Lebeau: van leermeester tot collega van Sixta Heddema

Tentoonstelling: Een keuze uit het legaat Sixta Saltet-Heddema, t-m 26 mei in het Drents Museum, Brink 1, Assen. Di. t-m zo. van 11 - 17 uur.

Omstreeks 1940 onderwees Chris Lebeau zijn leerlinge, collega en artistieke hartsvriendin Sixta Heddema het schilderen in olieverf. Een schilderij diende laag voor laag te ontstaan waarbij iedere laag gepolijst moest worden alvorens de volgende op te brengen. Dat bevorderde een gladde voorstelling met vrijwel onzichtbare penseelstreek. Zelf had Lebeau in de jaren dertig in deze zorgvuldige techniek een serie portretten geschilderd die de beeldende mogelijkheden ervan overtuigend aantonen. Een deel van die reeks is op het ogenblik te zien in het Drents Museum in Assen.

De doeken completeren en verruimen het zicht op Lebeau (1878 - 1945) die toch vooral voortleeft als ontwerper en kunstnijveraar, als een belangrijk Nederlands vertegenwoordiger van Art Nouveau en Art Deco, die batikte, tekende, patronen ontwierp voor borduurwerk, damast, behang, die in glas, keramiek, glas-in-lood werkte. Een duizendpoot die ook affiches en sieraden maakte, en meubels, politieke prenten en die niet neerkeek op reclame-ontwerpen en wist van houtsnijden, etsen, kortom van grafiek. Dat alles met grote ambachtelijke aandacht en in een niet aflatend streven naar perfectie.

De olieverfportretten passen geheel in die sfeer van strenge, alles doordringende helderheid die alles in Lebeau's oeuvre kenmerkt. De gezichten van de deels onbekende dames en heren zijn bijna wiskundig nauwkeurige karakterstudies in een koel, doorschijnend realisme met af en toe iets van een kubistische toets.

Een hoogtepunt is een zelfportret uit 1933. Lebeau kijkt ons vorsend en uitdagend van opzij aan, door een brilletje met weinig flatteuze ronde glazen. De lippen zijn tot een wantrouwende streep samengeklemd, maar de haren zijn in een lange lok zo naar links weggekamd dat het strenge en afstandelijke in de kop een wat verzachtend, bohemien-achtig accent krijgt. De portretten zijn fotografisch scherp fijngeschilderd maar hebben in hun houding, uitdrukking en transparante kleuren een suggestie van levendigheid, beweeglijkheid zelfs die zeldzaam is in dit genre waarin de modellen dikwijls tot poppen verstarren. Zoals bijvoorbeeld nogal eens het geval is bij Willinks staatsieportretten van directeuren en andere notabelen.

Uit 1936 dateert een portret van Sixta Heddema, door Lebeau gezien en uitgebeeld als de sterke jonge vrouw, zelfverzekerd en met nadruk aanwezig. Hij ging met haar een innige vriendschap aan, die in 1933 begon, duurde tot aan zijn dood in het Duitse concentratiekamp Dachau in april 1945 en wat haar betreft nog beduidend langer. De verhouding tussen beide mensen moet een vooral kunstzinnige verbondenheid zijn geweest, waarin ook Lebeau's vrouw met de merkwaardige roepnaam Sof was opgenomen. Sof trad voor beiden op als gekleed en naakt model, er waren vakanties met zijn drieen, een zeer frequent samenzijn. Tijdens de bezetting zaten zij in het verzet, wat leidde tot Lebeau's arrestatie en dood.

De tentoonstelling in Assen, waar hun verbondenheid tot uiting komt in hun beider met elkaar verknoopt oeuvre, is samengesteld uit de nalatenschap van Sixta Heddema (1912 - 1988) waarin Lebeau's erfenis al was opgenomen. Zij legateerde het geheel aan de Stichting Schone Kunsten rond 1900 waarvan de collectie sinds 1977 in het Drents Museum is ondergebracht.

