John Fante, de lange weg naar het schrijverschap; Opgepakt wegens schaken

John Fante: Vraag het aan het stof. Vert. door Mea Flothuis. Uitg. Meulenhoff, 173 blz. Prijs fl. 16, 90.

-: My Dog Stupid. De geschiedenis van een hond. Vert. door Mea Flothuis. Uitg. Meulenhoff, 144 blz. Prijs fl. 29, 50

Bij Meulenhoff zijn verder Wacht tot het voorjaar, Bandini en de verhalenbundel De Wijn der Jeugd verkrijgbaar. De Amerikaanse Black Sparrow Press levert verder alle Amerikaanse uitgaven van Fante. Van sommige titels zijn Engelse edities verschenen bij Panther Books en Grafton Books.

John Fante had beroemd moeten worden met zijn boek Ask the Dust (1939), maar het gebeurde niet. Jarenlang schreef hij filmscenario's en hij raakte als schrijver vergeten. “Ik houd niet van films, ik heb er nooit van gehouden en ik zal er nooit van houden”, schreef hij in 1935 aan zijn moeder, “maar ik hou wel van de salarissen die ze betalen.” Ruim tien jaar geleden werd hij opnieuw ontdekt en sindsdien wordt zijn werk ook in het Nederlands vertaald. Een portret van John Fante.

In een van zijn brieven aan H. L. Mencken schrijft de jonge Amerikaanse schrijver John Fante (1909-1983): “Hier zit ik dan en ik lach me dood. Ik heb een secretaresse, ik heb een enorm kantoor en een hele hoop mensen buigen diep als ik langsloop en ze hebben allemaal een hekel aan deze spaghettivreter.” (augustus 1934) Fante heeft op dat moment na jaren van tegenslag een goede baan als scenarioschrijver gekregen bij Warner Bros Pictures in Burbank, Californie. Hij is vijfentwintig jaar en heeft een aantal verhalen gepubliceerd in belangrijke tijdschriften, zoals The Atlantic Monthly en The American Mercury.

Omdat Mencken de redacteur is van The American Mercury, heeft Fante een speciale band met hem. Hun correspondentie zal zich met tussenpozen voortzetten tot 1952, maar het zal nooit tot een ontmoeting komen. In de roman Ask the Dust (Vraag het aan het stof) komt Mencken voor onder de naam J. C. Hackmuth. De hoofdpersoon, Arturo Bandini is een jonge schrijver, die een kamer heeft op Bunker Hill in het centrum van Los Angeles. Elke dag ziet hij reikhalzend uit naar brieven van Hackmuth. Hij heeft in het tijdschrift van Hackmuth al een verhaal weten te plaatsen. Verder is de jonge Bandini een roman aan het schrijven, die niet wil vlotten. Hij laat zich te veel afleiden door alles om hem heen. Hij dagdroomt en ziet zichzelf geinterviewd terwijl hij op het punt staat naar Zweden af te reizen: “Meneer Bandini, hoe kwam u ertoe het boek te schrijven waarmee u de Nobelprijs heeft gewonnen?”

Van zijn laatste centen koopt hij sinaasappels om in leven te blijven. 's Nachts schrijft hij een brief aan zijn idool Hackmuth, alleen om hem te plezieren. Om vier uur in de ochtend liggen er op zijn bureau dertig haastig beschreven velletjes die hij toch maar op de bus doet. Dagen later krijgt hij een briefje van Hackmuth. Het is een kort briefje. Hij schrijft:

“Beste meneer Bandini,

Met uw toestemming zal ik aanhef en afsluiting van uw lange brief schrappen en hem in mijn blad afdrukken als novelle. Mij dunkt dat u een goed stuk werk geleverd hebt. 'De langverloren heuvels' zal een uitstekende titel vormen, lijkt me. Mijn cheque gaat hierbij.''

