap dichter bij het schilderij staan en constateerde met anachronistische ontzetting dat er een autopedje tegen een van die prachtig geschilderde bomen stond.

Dit verhaal kreeg ik weliswaar bevestigd bij een andere kunsthandelaar en we kunnen er wellicht uit concluderen dat er in de zeventiende eeuw nog geen steppen bestonden maar dat is een erg vage tijdsaanduiding.

De vraag naar de eerste step wordt juist nu gesteld omdat de Amerikaan Marti Rye dit vervoermiddel in een nieuwe fase heeft gebracht. Hij produceert namelijk gemotoriseerde steps. Toen Titia Frieling, hoofd Organisatie van de Stichting Nieuwe Kerk, in New York was, zag ze Rye door de straten tuffen. Aangezien Frieling een fervent stepster is, dwong ze de gemotoriseerde stepper tot stilstand en vroeg hem waar je zo'n ding kunt kopen. “Bij mij”, was het laconieke antwoord. Na ruggespraak met enkele Nederlandse vrienden, bestelde ze er vier.

Inmiddels is ze agent van de California Go-Ped. De kunstboekendistributeur en ex-werknemer van de Nieuwe Kerk Alexander Waleton heeft de verkoop van de Go-Ped ter hand genomen. “Omdat ik het een leuk ding vind en omdat er een markt voor is.”

De eerste reacties stemmen hoopvol voor het zakenduo Frieling & Valeton maar de Rijksdienst Wegverkeer heeft laten weten dat de Go-Ped niet op de openbare weg mag komen. Een voertuig dat dertig kilometer per uur rijdt, moet binnen dertig meter tot stilstand gebracht kunnen worden. De Go-Ped kan zonder twijfel aan die voorwaarden voldoen maar de kans dat de bestuurder als een raket gelanceerd wordt is erg groot.

Valeton verwacht niet dat de zaken door deze wettelijke beperking geremd zullen worden want skateboards mogen officieel netzomin op straat komen en daar rijden er nog talloze van rond.

Marti Rye heeft in de Verenigde Staten al zesduizend Go-Peds verkocht en het ziet er naar uit dat hij ook in Europa serieus voet aan wal krijgt, gezien de hoopvolle contracten die hij in Belgie en Frankrijk gesloten heeft. De Go-Ped kost veertienhonderd gulden, rijdt een (liter mengsmering) op zeventig (kilometers) en is opvouwbaar zodat hij in een sporttas vervoerd kan worden. Dat maakt hem aantrekkelijker dan de veel zwaardere Italiaanse Malaguti E.T. die sinds kort op de bloemenveiling van Naaldwijk rondrijdt.

De step is uit het straatbeeld verdwenen maar toch kunnen we spreken van een steprage, al dan niet gemotoriseerd. Iedereen die ik polste over de step wist wel een voorbeeld te noemen van een bedrijf dat voor werknemers steppen had aangeschaft om de interne communicatie te bevorderen. Je zou kunnen zeggen dat de volwassenen het speeltje van de kinderen hebben afgenomen. Titia Frieling rijdt al jarenlang op een step door de Nieuwe Kerk maar ook zijn er steeds meer bedrijven - DAF-trucks werd het meest genoemd - die hun werknemers op steppen door de produktiegangen laten rijden.

De belangrijkste revival moet echter op het sportieve vlak geconstateerd worden. Een woordvoerder van de fietsersbond ENFB wijst me de weg naar de Nederlandse Autoped Federatie. De voorzitter van deze actieve federatie schrijft dat de geschiedenis van de eerste autoped door zijn federatie 'nog niet helemaal' achterhaald is maar wel laat hij weten dat de stepsport in 1954 is begonnen met een zesdaagse tocht van vierhonderd kilometer rondom het IJsselmeer door zes mannen uit Maartensflotbrug. Nu, vijfendertig jaar later, is steppen een volwaardige sport geworden. Zo wordt op 19 mei de Elfstedentocht gereden, georganiseerd door de Bolswarder Step Vereniging. In het Guinness Record Book 1990, zo bericht het Federatieblad, wordt melding gemaakt van de barre Rome-Woudenbergtocht, volbracht door drie steppers: afstand 1845,3 km in negentien dagen. “Pech bleef beperkt tot een lekke band.”

Maar nog steeds wil ik weten van wanneer de eerste step dateert. De Stepgazet van de Eerste Maastrichtse Step Bond is gespecialiseerd in het afdrukken van jolige stepwedstrijdverslagen maar ook hier wordt niets geschreven over de geschiedenis van de step; het Nijmeegse fietsmuseum Velorama kan me evenmin verder helpen. Fietsenhandel Bruikman op de Leliegracht in Amsterdam heeft een step uit 1908 in de winkel hangen, zo weet een vriendelijke meneer van fietsenfabriek Gazelle te vertellen. Mevrouw Bruikman laat weten dat de vriendelijke meneer gelijk heeft. De vraag blijft of er voor 1908 ook al gestept werd en verder is het wachten op de eerste stepcross in de Zandvoortse duinen.