Deze stichting wordt in stand gehouden door de kinderen en kindskinderen van beeldend kunstenaars die rondom de eeuwwisseling actief waren. De bedoeling is het werk van deze vaak onderschatte generatie in een samenhangend overzicht bijeen te houden. En uiteraard ook om geregeld exposities en publikaties te bevorderen.

Van Chris Lebeau was al eerder werk verworven waaraan in het Drents Museum aandacht werd geschonken. Via deze expositie in 1985 kreeg de wat vergeten Lebeau opnieuw de aandacht en erkenning die hij zonder twijfel verdient. Zeer waarschijnlijk werd deze tentoonstelling voor Sixta Saltet-Heddema (zij trouwde in 1979 met Arnold Saltet) de aanleiding haar bezit aan de stichting te vermaken, waardoor het museum in Assen over een compleet overzicht van het werk van deze uiterst veelzijdige sierkunstenaar kan beschikken.

De uit Assen afkomstige Sixta Heddema ontmoette Chris Lebeau toen zij in de jaren dertig in Den Haag aan de academie studeerde. Hij bood aan haar lessen te geven mits zij academie zou verlaten, die volgens hem haar talent vervormde. Zij accepteerde die voorwaarde en onderwierp zich aan de streng-ambachtelijke leiding van Lebeau. De verhouding leermeester - leerlinge veranderde gaandeweg in een blijvende collegiaal-vriendschappelijke relatie.

Tijdens de oorlog pasten het echtpaar Lebeau en Sixta Heddema hun grafische vaardigheden toe bij het vervalsen van papieren voor ondergedoken joden. In 1943 werden ze alledrie gearresteerd. Sixta Heddema wist zich eruit te praten en kwam vrij. Haar eerste werk was het in veiligheid brengen van wat er in Lebeau's atelier aan werk, documenten en andere bezittingen aanwezig was. Chris Lebeau kwam niet meer terug en Sixta Heddema moest ook haar artistieke leven alleen voortzetten. Dat deed zij, schilderend, etsend, boeken illustrerend, affiches ontwerpend, lessen in handenarbeid gevend.

De expositie in Assen laat de grote invloed zien die de leermeester op de leerlinge had, maar zeker ook de eigen ontwikkeling van de leerling, bijvoorbeeld tot uiting komend in wat zwaar romantische, maar knap gedetailleerde krijttekeningen van fantasielandschappen waarin schelpen en dergelijke onverwachte voorwerpen een monumentale werking krijgen. Sixta Heddema bleef in de ban van Lebeau's voorliefde voor eigenzinnige technieken.

Zoals het tekenen met de zilver- en goudstift, een vijftiende-eeuwse techniek die heel subtiele effecten mogelijk maakt. Met de zilverstift maakte zij in 1941 een schitterend portretje van Chris Lebeau terwijl deze op zijn beurt met de goudstift bezig is aan een zelfportretje. Talloze malen hebben de twee elkaar geportretteerd, of hun huisdieren, elkaars omgeving. De tentoonstelling geeft een fraai overzicht van hun werk waaruit Lebeau's overheersing duidelijk wordt. Behalve zijn schilderijen en tekeningen (onder veel meer een subliem gelithografeerd portret van de jeugdige schrijver J. Bordewijk uit 1913, de kop van een wat geexalteerde jongeman met veel haar en een lorgnet op), ontwerpen voor glas-in-lood, postzegels, affiches zijn er ook prachtige voorbeelden van zijn glasontwerpen, sieraden, enz. Sixta Heddema moest in de verhouding tegen al dat creatieve geweld opboksen. Zij heeft niet alleen stand gehouden maar wist zich af en toe overtuigend onder de niet geringe druk van de geliefde leermeester uit te werken.

Tot de getoonde selectie uit het legaat behoort ook werk van andere kunstenaars, bijvoorbeeld etsen van Marius Bauer, damastontwerpen van Maurits Esscher en een unieke groenglazen vaas, in 1929 ontworpen door Frank Lloyd Wright.

    • Bas Roodnat