Was het leven van Arturo Bandini het leven van John Fante zelf? Wie eerst zijn boeken leest en daarna meer te weten komt over de schrijver, krijgt het gevoel fragmenten uit die boeken opnieuw te lezen. John Fante werd als oudste van vier kinderen in 1909 geboren in Denver, Colorado. Zijn vader was in Italie geboren en geemigreerd toen hij een jaar of twintig was, zijn moeder kwam uit Chicago en behoorde tot de tweede generatie van eveneens een emigrantenfamilie. Fante was in zijn jeugd een goede pitcher, iets later voor korte tijd een verdienstelijk amateurbokser en hield zich vooral bezig met balsporten. Toen zijn vader ervandoor ging met een andere vrouw, was hij als oudste jongen plots gedwongen het gezin te onderhouden. “Ik moest een baantje zoeken”, schreef hij later aan Mencken. “Godallemachtig, wat heb ik dat gehaat. - Maar ik vond een baantje en ik heb goed werk gedaan door mijn moeder en de kinderen in leven te houden. Ik had meer dan een baantje, ik had er vierentwintig, van hotelbediende tot stuwadoor.” Fante werkte verder als arbeider in de visverpakking en als hulpkelner.

OBERTJE

Pas toen zijn ouders zich na twee jaar weer verzoenden, kon hij zijn eigen weg gaan en zich richten op een toekomst als scenario- en filmschrijver in Hollywood. In zijn boek Dreams from Bunker Hill geeft hij een iets verdraaide versie van zijn loopbaan. Hij vertelt hoe zijn baan als hulpkelner hem in contact bracht met journalisten en filmmensen. Een dronken fotograaf van de Los Angeles Times schoot per ongeluk zijn foto en de volgende dag stond er een stukje over hem in de krant. Hoe hij als aankomend talent met enkele gepubliceerde verhalen in het tijdschrift van H. L. Mencken zijn brood verdiende als obertje. De kern van het verhaal is historisch. Fante bediende namelijk op de foto een actrice die net haar eerste Hollywood-succesjes had.

Vanaf het moment dat hij op eigen benen stond was Fante's grootste ambitie om zelf romans en verhalen te schrijven. Daar viel aanvankelijk weinig eer mee te behalen. Twee romans zullen successievelijk door Alfred A. Knopf worden afgewezen, Pater Doloroso en The Road to Los Angeles. Met die laatste roman gaat hij nog langs een aantal andere uitgevers, telkens zonder succes.

Pas in 1938 zal zijn eerste roman verschijnen, Wait until spring, Bandini. Het jaar daarop komt Ask the dust uit, en in 1940 verschijnt een bundel verhalen onder de titel Dago Red. Hiermee had Fante's naam gevestigd moeten zijn maar zijn uitgever Stackpole had geen tijd en geld om zijn auteur te promoten: hij was in een juridisch gevecht gewikkeld met Hitler omdat hij zonder toestemming van de auteur Mein Kampf in Amerika had laten verschijnen. Stackpole verloor de zaak uiteindelijk en werd geruineerd door de boetes, vergoedingen en proceskosten. Volgens Fante is zijn roman Ask the Dust daardoor tussen wal en schip geraakt. Juist die roman had hem na het bescheiden succes van zijn debuut de doorbraak moeten brengen.

Fante bleef zijn geld in Los Angeles en omgeving verdienen. Hij schreef scenario's, hoe frustrerend het ook was dat er altijd werd geschaafd en veranderd aan zijn produkten. Zijn naam is verbonden met de films Full of Life, Jeanne Eagels, My Man and I, The Reluctant Saint, Something for a Lonely Man, My Six Loves and Walk on the Wild Side. Full of Life was gebaseerd op Fante's roman met die titel, die in 1952 voor het eerst verscheen. In 1977 verscheen de roman The Brotherhood of the Grape. Fante's werk leek vergeten want zijn boeken werden nooit herdrukt. Totdat The Black Sparrow Press zich op Fante wierp. Vanaf 1980 gaf deze kleine uitgeverij al zijn werk opnieuw uit.

Hoewel Fante sinds begin jaren vijftig getroffen was door diabetes - hij werd blind in 1978 en moest een paar jaar later ook beide benen missen - dicteerde hij in zijn laatste jaren aan zijn vrouw het boek Dreams from Bunker Hill, min of meer een vervolg op Ask the Dust uit 1939. Wie de boeken naast elkaar legt wordt getroffen door de consistentie in stijl. Fante pakt na meer dan veertig jaar de draad weer op en blijkt nog niets van zijn brille te hebben verloren.

