Celstraf voor drugshandelaren na record-onderzoek; Politie hoort inval collega's tijdens aftappen telefoon

DEN HAAG, 2 april - Het “langdurigste onderzoek” dat volgens de Haagse officier van justitie mr. E. Harderwijk ooit in zijn arrondissement is uitgevoerd naar drugshandel, is vanochtend geeindigd in celstraffen van twee keer 7, 4 en 1,5 jaar en boetes varierend van 10.000 tot 100.000 gulden voor de vier verdachten.

Tegen de mannen, die volgens justitie voorbereidingen hebben getroffen om met een plezierjacht 1.000 kilo cocaine vanuit Colombia naar Nederland te transporteren, waren twee weken geleden straffen geeist van twee keer acht, 6,5 en 2,5 jaar. De verdachten werden opgepakt nadat 2,5 jaar lang hun telefoons waren afgetapt. De mannen zijn bovendien geruime tijd door de politie geobserveerd tot in Portugal en Venezuela toe. Ook een onderzoekscommissie van de Haagse rechtbank bezocht in verband met deze strafzaak Zuid-Amerika om een gedetineerde in Caracas als getuige te horen.

Het onderzoek begint eind 1988 als de chef van de Centrale inlichtingendienst van de Haagse politie een tip krijgt over een kort daarvoor gehouden bijeenkomst in Venezuela waar een aantal Nederlanders, Antillianen en Chinezen afspraken zouden hebben gemaakt over een omvangrijk transport van cocaine. In de haven van Hellevoetsluis blijken kort daarna een aantal van deze mannen - oude bekenden van de politie - bezig met het zeeklaar maken van het jacht Get Away. Daarmee gaan ze volgens de politie een bij drugshandelaar Olympo in Cartagena in Colombia bestelde partij cocaine ophalen.

Bij de smokkel blijken al snel een hele reeks verdachten betrokken te zijn die allemaal in contact staan met een Antilliaan die vanuit Venezuela rechtstreeks zaken doet met Colombia. De kring van betrokkenen breidt zich zo uit dat op een gegeven moment de politie in Den Haag voor een deel dezelfde mensen in de gaten houdt als de collega's in Rotterdam, zonder het van elkaar te weten.

Volgens de raadslieden van de verdachten heeft Justitie het zich in deze zaak extra moeilijk gemaakt door de zeer gebrekkige coordinatie tussen beide openbaar ministeries. “De Rotterdamse politie heeft met zevenmijlslaarzen huisgehouden in het Haagse onderzoek”, zegt advocate mr. L. van der Stam die in Rotterdam een verdachte bijstaat in een strafzaak waarin morgen vonnis wordt gewezen en die verband houdt met de Haagse zaak.

Dat de politie in Rotterdam en Den Haag elkaar voor de voeten lopen, wordt nogal pijnlijk duidelijk. Terwijl de Haagse politie een gesprek afluistert van een verdachte in Rotterdam die telefoneert met een vrouw die cocaine voor hem opslaat, horen zij live hoe de Rotterdamse politie op dat moment de opslagplaats binnenvalt. “Toen hebben we even verschrikkelijk gevloekt”, zegt een betrokkene bij het Haagse onderzoek.

Volgens officier van justitie Harderwijk maakt de informatie die bij de landelijke Centrale inlichtingendienst beschikbaar is doorgaans afstemming van onderzoeken op elkaar mogelijk. Maar door “toevalstreffers” van een politiekorps kan er altijd wel eens iets misgaan. “Het komt nu eenmaal af en toe voor dat je in elkaars onderzoek zit te roeren”, zegt Harderwijk.

Advocaat mr. E. Deen, die een Haagse hoofdverdachte bijstaat, is van mening dat in dit strafrechtelijk onderzoek alle grenzen van proportionaliteit te buiten zijn gegaan. “Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemands telefoon zo lang kan worden afgeluisterd. De rechter-commissaris schiet in zo'n geval volstrekt te kort in het toetsen van de vraag of er nog wel een machtiging behoort te worden afgegeven voor zulke vergaande opsporingsmiddelen.”

