Albanie

BIJ DE EERSTE vrije verkiezingen in Albanie sinds Enver Hoxha in 1944 aan de macht kwam en het land opzadelde met zijn zeer hardhandige, zeer trotse en zeer eigenzinnige versie van het socialisme, heeft de democratische oppositie in het zand gebeten.

De anti-communisten wonnen in de steden maar verloren het pleit op het platteland, en omdat de meeste Albanezen op dat platteland wonen, krijgt de communistische PPSh de absolute meerderheid in het nieuwe parlement.

De zege van de communisten lijkt verrassend gezien de aandacht die de afgelopen maanden is uitgegaan naar de nieuwe oppositie, haar demonstraties en haar aanvallen op de standbeelden van Vader des Vaderlands Enver Hoxha. Toch is die verrassing niet gerechtvaardigd.

Albanie is meer dan veertig jaar lang van de buitenwereld afgesloten geweest en in die veertig jaar heeft Hoxha zijn bevolking onderworpen aan zeer verfijnde vormen van indoctrinatie. Van die indoctrinatie, en van de angst voor verandering, plukt zijn opvolger Ramiz Alia nu de vruchten. Op het platteland gelooft menigeen nog altijd heilig in Hoxha en diens trotse socialisme. Bovendien is het ontwikkelingsniveau in de dorpen van Albanie zo laag dat de argumenten van de door studenten en intellectuelen opgerichte oppositie er niet doordrongen.

In Albanie herhaalde zich zondag een fenomeen dat vorig jaar in Bulgarije en in mindere mate in Roemenie al de aandacht trok. Het platteland is conservatief, achterdochtig, zuinig op het weinige dat het heeft, en het steunt liever oude machthebbers dan de nieuwe oppositie het voordeel van de twijfel te geven. Daarvoor praat die nieuwe oppositie te moeilijk.

DE UITSLAG van de verkiezingen levert in Albanie, net zoals vorig jaar in Bulgarije, een nieuwe spanningsveld op. Waar wordt de politieke toekomst beslist, in de stad of op het platteland? In Bulgarije heeft de oppositie, sterk in de stad maar verslagen op het platteland, geen genoegen genomen met haar verlies en uiteindelijk - met studentenstakingen, pleinbezettingen en demonstraties - de communisten of ex-communisten op de knieen gedwongen. In Albanie zouden de aanhangers van de oppositie, en dan misschien niet eens de zondag gekozen afgevaardigden maar met name de studenten, hetzelfde kunnen doen. Dat zou betekenen dat de rust voorlopig niet in Tirana terugkeert.

Dat is in een land als Albanie gevaarlijk, want, anders dan in Bulgarije, heeft Albanie een partij die zich, als de nood aan de man komt, op de verkiezingsuitslag zal beroepen. Anders dan Bulgarije heeft Albanie een partij die in staat en bereid is aanhangers te mobiliseren. En, anders dan Bulgarije, heeft Albanie een regime dat geen afscheid heeft genomen van het verleden en van de man die dat verleden heeft gedomineerd.

ZO BLIJVEN in Albanie vele gevaren aanwezig: het gevaar van de voortgaande exodus van Albanezen die niet willen wachten tot hun land richting Europa gaat maar Europa zelf tegemoet lopen; het gevaar van instabiliteit ook, en het gevaar van geweld. Want Albanie heeft democratie, maar of de regerende PPSh zich dat werkelijk bewust is, zal nog moeten blijken. De eerste doden zijn al gevallen.