Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

VERDROGING

Grondwater beneden peil. Verdroging in Nederland

door Sacha Wijmer

136 blz., geill., Sdu 1990, f 35

ISBN 90 12 06813 4

Veel mensen zullen ongelovig en schouderophalend reageren als ze horen dat ons natte Nederland, dat in zijn geschiedenis constant bedreigd is door water, aan het verdrogen is. 'Nederland-Waterland' en 'water in overvloed', denkt men. Van droogte hebben wij nooit echt last. Altijd komt er water uit de kraan, als het gazon geel wordt, zetten we er een sproeier op, boeren redden hun oogsten met regeninstallaties. Klokjesgentianen, kievietsbloemen, wilde orchideeen, parnassia's en tientallen andere waterminnende planten 'denken' echter over die vermeende waterrijkdom anders. Voor deze flora is in veel gebieden het grondwater onbereikbaar diep weggezakt. Hun leefmilieus worden ontwatert door polderpeilverlagingen, ontwatering en kaarsrechte ruilverkavelingssloten, die voor een optimaal produktiemilieu voor de boeren moeten zorgen. Het oppompen van grondwater door drinkwaterbedrijven, industrieen en boeren met regeninstallaties zorgt voor een verdere daling van de grondwaterspiegel.

In droge tijden laten de waterschappen voor de landbouw water binnen uit de grote rivieren of het IJsselmeer, zogenaamd 'gebiedsvreemd' water. Drinkwaterbedrijven die water vanuit de diepte oppompen, infiltreren de duinen met water uit de Rijn. Landbouwgewassen zijn tevreden met dit water, maar de fijngevoelige klokjesgentianen en de andere bedreigde plantesoorten zijn zeer kieskeurig en lusten, net als wij, geen vies water. Ze gedijen alleen met water van een heel speciale samenstelling, bijvoorbeeld voedsel-arm, maar mineraalrijk kwelwater.

Verdroging is na dertig jaar eindelijk op de politieke agenda gekomen. Grondwater beneden peil brengt dit milieuprobleem op een zeer leesbare manier en rijk geillustreerd in kaart. Bij het colofon staat dat het boek voor een breed publiek bestemd is, maar in het voorwoord van onder anderen ex-milieuminister Winsemius - tegenwoordig voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten - wil het boek natuurbeheerders, waterbeheerders, wateronttrekkers en bestuurders een spiegel voorhouden. Het boek wil op een (iets te) aardige manier begrip kweken voor de belangen van de natte natuur. Geen belangengroep wordt dan ook hard aangepakt, en de interviews met vertegenwoordigers van belangengroepen zijn wat slap. Het zijn uiteindelijk de waterschappen die beslissen, maar in de besturen daarvan zijn de belangen van de natuur slecht vertegenwoordigd. 'Integraal waterbeheer' is de Haagse toverformule, waarin alle belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden en die behalve de vervuiling en de wateroverlast ook de verdroging van de natuur moet aanpakken. Dat wordt een kwestie van geven en nemen tussen boeren, waterleidingbedrijven, industrieen en natuurbeschermers. Integraal waterbeheer lukt alleen als (waterschaps)bestuurders het primaat van de landbouw en de drinkwaterwinning uit grondwater laten varen. Dan kun je hen maar het beste niet tegen je in het harnas jagen. Politiek gezien is dat misschien slim, maar een boek wordt er minder scherp door.

Er loopt nu een aardige testcase voor integraal waterbeheer in de duinen. Amsterdam wil dertien miljoen kubieke meter grondwater uit de zoetwaterbel onder de duinen oppompen, en zevenenvijftig miljoen kubieke meter Rijnwater in de duinen infiltreren. De waterwinning leidt volgens de Stichting Duinbehoud tot onaanvaardbare verdroging, de infiltratie met gebiedsvreemd water tot verontreiniging. Het Rijnwater wordt weliswaar voorgezuiverd, maar bevat toch nog zoveel fosfaten, nitraten, zware metalen en bestrijdingsmiddelen dat typische duinplanten het loodje leggen, en worden verdrongen door brandnetels. Een bloedtransfusie met bloed van een verkeerde bloedgroep, noemt Wijmer dat treffend.