Harderwijk beklemtoont dat de toetsing in orde was. De rechter-commissaris heeft de machtiging, geheel volgens het Haagse justitiele beleid, elke 30 dagen opnieuw verlengd. Hetgeen niet wegneemt dat ook voor het openbaar ministerie het onderzoek veel langer heeft geduurd dan men had verwacht en voor wenselijk hield.

Dat justitie zo lang met deze verdachten bezig was, is veroorzaakt door wat Harderwijk “de rampentocht” noemt die is gemaakt met het jacht Get Away. In september 1989 vertrokken de verdachten uit Hellevoetsluis voor wat zij zelf omschrijven als een gewone wereldreis. Na oponthoud in Plymouth en Portugal kwamen ze bij de Canarische eilanden in een zware storm terecht.

Na telefonisch overleg met mensen in een Chinees restaurant in Rotterdam - waar ook werd getapt - besloot men na het uitvoeren van reparaties verder te varen. Op weg naar Barbados liep het schip opnieuw averij op en werd besloten de tocht af te breken. “Toen hebben we nog een half jaar gewacht en uiteindelijk maar besloten in te grijpen. We hadden genoeg materiaal om ze voorbereidingshandelingen ten laste te kunnen leggen. Het onderzoek ging nu echt te lang duren en dreigde te veel te gaan kosten”, aldus Harderwijk.

Hoe hoog de kosten van het onderzoek precies zijn geweest, is nog niet becijferd. Maar Harderwijk schat de totale kosten op een kleine miljoen gulden. Dat is inclusief de rekening van de PTT voor alle extra telefoonlijnen, reiskosten en het salaris van in elk geval vier Haagse rechercheurs die 2,5 jaar lang permanent met deze zaak zijn bezig geweest. “Mijn salaris is daarbij niet inbegrepen”, zegt Harderwijk. Het openbaar ministerie verwacht een halve ton terug te verdienen via verkoop van de Get Away die vanochtend is verbeurd verklaard.

Bij dit bedrag zijn de kosten van het onderzoek naar de Rotterdamse verdachten niet inbegrepen. Een week na de onderzoeksreis van de Haagse rechtbank is ook een delegatie van de Rotterdamse rechtbank naar Caracas gereisd om dezelfde gedetineerde te horen als getuige in de zaak van twee in Rotterdam aangehouden verdachten die samenwerkten met de Haagse gedetineerden. Curieus detail is dat de gedetineerde in Caracas tegenover de Rotterdamse rechter-commissaris onder zijn eigen naam verklaringen aflegt en in de Haagse zaak anoniem blijft.

“Op zichzelf was het mogelijk een rechter-commissaris namens beide openbaar ministeries te sturen”, zegt Harderwijk. “Maar die rechter-commissaris zou zich dan in elk geval door een vreemd dossier hebben moeten eten en dan is het de vraag of dit in het belang van het onderzoek of in het belang van de verdachte is.”

Advocaat Deen zegt het vermoeden te hebben dat de politie bij sommige verdachten permanent de telefoon tapt. “Als ze dan beet hebben, vragen ze met terugwerkende kracht een machtiging aan bij de rechter-commissaris”. Dat vermoeden heeft bij Deen postgevat naar aanleiding van de behandeling van zijn client, de exploitant van de Haagse sexclub Mayfair.

“Tegen mijn client liep nog een Opiumwet-strafzaak. Hij was na betaling van de uitzonderlijk hoge borgsom van 100.000 gulden op vrije voeten. Toen dit onderzoek niets dreigde op te leveren, werd de zaak geseponeerd. Inmiddels was er in verband met deze zaak weer een nieuw gerechtelijk vooronderzoek tegen hem geopend. Barbertje moet kennelijk hangen.”

Harderwijk reageert op de beschuldiging van raadsman Deen door naar zijn voorhoofd te wijzen. “Dit zijn absurde beschuldigingen. Geen enkele politieman of officier van justitie leent zich ervoor om zoiets te doen. Elke PTT'er zou subiet worden ontslagen als ze zonder machtiging een tapje voor ons zouden ritselen.”

De advocaten van de verdachten liepen vanochtend na het vonnis onmiddellijk naar de griffie om hoger beroep aan te tekenen.