Dreams from Bunker Hill volgt Arturo Bandini als hulpje van een literair agent. Hij moet de binnengekomen manuscripten behandelen, wat inhoudt: terugsturen of bewerken. De redacteur van het Beroemde Tijdschrift, hier The American Phoenix geheten, heet nu Heinrich Muller. Bandini neemt ontslag, speelt voor geld partijtjes schaak op Pershing Square in Los Angeles, wordt daarvoor opgepakt en ingesloten. Hij verhuist naar Wilmington, net buiten de stad aan het strand, wordt de buurman en vriend van een worstelaar, krijgt ruzie en gaat weer naar de stad. Het boek heeft de springerigheid die alle verhalen van Fante kenmerkt. Fante lijkt als verteller net zo'n flierefluiter als zijn hoofdpersoon Arturo Bandini. Hij plukt de dag, denkt niet aan morgen en laat zich met graagte afleiden. Het ziet er zo gemakkelijk uit maar wie aandachtig leest, begrijpt dat er een groot auteur voor nodig is, om het zo op te schrijven.

HARDVOCHTIG

Dreams from Bunker Hill is het slotdeel van de Bandini-cyclus, maar het duurde tot na zijn dood voor Fante's eerst geschreven Bandini-roman, chronologisch gezien deel 2 uit de cyclus, The Road to Los Angeles, werd gepubliceerd.

De naam Fante is voornamelijk bekend doordat Wait until spring, Bandini een paar jaar geleden verfilmd is en Francis Ford Coppola met enig tamtam heeft aangekondigd The Brotherhood of the Grape te gaan verfilmen. Het is er nog niet van gekomen maar de liefhebbers moeten daar ook niet op wachten.

Fante heeft een indrukwekkend oeuvre tot stand gebracht. De Bandini-cyclus, bestaande uit: Wait until spring, Bandini, The Road to Los Angeles, Ask the dust en Dreams from Bunker Hill en daarnaast The Wine of Youth (korte verhalen), Full of Life, The Brotherhood of the Grape, 1933 was a Bad Year en West of Rome. Goede verhalen, zonder uitzondering sterk autobiografisch, over zijn jeugd in een Italiaans-Amerikaans gezin in Colorado, zijn adolescentie en tenslotte zijn eigen gezinsleven. Terugkerende elementen zijn de hardvochtige vader, die metselaar is, de vrome moeder, de Italiaanse familie en kennissen en de geestelijken in kerk, parochie en op school. In veel verhalen gaat de vader 's avonds de deur uit naar de kroeg en een aantal malen is er een vrouw die hij ontmoet, met wie hij afspreekt of met wie hij iets vaags heeft. Dat begint al in Wait until spring, Bandini, maar het komt ook voor in het verhaal 'A wife for Dino Rossi', in de roman 1933 was a bad year en in het verhaal 'The orgy'. Het zijn variaties op het autobiografische thema van de vader die zelf af en toe vertier buiten de deur zocht en uiteindelijk voor twee jaar zijn gezin in de steek liet.

Talloos zijn de passages waarin de vader aan de zwier is. Als de vader in 1933 was a Bad Year de lipsticksporen op zijn kraag aan zijn zoon probeert te verklaren lezen we: ' “Krijg niet 't verkeerde idee”, zei hij. “'t Betekent niks. Gewoon een of andere losgeslagen vrouw. Ik weet niet eens hoe ze heet.” ' Als de zoon zijn vader verzekert dat hij niets zal verklappen, is die nog niet helemaal gerust:

“Je weet hoe je moeder is.”

“Ik zal niks zeggen.”

“Ik heb het al moeilijk genoeg. Snap je?”

“Tuurlijk, pa.”

“Het kan me niet schelen hoe je over mij denkt, maar doe je moeder geen pijn.”

De meesterlijke dialogen in het werk tonen aan dat Fante een goed scenarioschrijver moet zijn geweest. Er staat bij hem geen woord te veel, hij weet bij het weergeven van gesprekken het exacte evenwicht te bewaren tussen directe en indirecte rede. Het is altijd duidelijk wie aan het woord is, al zijn de gesprekken nog zo lang. De woorden zitten vastgebakken aan romanpersonages die je voor je ziet. De moeder is altijd de lieve, vrome Italiaanse moeder die goed kan koken en dat ook met liefde doet, kortom een en al goedheid. Ze beschermt de kinderen tegen de toorn van de vader, speelt nooit op maar als puntje bij paaltje komt staat moeder haar mannetje.

