Akzo boort balzalen van zout onder Twentse bodem; 'Ze schijnen hier wel eens gillend de fabriek uit te zijn gelopen'

HENGELO, 15 MAART. Dat was even schrikken voor boer Veling uit Hengelo toen hij begin januari uit zijn raam keek en plots de grote eik miste die er net nog had gestaan.

In plaats daarvan gaapte in het weiland voor zijn boerderij een viereneenhalve meter diepe krater.

De verbijstering was groot, toch wist hij meteen wat hem te doen stond. Hij belde de portier van Azko Zout Chemie in Hengelo, die op zijn beurt zijn bazen op de hoogte bracht. Er was weer een oud boorgat ingezakt waaruit Akzo grote hoeveelheden zout had gewonnen.

Een oud boorgat, beklemtoont ir. Th. Wassmann, hoofd van de afdeling delfstoffen van Akzo Hengelo. Want de gelukkig vooral tot landschappelijke schade beperkt gebleven inzakking, is een erfenis van te onvoorzichtige zoutwinning in Twente.

Tegenwoordig gaat men omzichtiger te werk dan in 1918, toen de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie werd opgericht voor de winning van zout in en rond het Boekelo. Tot die tijd werd de zoutbehoefte in Nederland vooral gedekt uit mijn- en steenzout uit Duitsland. Bij pogingen kolen aan te boren had men echter een zoutlaag ontdekt. Dat bleken er later zelfs twee te zijn.

De diepste zoutlaag ligt op zo'n 1230 meter diepte en is 100 meter dik. Ze vormt een overblijfsel van de Zechsteinzee, een binnenzee die 250 miljoen jaar geleden grote delen van het huidige West-Europa omvatte. Op slechts 400 meter diepte bevindt zich echter nog een laag zout, die van 20 miljoen jaar later dateert: het zogenaamde R'otzout Trias. Daaruit wordt het tegenwoordige zout gewonnen. Door Akzo in Twente, maar ook in Drenthe, Friesland en Groningen. De laag is maar 50 meter dik. Maar, zegt Wassmann, zelfs daaruit kan nog “voor honderden jaren gewonnen worden”.

De zoutpotjes op de Nederlandse eettafels herinneren nog aan het KNZ-verleden in Boekelo, maar KNZ is allang opgegaan in Akzo en 1933 werd de zoutwinning naar de 'Twente-Rijn-concessie' verlegd, een 4745 hectaren groot gebied in de gemeente Hengelo.

Daar staan op dit moment twee produktiefaciliteiten (950 personeelsleden), die jaarlijks twee miljoen ton zout verwerken. Zo'n 800.000 ton wordt tafelzout, de rest wordt verwerkt voor de agrarische industrie (likstenen), tot wegenzout en voornamelijk (per spoor) naar andere industrietakken, waar men het gebruikt om er chloor van te maken.

Akzo doet in het huidige concessiegebied zo'n tien nieuwe boringen per jaar. Er wordt continu uit 250 boringen zout gehaald, 150 putten zijn buiten bedrijf. De nieuwe boortechnieken maken de, voor het Twentse landschap karakteristieke hoge bruin-houten boortorens overbodig. Die zijn nog maar op een tiental plaatsen aan te treffen: men kan tegenwoordig boven de boorputten volstaan met op grote hondenhokken gelijkende overkappingen. Daaronder wordt per boorgat gemiddeld een half miljoen ton zout gewonnen. Belangrijk minder dan vroeger. Maar Akzo heeft een les geleerd, waaraan het bedrijf af en toe nog wordt herinnerd door kleine calamiteiten als begin januari bij boer Veling.

In 1963 bleek voor de eerste maal dat de oude boringen problemen konden opleveren. Bij een oude put trad in een straal van zo'n 120 meter een verzakking op van 20 tot 70 centimeter. Daarna kwamen er jaarlijks nog 2 tot 3 centimeter bij. Zout wordt gewonnen door water naar beneden te pompen en opgelost zout (pekel) weer op te pompen. In het verleden won men - simpel gezegd - het zout vanaf de onderrand van de laag tot en met de bovenkant.

Boorputten werden ook op slechts enkele tientallen meters van elkaar geslagen, zodat al snel verbindingen ontstonden tussen de holtes in de lagen en gigantische ruimtes ontstonden. “Balzalen”, zegt Wassmann, “met een diameter van 100 meter en lengtes van 400 tot 500 meter”. De enorme lengtes bleken trouwens geen probleem te zijn. De diameter van de balzaal was dat wel. Er blijft weliswaar water achter in de putten, maar dat wordt in zo'n zoutlaag pekel en blijkt de bovenliggende laag kleisteen aan te tasten. Deze brokkelt op sommige punten zo veel af dat ook bovenliggende mergel en zandlagen verzakken. Pas op 130 meter diepte wordt dat proces tot staan gebracht door een zeer plastische kleilaag. Deze verzakt plaatselijk wel, maar breekt niet en vangt de schok als het ware op. “Ze vleit zich in het gat”, zegt Wassmann. Een verzakking aan de oppervlakte is echter niet te voorkomen. Men heeft berekend dat het maximum aan bodemverzakking 5 meter kan zijn.

Inmiddels vinden boringen op andere wijze plaats. Men zorgt er niet alleen voor dat de diameter van de holte niet meer dan 80 meter wordt, maar ziet ook kans zowel de boven- als de onderkant van de zoutlaag intact te laten. Door bovenop het water in de zoutput een olielaag te leggen, verhindert men dat de pekel de bovenliggende kleisteen aantast.

Het eerste verzakte gebied ligt nu al 3, 5 meter lager dan in 1963, een tweede grote verzakking (1973 begonnen) al 1, 8 meter lager. Op deze laatste bevindt zich nota bene een deel van de Akzo-installaties, zodat het bedrijf zelf al aan het stutten en ophogen moest. Er zijn nog zes van dergelijke gevallen bekend, terwijl te voorspellen valt dat op nog circa 15 (combinaties van) oude boorlocaties hetzelfde zal gebeuren. Overigens vooral 'geleidelijk' en niet zoals begin januari. De plotselinge krater wijt men aan een ongelukkig samenvallen van dit verzakkingsproces en een 'scheurtje' in een onderliggende bodemlaag.

Gelukkig, zegt Wassmann, bevinden zich op geen van deze gebieden boerderijen of andere bebouwingen. Waar aan de rand van een gebied toch schade optreedt, is het bedrijf er altijd snel bij om uit een speciaal daarvoor opgericht fonds reparaties en eventueel schadeloosstelling te bekostigen.

Ongeruste reacties krijgt men uit de omgeving eigenlijk nooit, laat Wassmann weten, al heeft hij onlangs na “het geval Veling” wel een informatie-bijeenkomst voor buurtbewoners belegd. De meeste schrik hebben waarschijnlijk af en toe eigen Akzo-werknemers: “Ze schijnen hier wel eens gillend de fabriek uit te zijn gelopen. Als die grond hieronder 1 millimeter verzakt, gebeurt dat niet geleidelijk. Zo'n gebouw houdt dat eerst tegen, er komt een enorme spanning op te staan. En dan opeens gebeurt het. Met een knal”