Frank Gagliano, een ongelovige vriend van de vader, wil in het verhaal 'The Orgy' na een uitdrukkelijk verzoek van pa het tuinpad oplopen naar de voordeur maar moeder blokkeert hem met de bezem de weg. “Jij haat God”, zegt ze. Gagliano mag er dus niet in. “Ik haat God niet. Ik geloof er gewoon niet in”, antwoordt Gagliano. Moe hapt naar adem. Dit is zo mogelijk nog erger! Gagliano komt er niet in en hij durft de zaak niet op de spits te drijven. Terwijl hij afdruipt haalt moeder een mandfles wijwater uit het huis en begint de voetstappen die Frank heeft gezet te besprenkelen. Pa kijkt haar meewarig aan en krijgt daarom ook een puts in zijn gezicht. Fante beschrijft het tafereel met liefde en bewondering. Door haar onverzettelijkheid en oprechtheid neemt de moeder ook de meest verstokte atheisten voor zich in.

KEUKENSCHORT

De erkenning in de vorm van alle herdrukken kwam net te laat voor Fante zelf, die er nooit een moment aan getwijfeld heeft dat hij een groot schrijver was. Hij heeft niet meer kunnen genieten van alle publiciteit en alle mooie uitgaven van de Black Sparrow Press in Santa Rosa, Californie. De knipselmap van Black Sparrow Press is omvangrijk maar bevat helaas slecht een kort interview, uit The Los Angeles Times van juli 1979. De uitgeverij meldt echter dat de weduwe van Fante, Joyce Smart Fante, iedere geinteresseerde met plezier te woord staat. Ik besluit haar op te bellen.

John Fante en Joyce Smart trouwden in 1937. In een brief aan Mencken van 20 maart 1938 schrijft Fante: “Ik ben onlangs getrouwd met Joyce Smart, een meisje van Stanford die prachtige gedichten schrijft en ook geweldig is met een keukenschort voor.”

Als ik haar aan de lijn heb, gaat ze er even voor zitten: “Belt u van zo ver weg?” Ze heeft alle informatie bij de hand of weet die uit haar hoofd. Geen enkele maal noemt ze Fante's naam of refereert ze aan hem met 'mijn man' of 'mijn overleden echtgenoot'. “Zijn vader heet Nicholas Fante en is geboren in Italie in het dorpje Torricella Peligna in de Abruzzen. Hij kwam naar Amerika toen hij in de twintig was. Zijn moeder, Mary Capolungo, is geboren in Chicago uit Italiaanse immigranten. Het gezin woonde in Denver.

“Hij sprak wel Italiaans want zijn grootmoeder van vaderskant woonde bij hen in en zij sprak geen Engels. Toch dacht hij dat hij niet goed Italiaans kende, alleen een of ander dialect. Ik vond het altijd erg goed klinken.”

De Italiaanse grootmoeder figureert in 1933 was a Bad Year en de afkomst van de beide ouders komt talloze malen ter sprake. Zelfs de manier waarop ze elkaar hebben ontmoet komt in verschillende versies in de boeken voor. “Ja, zijn werk is zeer autobiografisch”, zegt Joyce Fante. “The Road to Los Angeles is een vrij accurate beschrijving van het soort baantjes dat hij had, toen hij het gezin moest onderhouden.”

LUXE-EDITIE

Bijna al het werk van Fante is inmiddels gepubliceerd. In de nalatenschap van de schrijver bevonden zich verder nog 1933 was a Bad Year en de novelles 'My Dog Stupid' en 'The Orgy' die onder de titel West of Rome zijn uitgebracht. In mei of juni aanstaande verschijnt als staartje van wat nog ongepubliceerd was een boek met een keuze uit Fante's brieven. “Onlangs is een eerste versie van het begin van Ask the Dust in een luxe-editie verschenen”, vertelt zijn weduwe. “Om redenen die ik niet begrijp heeft hij dit begin terzijde gelegd en hij is gewoon opnieuw begonnen. Het is een prachtig werkstuk. Ik heb nog wel een overdrukje van de uitgeverij, zal ik u dat toesturen?”

Er is nog een ongepubliceerde aanzet tot een roman, vertelt ze. Een grote roman over Filippino's, waarover hij meermalen aan Mencken schreef. Het idee deed hij op toen hij te midden van de talrijke Filippino's werkte in de haven en de fish canneries van Los Angeles. In het verhaal 'Helen, Thy Beauty is To Me -' krijgen we een indruk van wat de schrijver voor ogen stond. Fante vertelt daarin over een pension waar een Filippijnse jongen woont die ervan droomt met een knap Amerikaans meisje te trouwen. Er zijn blijkens het verhaal veel meisjes die weten dat Filippino's daarvan dromen en zij proberen daar munt uit te slaan met loze beloftes. Over de roman zegt zijn weduwe: “Er is alleen ruw materiaal, dat het echt niet waard is om nog te worden gepubliceerd.”

Francesco Durante en Scott Anderson bereiden samen een biografie van Fante voor, vertelt de weduwe Fante. Durante, werkzaam bij de Italiaanse uitgeverij Leonardo, heeft al onderzoek gedaan in het geboortedorp van de oude Fante. “Let wel, ze schrijven nog niks, ze zijn alleen bezig met onderzoek.”

De titels van de boeken maar ook hun inhoud krijgen in het Nederlands iets bloedeloos. Ze klinken wat suffig. Van Fante zijn inmiddels Wacht tot het voorjaar, Bandini, Vraag het aan het stof en De wijn der jeugd in vertaling bij Meulenhoff verschenen. De geschiedenis van een hond is net uit. Achterin een herdruk van Vraag het aan het stof is een selectie van de briefwisseling met H. L. Mencken opgenomen.

Waarom schreef Fante eigenlijk zo weinig boeken? Hield de film hem te veel bezig en nam de noodzaak zijn gezin te onderhouden hem te veel in beslag? Tussen de publikatie van Ask the Dust en Full of Life liggen dertien jaar. Daarna volgt zelfs een stille periode van vijfentwintig jaar. De beroemdste pleitbezorger van Fante, de schrijver Charles Bukowski, denkt dat Fante nooit naar Hollywood had moeten gaan. De kostbare tijd die hij besteedde aan het schrijven van scenario's leverde hem wel geld op, maar gaf ook veel ergernis. “Ik houd niet van films, ik heb er nooit van gehouden en ik zal er nooit van houden”, schreef hij in 1935 aan zijn moeder, “maar ik hou wel van de salarissen die ze betalen.” En dat zal ook hebben meegespeeld. De hoofdpersoon in De geschiedenis van een hond is een schrijver die zich maar niet kan concentreren op het literaire werk en voor zijn levensonderhoud gedwongen is aan tv-series mee te werken. Het is mogelijk dat dit het leven was van John Fante, de echtgenoot.

In De geschiedenis van een hond gaat het echter vooral over een hond die is komen aanlopen, een enorme reu van het Japanse merk akita. De hond is gek op mannen en probeert bij zijn eerste bezoek aan het huis van de Molises al direct de boomlange vriend, ex-marinier, van de dochter des huizes te verkrachten. Die moet, zo groot als hij is, de pogingen gelaten ondergaan. Voor de vrouw van Henry Molise is dit te veel en zij eist dat de hond onmiddellijk vertrekt. Henry en zijn zoon lopen daarom de volgende dag naar het strand om de hond daar achter te laten. In hun straat passeren zij de ene rashond na de andere: dobermans, bouviers en prijsboxers. Zonder uitzondering delven zij het onderspit tegen Stupid. Ten slotte volgt bij het laatste huis voor het strand de confrontatie met de trotse Duitse herder Rommel van bewoner Kunz. Rommel is overgevlogen uit Berlijn, hij is de 'gauleiter' van de buurt en kwispelt naar alles wat een uniform aanheeft. Na wat schermutselingen bespringt Stupid de Duitse herder en verkracht hem bijna. Rommel slaat jankend op de vlucht.

De hoofdpersoon is diep in zijn hart geweldig trots en ziet in de daden van de hond zijn eigen afrekening met alle boxer-, herder- en dobermanachtige types tegen wie hij al zijn hele leven vecht en tegen wie hij het altijd aflegt. De meesterpen van Fante maakt er een triomftocht van en Stupid (hij heet in de vertaling opeens Domoor) is in de ogen van Henry Molise een held, een winner. “Ik had genoeg van falen en verliezen. Ik hunkerde naar winnen. Ik was vijfenvijftig en er waren geen overwinningen in zicht, niet eens een gevecht. Zelfs mijn vijanden waren niet meer in de strijd geinteresseerd. Domoor was de overwinning, de boeken die ik niet had geschreven, de plaatsen die ik niet had gezien, de Maserati die ik nimmer had bezeten en de vrouwen naar wie ik had gehunkerd, Danielle Darrieux en Gina Lollobrigida en Nadia Grey. Het was de triomf over gewezen broekfabrikanten die in mijn scenario's hadden gekapt tot het bloed eruit droop.” Henry Molise laat Stupid natuurlijk niet op het strand achter maar hij neemt hem weer mee naar huis.